Wat was het doel van de Europese Economische Gemeenschap (EEG)?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe en waarom de Europese samenwerking na de tweede wereldoorlog ontstond.
•Je kunt uitleggen hoe de Europese Unie ontstond en werd uitgebreid.
•Je kunt uitleggen wat voor kritiek er bestaat op het functioneren van de Europese Unie.
Waarom Europese landen gingen samenwerken
Na de Tweede Wereldoorlog wilden Europese landen nieuwe conflicten voorkomen. Een belangrijk doel was het bewaren van vrede. Na de Eerste Wereldoorlog was Duitsland zwaar gestraft, wat leidde tot wrok en uiteindelijk een nieuwe oorlog. Daarom werd nu gekozen voor een andere aanpak: Duitsland werd juist opgenomen in een gezamenlijk samenwerkingsproject. Door landen economisch en politiek met elkaar te verbinden, werd de kans op oorlog kleiner.
Daarnaast wilden landen hun democratie versterken. Samenwerking moest helpen om democratische systemen stabiel te houden. Ook speelde economische groei een grote rol. Door handel te stimuleren en economieën te verbinden, konden landen hun welvaart vergroten. Dit was belangrijk voor de wederopbouw na de oorlog.
De samenwerking vond plaats tijdens de koude oorlog. De Verenigde Staten stimuleerden samenwerking in West-Europa om democratieën te versterken en de invloed van de Sovjet-Unie tegen te gaan. Europese landen wilden zelf ook sterker staan tegenover deze supermachten.
De EGKS: eerste stap (1951)
De Europese samenwerking begon in 1951 met de EGKS (europese gemeenschap voor kolen en staal).

Zes landen werkten samen: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië en West-Duitsland. Er werd bewust gekozen om klein te beginnen, omdat het vertrouwen na de oorlog nog laag was.
Kolen en staal waren belangrijke grondstoffen voor wapens en oorlog. Door deze samen te beheren, werd het moeilijker om oorlog te voeren.
Het Verenigd Koninkrijk deed niet mee. Dit land voelde zich minder verbonden met het Europese continent, zag zichzelf als overwinnaar van de oorlog en had nog een groot koloniaal rijk. Daarnaast had het al economische samenwerking via het Britse Gemenebest en zag het daarom weinig voordeel in deelname aan de EGKS.
Van economische samenwerking naar bredere afspraken
De EEG (1958)
In 1958 werd de EEG (europese economische gemeenschap) opgericht. Dit was een douane-unie waarin landen minder handelsbeperkingen hadden. De EEG kreeg een bestuur: de Europese Commissie. Deze organisatie had eigen ambtenaren en een budget om beleid uit te voeren.
Er kwamen steeds meer gezamenlijke regels, bijvoorbeeld over:
•Voedsel
•Auto’s
•Banken

Groei van het aantal lidstaten
De samenwerking bleek succesvol en steeds meer landen sloten zich aan.
In de jaren zeventig traden onder andere het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken toe. In de jaren tachtig volgden Griekenland, Spanje en Portugal. Deze landen waren kort daarvoor nog dictaturen, maar werden democratisch en sloten zich daarom aan.
Verdrag van Schengen (1985)
Met het Verdrag van Schengen werd vrij verkeer van personen, goederen en diensten mogelijk.
Dit betekende dat:
•Grenscontroles vaak verdwenen
•Handel sneller en makkelijker werd
Vooral transport en economie profiteerden hiervan.
De Europese Unie (1992)
In 1992 werd met het Verdrag van Maastricht de Europese Unie opgericht, als opvolger van de EEG. Dit gebeurde onder Nederlands voorzitterschap.
Invoering van de euro
Op 1 januari 2002 werd de euro ingevoerd als gezamenlijke munt (niet alle landen doen mee).

Meer lidstaten uit heel Europa
Na 1992 sloten steeds meer landen zich aan bij de EU.
In 1995 traden Zweden, Finland en Oostenrijk toe. In 2004 kwamen er tien nieuwe landen bij, vooral uit Centraal- en Oost-Europa. Veel van deze landen waren vroeger communistisch en hoorden bij de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Hierdoor verschoof het zwaartepunt van Europa meer naar het midden. Landen zoals Duitsland en Polen kregen een belangrijkere positie.
Brexit (2020)
In 2020 verliet het Verenigd Koninkrijk de EU. Dit heet de Brexit.
Het aantal lidstaten daalde van 28 naar 27.
Kritiek en uitdagingen
Ingewikkelde besluitvorming
De EU heeft een complexe manier van beslissen. Soms is een meerderheid nodig, maar soms moet iedereen het eens zijn. Vooral bij buitenlandse politiek is dat lastig, omdat elk land een veto heeft.
Democratisch gehalte
Er is kritiek op het democratisch gehalte van de EU. Burgers mogen alleen stemmen voor het Europees Parlement, terwijl andere instellingen vaak meer invloed hebben op de besluitvorming, zoals de Europese Commissie en de Raad van Ministers.
Taal en communicatie
Binnen de EU worden veel verschillende talen gesproken. Hierdoor is communicatie ingewikkeld en kost besluitvorming meer tijd.
Gevolgen voor burgers
De Europese samenwerking is niet voor iedereen voordelig. Door vrij verkeer van werknemers kunnen mensen uit andere landen goedkoper werken. Dit kan zorgen voor concurrentie en baanverlies.













