De Nijl
De Nijl was de sleutel tot het leven in het oude Egypte. Elk jaar overstroomde de Nijl en liet een laag vruchtbaar slib achter. Deze overstromingen van de Nijl veranderden de omliggende woestijn in een vruchtbaar landschap, en zo werd het de perfecte plek voor landbouw.
Irrigatielandbouw
Door deze overstromingen begonnen de inwoners van Egypte een landbouwsysteem te ontwikkelen dat we irrigatielandbouw noemen. Ze begonnen kanaaltjes te graven, dijken aan te leggen en waterwegen te maken om het water van de Nijl het hele jaar door te kunnen gebruiken. Zo werden hun akkers bevloeid en de landbouw kon floreren.
Van voedsel naar rijkdom
Door het succes van irrigatielandbouw ontstonden landbouwoverschotten; er was meer voedsel dan de mensen nodig hadden. Hierdoor gingen mensen handelen en ruilen voor andere goederen. Zulke handelingen leidden tot het ontstaan van ruilhandel. Met de tijd begonnen sommige mensen zich te specialiseren in dit beroep en werden ze handelaars. Daarnaast werd het mogelijk voor anderen om ambachten uit te oefenen, omdat niet iedereen in de landbouw werkte. Door al deze veranderingen groeiden dorpen uit tot steden.
Dagtaken en sociale structuren
Toen landbouw, ambachten en ruilhandel zich verenigden, werd de economie gecompliceerder en werd het noodzakelijk om sociale en politieke structuren te vormen. Hoewel de meerderheid van de mensen nog steeds in de landbouw werkte, ontstonden er sociale groepen zoals ambachtslieden, boeren, slaven en ambtenaren.
Leven onder de farao
De oude samenleving werd geleid door een farao, een combinatie van een koning en een god in één persoon. De farao werd geholpen door ambtenaren die zijn wetten uitvoerden en belastingen bijhielden. Het was ook tijdens deze periode dat het schrift werd ontwikkeld om deze administratie bij te houden.
Het geloof in het hiernamaals
Egyptenaren geloofden sterk in het leven na de dood, waarbij de farao's op speciale wijze werden begraven. Farao's werden gemummificeerd en in indrukwekkende piramides gelegd, samen met grafgiften die ze nodig zouden hebben voor het hiernamaals. De hoogte van deze piramides symboliseerde hoe dicht de farao's bij de hemel waren.