Griekse kolonisatie en het ontstaan van de polis
Door de bergen en eilanden in het Griekse landschap leefden de oude Grieken in losse, zelfstandige stadstaten. Een Griekse stadstaat werd ook wel polis genoemd (meervoud: poleis). Zo’n polis bestond uit een stad met omringend land. Het waren landbouwstedelijke samenlevingen.
Omdat Griekenland een groeiende bevolking en een minder gunstig landschap voor landbouw had, hadden de polis de behoefte om te koloniseren. Ze stichtten kolonies rond de Middellandse en Zwarte Zee om extra voedsel te verbouwen en handel te drijven met andere landen. Het is belangrijk om op te merken dat deze kolonies werden gesticht door individuele polis.

Bestuur in de polis
In de polis is er een variëteit aan bestuursvormen gezien:
1.Monarchie: waarbij een stadstaat werd bestuurd door een koning
2.Aristocratie: waar machtsstructuur bestond uit een kleine groep rijke mannen
3.Tirannie: omverwerping van de bestaande orde door één machtsfiguur
4.Democratie: burgers mogen meebeslissen in de politiek
Interessant om op te merken is dat alleen vrije volwassen mannen die in de stadstaat geboren waren mochten stemmen. Dus, de democratie waar we nu zo trots op zijn, was destijds wel anders.
Bevolkingslagen in Athene en Sparta
Athene en Sparta, de meest bekende polis, hadden verschillende sociale lagen. In Athene hadden vreemdelingen (mannen die niet in Athene zijn geboren) meer rechten dan de lokale vrouwen. De sociale hiërarchie typisch voor Athene was:
1.Vrije volwassen mannen
2.Vreemdeling mannen
3.Vrouwen
4.Slaven
In Sparta, daarentegen, waren er drie lagen:
1.Spartanen (mannen die in het leger hebben gevochten)
2.Gedeeltelijk zelfstandige omwonenden
3.Overwonnenen

Cultuur en wetenschap in de Griekse stadstaat
Ondanks hun verscheidenheid hadden deze polis een gemeenschappelijke culturele eenheid in taal, schrift en religie. De Griekse godsdienst werd gekenmerkt door polytheïsme - het geloof in twee of meer goden. Deze goden werden beschouwd als de oorzaak van natuurverschijnselen en er werden tempels aan hen toegewijd.
Maar na een tijd, begonnen de Grieken anders te denken, specifiek de filosofen. Ze introduceerden het idee van wetenschappelijk denken door beweringen te doen zoals "goden hebben niet overal invloed op". Ze stelden dat de mens zelf moest nadenken en het verstand moest gebruiken, de natuur bestuderen en logische verklaringen moest zoeken. Deze vorm van denken werd van groot belang in de ontwikkeling van de wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde, geneeskunde en geschiedenis.




