Aan welke westerse ideeën werden de koloniale studenten op Europese universiteiten blootgesteld?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe Europeanen onbedoeld nationalisme in hun koloniën aanwakkerden
•Je kunt benoemen welke invloed de wereldoorlogen hadden op het nationalisme in koloniën
•Je kunt benoemen welke vormen het verzet tegen het West-Europees imperialisme aannam in India en Indonesië
Nationalisme in de koloniën
Rond 1900 gingen Europese koloniale machten zoals Groot-Brittannië en Nederland onderwijs stimuleren in hun koloniën. Dit hing samen met het idee van de White Man’s Burden: het idee dat Europeanen een plicht hadden om in hun ogen “minder ontwikkelde” gebieden te beschaven en te ontwikkelen.

In de praktijk kreeg een groot deel van de bevolking alleen basisonderwijs en een kleinere groep middelbaar onderwijs. Hoger onderwijs was vooral bedoeld voor een kleine elite. Juist die elite speelde later een belangrijke rol in het verzet tegen het kolonialisme.
Een belangrijk gevolg van dit onderwijs was dat koloniale studenten in contact kwamen met Europese ideeën zoals nationalisme, gelijkheid en volkssoevereiniteit. Veel studenten gingen in Europa studeren, bijvoorbeeld Gandhi die rechten studeerde in Londen. Daar werd duidelijk dat deze ideeën in Europa wel werden toegepast, maar in de koloniën niet. Dit leidde tot groeiend bewustzijn dat koloniale overheersing niet in lijn was met de principes die Europeanen zelf verkondigden.
Invloed van de Eerste Wereldoorlog
De Eerste Wereldoorlog versterkte het nationalisme in de koloniën. Europese landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië maakten veel gebruik van soldaten uit hun koloniën. Deze soldaten vochten mee in de oorlog, maar kregen zelf geen vrijheid of gelijkheid terug.
Dit leidde tot vragen zoals: waarom zouden wij vechten voor de vrijheid van Europa, terwijl wij zelf niet vrij zijn? Deze ervaring versterkte het gevoel van ongelijkheid en stimuleerde het verlangen naar zelfstandigheid.
Ook de afloop van de oorlog speelde een rol. Het Ottomaanse Rijk werd opgedeeld door de overwinnaars. Gebieden kwamen onder Europees bestuur, zoals Irak onder Britse controle. In Irak ontstond spanning tussen sjiieten en soennieten, maar beide groepen vonden elkaar in hun verzet tegen de Britten. De gezamenlijke koloniale overheersing zorgde dus voor een groeiend gevoel van eenheid en nationalisme.
Verzet in India
In Brits-Indië groeide het nationalisme onder leiding van Gandhi. Hij verzette zich tegen westerse invloed en benadrukte juist Indiase tradities. Gandhi werd een belangrijke leider van het verzet tegen de Britten.

Zijn aanpak was gebaseerd op geweldloos verzet. Dit betekende dat hij zich verzette zonder geweld te gebruiken. Hij riep ook op tot burgerlijke ongehoorzaamheid, wat inhoudt dat mensen bewust wetten overtreden om politieke verandering af te dwingen. Daarnaast pleitte hij voor non-coöperatie: het niet samenwerken met de Britse overheid.
Niet iedereen volgde Gandhi’s geweldloze strategie. Er waren ook groepen die wel geweld gebruikten in hun verzet tegen de Britse overheersing. Gandhi keurde dit af, maar het laat zien dat het verzet in India verschillende vormen kende.
Verzet in Indonesië
In Nederlands-Indië ontstond in het interbellum eveneens verzet tegen het koloniale bestuur. Een belangrijke leider was Soekarno. Hij kwam, net als andere koloniale leiders, via westers onderwijs in aanraking met ideeën als nationalisme en gelijkheid, onder andere tijdens zijn studie in Rotterdam.

Soekarno liet zich inspireren door deze ideeën en richtte zich op het mobiliseren van Indonesisch nationalisme. In 1927 richtte hij de Partai Nasional Indonesia op, een politieke partij die streefde naar een zelfstandige Indonesische staat. Net als Gandhi pleitte hij voor vormen van verzet zoals non-coöperatie met het koloniale bestuur.
De Nederlandse autoriteiten zagen Soekarno als een bedreiging. Hij werd daarom gearresteerd en in de jaren dertig verbannen naar een gevangenenkamp. Hiermee werd zijn politieke activiteit in deze periode onderdrukt, maar zijn ideeën bleven invloed houden binnen de nationalistische beweging.














