Noem drie factoren die hebben bijgedragen aan de snelle dekolonisatie van Afrikaanse en Aziatische koloniën na de Tweede Wereldoorlog?
Leerdoelen
•Je kunt het verband uitleggen tussen de Tweede Wereldoorlog en dekolonisatie.
•Je kunt het verband uitleggen tussen de Koude Oorlog en dekolonisatie.
•Je kunt uitleggen hoe de dekolonisatie van de Nederlandse koloniën verliep.
Wat is dekolonisatie?
Dekolonisatie betekent het onafhankelijk worden van koloniën. Een kolonie is een gebied dat door een moederland wordt bestuurd. Dit proces vond in de negentiende eeuw al plaats in Latijns-Amerika, waar veel koloniën onafhankelijk werden van hun Europese moederlanden.

Voor veel Aziatische en Afrikaanse koloniën kwam de onafhankelijkheid pas na de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1945 en 1975 werden bijna alle koloniën wereldwijd onafhankelijk. Dit ging soms gepaard met geweld en soms vreedzaam. In Azië kwam de dekolonisatie vrijwel direct na de Tweede Wereldoorlog op gang. In Afrika begon dit proces iets later, ongeveer tien jaar na de oorlog.
Waarom versnelde de dekolonisatie na 1945?
De dekolonisatie kwam na 1945 op grote schaal op gang door een combinatie van factoren: de positie van de nieuwe supermachten, de verzwakking van Europese landen, het aangewakkerde nationalisme in de koloniën en een veranderende visie in de moederlanden.
Rol van supermachten
Na de Tweede Wereldoorlog waren er twee supermachten in de wereld: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Beide landen waren tegen kolonialisme en voor dekolonisatie. De Verenigde Staten beriepen zich op hun eigen geschiedenis als voormalige kolonie. De Sovjet-Unie zag kolonialisme als een uitwas van het kapitalisme, wat niet paste bij het communisme.
Op de achtergrond speelde het conflict tussen deze twee machten, de Koude Oorlog. Beide supermachten wilden de nieuwe onafhankelijke landen aan hun kant krijgen en in hun invloedssfeer laten vallen. Dit verlangen zorgde ervoor dat de VS en de Sovjet-Unie de dekolonisatiebewegingen steunden.
Verzwakking van Europese landen
De positie van Europese landen was verzwakt door de Tweede Wereldoorlog (WOII). Veel landen gaven prioriteit aan de opbouw van hun eigen land na de oorlog. Ze waren minder goed in staat om te reageren op opstanden of staatsgrepen in hun koloniën.
Japan en het nationalisme in Azië
Veel Aziatische koloniën waren tijdens WOII bezet door de Japanners. Japan heeft het nationalisme in Azië verder aangewakkerd. Zij stelden 'Azië voor de Aziaten' en beloofden de landen onafhankelijkheid. Dit kwam bovenop al bestaand nationalisme, aangewakkerd door lokale elites die via westers onderwijs kennis hadden gemaakt met ideeën over democratie en mensenrechten. Zij vroegen zich af waarom deze rechten wel in Europa golden, maar niet in de koloniën.
De Nederlandse visie
Ook in Nederland veranderde de visie. Sommige mensen trokken de les uit de Tweede Wereldoorlog, waarin Nederland zelf bezet was geweest, dat het eerlijk was om mensen in koloniën de vrijheid van zelfbestuur te gunnen.
Hoe verliep de dekolonisatie van Nederlands-Indië (Indonesië)?
Onafhankelijkheid Indonesië
Op 15 augustus 1945 eindigde de Tweede Wereldoorlog in Azië. Al twee dagen later, op 17 augustus 1945, riep Soekarno, de leider van de Indonesische nationalisten, de onafhankelijkheid van Indonesië uit.
Nederland weigerde de onafhankelijkheid van Indonesië te erkennen. Een belangrijke reden was de vrees dat het verlies van Nederlands-Indië economisch niet opgevangen kon worden. Propagandaposters uit die tijd, zoals "Indië verloren, rampspoed geboren", weerspiegelden deze angst. De Nederlandse regering probeerde er alles aan te doen om de kolonie te behouden.

Politionele acties
Nederland ging zelfs over tot militair ingrijpen in 1947. Deze militaire operaties werden in Nederland politionele acties genoemd, maar kunnen beter als koloniale oorlogen worden beschouwd. Nederlandse soldaten werden naar Indonesië gestuurd om tegen nationalisten te vechten en het Nederlandse gezag te herstellen. Internationaal kreeg Nederland forse kritiek. Landen als Brits-Indië waren al onafhankelijk geworden. De Verenigde Staten oefenden zware druk uit op Nederland, dreigden zelfs met het verminderen van financiële hulp, om Indonesië onafhankelijk te laten worden.
Soevereiniteitsoverdracht
Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats. Dit is de officiële overdracht van macht en gezag. In Den Haag ondertekenden koningin Juliana en premier Drees dat Indonesië niet langer een kolonie van Nederland was. Tegelijkertijd vond een ceremonie plaats in Indonesië, waarbij Soekarno aanwezig was.

