1.Bij welk tijdvak behoort het modern imperialisme
2.Van wanneer tot wanneer was dit tijdvak?


Dieuwertje van den Ham1.Bij welk tijdvak behoort het modern imperialisme
2.Van wanneer tot wanneer was dit tijdvak?
•Je kunt de belangrijkste kenmerken van het liberalisme, socialisme en nationalisme beschrijven.
•Je kunt de belangrijkste verschillen tussen liberalisme en socialisme uitleggen.
•Je kunt de belangrijkste kenmerken van het confessionalisme en feminisme benoemen.
Deze periode wordt ook wel de nieuwste tijd genoemd, en loopt ongeveer van het jaar 1800 tot nu.
Het woord ‘liberalisme’ komt van ‘liberté’ (Frans) of ‘liberty’ (Engels), wat allebei vrijheid betekent. Liberalen vinden vrijheid het allerbelangrijkst. Zij willen zo min mogelijk wetten en regels, en daarmee ook zo min mogelijk bemoeienis van de overheid. Ze geloven dat mensen de vrijheid moeten hebben om zoveel mogelijk hun eigen keuzes te maken.
In de negentiende eeuw hadden liberalen vaak de meeste macht en invloed in veel landen, waaronder Nederland. Na 1900 kwam hier echter verandering in door de opkomst van andere politieke stromingen.
Na 1900 kwam het socialisme sterk op. Socialisten strijden voor gelijkheid en willen de verschillen tussen arm en rijk zo klein mogelijk maken. Zij vinden dat iedereen gelijk moet zijn en dat de samenleving zo ingericht moet worden dat niemand wordt achtergesteld.
Binnen het socialisme bestaan er verschillende groepen met verschillende ideeën over hoe gelijkheid bereikt moet worden:
•Aanhangers van Karl Marx: Deze groep, vaak communisten genoemd, wilde door middel van een revolutie de macht grijpen. Hun doel was het instellen van een klassenloze samenleving. Dit betekent een samenleving waarin er geen rijke groep meer is die de macht heeft en waarin iedereen gelijk is in bezit en status.
•Sociaaldemocraten: Deze socialisten kiezen voor een vreedzame weg om veranderingen te bereiken. Ze wilden de omstandigheden van arbeiders verbeteren via politieke weg. Dit deden ze door bijvoorbeeld vakbonden op te richten. Via deze vakbonden werkten ze samen en probeerden ze via de overheid de omstandigheden van arbeiders te verbeteren.
Hoewel er verschillen zijn, streven alle socialisten over het algemeen naar meer gelijkheid in de samenleving.
Het nationalisme is een andere stroming die in de negentiende en twintigste eeuw sterk opkwam. Nationalisten geloven sterk in de kracht en de superioriteit van hun eigen natie of volk. Ze zijn erg trots op hun eigen land, cultuur en geschiedenis.
In die tijd bestonden er veel veelvolkerenstaten. Dit zijn staten waarin verschillende volkeren samenwonen, zoals het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Nationalisten uit deze volkeren wilden vaak een eigen land vormen en streefden ernaar om alle mensen van hun eigen volk in één staat te verenigen.
In Nederland ontstond ook het confessionalisme. Dit zijn politieke stromingen die hun ideeën baseren op een godsdienst, met name het katholieke en protestantse geloof. Confessionelen vinden het belangrijk om de regels van de Bijbel na te leven en dit te vertalen naar de politiek. Ze zaten qua standpunten vaak een beetje tussen liberalen en socialisten in.
Een van de belangrijkste doelen van de confessionelen was het financieren van het bijzonder onderwijs (zoals christelijke scholen) door de overheid. Terwijl openbare scholen al door de overheid betaald werden, eisten confessionelen dat ook hun eigen scholen met religieus onderwijs overheidssteun zouden krijgen. Voor dit doel richtten zij in 1879 de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) op, een van de eerste politieke partijen in Nederland.
In deze tijd kwam ook het feminisme op. Feministen streefden naar gelijke rechten voor vrouwen in de samenleving. Ze wilden bijvoorbeeld dat vrouwen het recht kregen om te stemmen, dat ze beter betaald werden voor hun werk en dat ze niet langer volledig afhankelijk waren van mannen.
Een van de bekendste Nederlandse feministes was Aletta Jacobs. Zij wilde stemmen, maar werd geweigerd omdat ze een vrouw was. Dit motiveerde haar om actief te strijden voor vrouwenrechten, waaronder het belangrijke recht om te stemmen. Dankzij de inzet van feministen kregen vrouwen in Nederland uiteindelijk in 1919 actief kiesrecht (het recht om te stemmen).
Een belangrijke vraag is wat de grootste verschillen zijn tussen liberalisme en socialisme. Hun kernwaarden en de rol die ze voor de overheid zien, zijn heel verschillend:
•Liberalisme staat voor vrijheid. Liberalen willen zo min mogelijk bemoeienis van de overheid. Zij geloven dat mensen zelf het beste hun leven kunnen inrichten en dat te veel regels de persoonlijke vrijheid beperken.
•Socialisme staat voor gelijkheid. Socialisten willen juist zoveel mogelijk bemoeienis van de overheid. Zij geloven dat de overheid ervoor moet zorgen dat iedereen gelijk is en dat de verschillen tussen arm en rijk zo klein mogelijk zijn.
Deze twee stromingen hebben dus fundamenteel andere ideeën over hoe een samenleving ingericht moet worden en welke rol de overheid daarin speelt.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







