Wat hield investituurstrijd in?
Het christelijk geloof in de late middeleeuwen
Te midden van de uitdagingen en onzekerheden van het leven in deze periode, was het christelijk geloof voor veel mensen van grote betekenis. Vooral het idee van het leven na de dood stond centraal, met de overtuiging dat hoe beter je tijdens dit leven was (hoe minder zonden je beging), hoe groter de kans zou zijn om na de dood in de hemel terecht te komen.
Veel mensen streefden ernaar om zo min mogelijk zonden te begaan en meer kans te maken op een plaats in de hemel, in plaats van de gevreesde hel. Technieken om zonden te "verwijderen," zoals het verrichten van goede daden, bidden voor vergeving of bekering, en het maken van pelgrimstochten naar heilige plaatsen, waren gebruikelijk.
Het kerkelijke bestuur
Er was een hiërarchisch systeem binnen de kerk. Elke kerk had een eigen priester die alle taken uitvoerde. Meerdere kerken in één gebied vormden samen een bisdom met als hoofd een bisschop. Bisschoppen waren ook soms leenmannen van de vorst, dus hadden zowel religieuze als wereldlijke taken. Ze werden benoemd door de paus, die het hoofd van de katholieke kerk was.
Er waren ook tal van kloosters tijdens deze tijd, die ook gehoorzaam waren aan de paus, maar onder lokale heerschappij stonden.

Het streven naar centraal bestuur door vorsten
Parallel aan de geloofswereld, zagen we de vorsten streven naar het vestigen van een centraal bestuur. Vorsten wilden meer eenheid in hun rijk creëren, door overal dezelfde wetten en belastingen in te voeren. Dit leidde tot de vorming van wat we nu staten noemen - gebieden met duidelijke grenzen, waar dezelfde wetten en regels gelden.
De strijd tussen kerk en staat
Met het ontwikkelen van deze staten, ontstond echter een conflict tussen de vorsten en de kerk, bekend als de Investituurstrijd. Vorsten wilden de mogelijkheid hebben om bisschoppen te benoemen, die deel uitmaakten van hun leenstelsel. De kerk argumenteerde echter dat de kerk zelf de enige autoriteit was die bisschoppen kon en moest benoemen.
Deze investituurstrijd leidde uiteindelijk tot een duidelijkere scheiding tussen kerk en staat. In 1122 werd een compromis bereikt waarbij de kerk de bisschoppen zou blijven kiezen, maar de vorst toch wat meer centrale controle kreeg over zijn gebied.













