Noem de vier belangrijkste politieke stromingen van de negentiende en vroege twintigste eeuw.
Leerdoelen
•Je kunt de vier belangrijkste politieke stromingen van de negentiende en vroege twintigste eeuw noemen.
•Je kunt uitleggen waarom het bijzonder is dat de pacificatie plaatsvindt.
•Je kunt een korte uiteenzetting maken over hoe de mate van democratie van 1848 tot en met 1972.
Welke politieke stromingen waren er in de negentiende en vroege twintigste eeuw?
De negentiende en vroege twintigste eeuw kenden vier belangrijke politieke stromingen in Nederland: de conservatieven, de liberalen, de socialisten en de confessionelen.
Wat zijn de kenmerken van de vier politieke stromingen?
Elke stroming had eigen ideeën over hoe het land bestuurd moest worden:
•De conservatieven wilden de bestaande situatie behouden. Zij waren tegen veranderingen in het bestuur. Ze geloofden dat veranderingen de situatie slechter konden maken.
•De liberalen streefden naar meer vrijheid voor het volk en een kleine overheid. Zij wilden dat burgers meer invloed hadden op het bestuur, wat leidde tot een wens voor meer democratie. Ook vonden zij dat mensen hun eigen problemen moesten oplossen.
•De socialisten wilden meer gelijkheid voor iedereen. Zij streefden naar het verkleinen of opheffen van de loonkloof en gelijke rechten, vooral op basis van sociaaleconomische achtergrond en grondrechten.
•De confessionelen baseerden hun politiek op geloof. Binnen deze stroming waren er katholieke en protestantse groeperingen.
Waarom was de pacificatie van 1917 bijzonder?
De pacificatie van 1917 was een bijzonder akkoord tussen de socialisten en de confessionelen. Beide groepen hadden wetsvoorstellen waarvoor ze geen meerderheid in de Kamer konden krijgen. Door samen te werken, konden ze elkaars doelen bereiken.
Welke problemen hadden de socialisten en confessionelen?
De socialisten en confessionelen stonden voor verschillende uitdagingen:
•Socialisten en algemeen kiesrecht: De socialisten wilden algemeen kiesrecht, wat betekent dat iedereen mag stemmen. Zij konden hiervoor geen meerderheid krijgen, omdat de armere bevolking, die vaak socialistisch stemde, niet mocht stemmen. Rijke mensen stemden niet socialistisch. Alleen met de stemmen van socialisten zouden ze hun voorstel nooit door de Kamer krijgen.
•Confessionelen en bijzonder onderwijs: de confessionelen wilden overheidssteun voor bijzonder onderwijs. Bijzonder onderwijs zijn scholen met een gelovige grondslag. Openbare scholen kregen al wel steun. De confessionelen kregen hiervoor geen meerderheid, omdat de socialisten tegen geloof waren, de liberalen het niet-openbaar vonden en de conservatieven geen veranderingen wilden.
Hoe loste de pacificatie deze problemen op?
De socialisten en confessionelen besloten elkaar te steunen. Door hun krachten te bundelen, kregen ze wel een meerderheid in de Kamer.
•Met steun van de confessionelen kregen de socialisten in 1917 het algemeen mannenkiesrecht erdoorheen.
•Met steun van de socialisten kregen de confessionelen de overheidssteun voor bijzonder onderwijs.
Hoe is het kiesrecht in Nederland door de jaren heen uitgebreid?
De mate van democratie in Nederland is vanaf 1848 steeds toegenomen door de uitbreiding van het kiesrecht. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste veranderingen:

Was Nederland vanaf 1848 een volwaardige democratie?
Nee, Nederland was vanaf 1848 nog geen volwaardige democratie. Een heel klein deel van de bevolking mocht stemmen (3,5%). De democratie nam wel toe door de jaren heen door het kiesrecht steeds verder uit te breiden en de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen. Uiteindelijk mocht in 1973 70% van de bevolking stemmen.