Molukkers
Na de onafhankelijkheid werd Indonesië een centraal geleide eenheidsstaat. Dit betekende dat Indonesië probeerde om gebieden die onafhankelijk wilden worden, bij zich te houden. Een voorbeeld hiervan zijn de Molukkers. Veel Molukkers hadden gediend in het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger). De eilandengroep de Molukken probeerde vanaf 1950 een eigen staat te stichten, maar dit werd onderdrukt door Indonesië. Veel Molukkers vluchtten hierdoor naar Nederland en werden opgevangen in kampen die na de oorlog een nieuwe bestemming kregen, zoals voormalig concentratiekamp Vught. Later kregen zij speciale wijken in Nederland. De Nederlandse overheid beloofde de Molukkers te helpen bij het stichten van een eigen staat, maar hiervan is tot op de dag van vandaag weinig terechtgekomen.
Hoe verliep de dekolonisatie van andere Nederlandse koloniën?
Naast Indonesië had Nederland koloniën in Latijns-Amerika: Suriname en de Antilliaanse eilanden. Officieel waren dit sinds 1954 geen koloniën meer. Deze gebieden kregen toen eigen parlementen en regeringen. De bewoners kregen een Nederlands paspoort.
Onafhankelijkheid Suriname
In Suriname ontstond toch het debat over volledige onafhankelijkheid van Nederland. Niet iedereen was voorstander, uit angst voor negatieve economische gevolgen. Toch werd in 1975 besloten tot onafhankelijkheid. Ongeveer 30% van de Surinaamse bevolking migreerde daarop naar Nederland, uit vrees voor een verslechterde economische situatie. Binnen vijf jaar na de onafhankelijkheid kwam er een einde aan de democratie in Suriname. Het land kende 10 tot 12 jaar een dictatuur onder leiding van Dési Bouterse. Vanaf 1992 werd Suriname weer een democratie.
Onafhankelijkheid Antilliaanse eilanden
De Antilliaanse eilanden zijn nooit officieel onafhankelijk geworden van Nederland. Sinds 2010 hebben ze wel meer zelfstandigheid. Ze worden behandeld als aparte onderdelen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Drie van de eilanden zijn 'bijzondere gemeenten' en drie zijn 'landen' binnen het koninkrijk. Ze behouden een speciale band met Nederland; bewoners mogen bijvoorbeeld stemmen bij Nederlandse verkiezingen.
Hoe verliep de dekolonisatie in Afrika?
De dekolonisatie in Afrika vond iets later plaats dan in Azië, namelijk vanaf 1954. Veel Afrikaanse landen werden in 1960 onafhankelijk, met name de Britse koloniën.
Waarom kwam de dekolonisatie in Afrika later op gang?
De vertraging in Afrika had twee belangrijke oorzaken:
1.Europees wereldbeeld: er was een Europees, vaak racistisch, wereldbeeld waarin Afrikanen als minder werden beschouwd dan bijvoorbeeld Aziaten.
2.Late opkomst van nationalisme: In Afrika ontstonden nationalistische bewegingen later dan in Azië. Dat kwam doordat:
•Afrikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog hadden gediend in legers van de geallieerden om het fascisme te verslaan. Zij wilden daar nu vrijheid in hun eigen staat voor terug.
•hoogopgeleide Afrikaanse jongeren in het Westen kennisgemaakt hadden met ideeën over democratie, nationalisme en mensenrechten. Zij wilden deze graag in de praktijk brengen in hun eigen land.
Verloop en nasleep van de onafhankelijkheid in Afrika
De dekolonisatie in Afrika verliep vaak vreedzaam, hoewel er uitzonderingen waren, zoals de bloedige oorlog van de Fransen in Algerije. Hoe verder in het dekolonisatieproces, hoe vaker het vreedzaam ging. Na de onafhankelijkheid ontstonden in veel Afrikaanse landen vaak bloedige conflicten. Dit kwam door een combinatie van factoren:
•Gebrek aan geld: de economieën waren eenzijdig en afhankelijk van de Europese markt, vaak gericht op landbouwgewassen. Dit zorgde voor armoede, vooral bij mislukte oogsten.
•Gebrek aan geschoold personeel: er was een tekort aan goed opgeleide mensen voor zowel de economie als de politiek.
•Koloniale grenzen: veel grenzen in Afrika waren tijdens de Conferentie van Berlijn in 1884 met een liniaal getrokken. Tijdens de koloniale tijd werden verschillende stammen en volkeren tegen elkaar uitgespeeld of onderdrukt. Na de onafhankelijkheid laaiden deze oude conflicten vaak weer op, wat tot problemen leidde.
•Buitenlandse inmenging: de Koude Oorlog zorgde ook voor inmenging van de Sovjet-Unie of de Verenigde Staten in de binnenlandse situaties van Afrikaanse landen, wat niet altijd goed uitpakte voor de vrede.













