Oorzaken van de agrarische revolutie
Historici identificeren drie fases van de agrarische revolutie. De eerste fase begon ongeveer 10.000 jaar voor Christus en had te maken met klimaatverandering, vooral in het Midden-Oosten.
Het verbeterde klimaat zorgde ervoor dat er zoveel voedsel in de natuur te vinden was, dat de jagers en verzamelaars niet meer hoefden rond te trekken. Mensen konden op een vaste plek gaan wonen, want er was genoeg voedsel voor iedereen. Dit leidde tot de tweede fase waarin mensen begonnen te experimenteren met landbouw en graan gingen zaaien en oogsten. In de derde en laatste fase werd landbouw de levensnoodzaak, de bevolking groeide en er moest voldoende voedsel zijn voor iedereen.

Gevolgen van de agrarische revolutie
De agrarische revolutie bracht een aantal belangrijke veranderingen met zich mee. Ten eerste gingen mensen op een vaste woonplaats wonen en ontstonden er dorpen. Omdat men niet meer rond hoefde te trekken, werden er stevige huizen gebouwd.
Met de toename van voedselproductie groeide de bevolking en ontstonden er economische, sociale en culturele verschillen, vooral in rijkdom en machtsposities. De boeren die meer grond en dieren hadden, namen vaak een grotere machtspositie in. Hierdoor ontstonden er leiders of dorpshoofden.
Op cultureel vlak zien we bijvoorbeeld dat potten die voor voedselverzameling werden gebruikt, mooier versierd werden omdat ze nu spullen konden bewaren.
Echter, de landbouwsamenleving was niet altijd gunstig voor de gezondheid van de mensen. Het voedsel was minder gevarieerd en de nauwe nabijheid van dieren zorgde voor ziektes.
De landbouwsamenleving
De landbouwsamenleving is gecentreerd rond twee kernactiviteiten; akkerbouw en veeteelt. Met akkerbouw, gingen mensen gewassen zoals graan verbouwen, terwijl ze bij veeteelt dieren hielden die later voor vlees konden dienen.
Belangrijke begrippen en jaartallen
De landbouw werd geïntroduceerd in het Midden-Oosten rond 10.000 voor Christus, terwijl ze in Nederland pas rond 5000 voor Christus te zien was, specifiek in Zuid-Limburg. Rond 3000 voor Christus waren er in heel Nederland landbouwsamenlevingen.




