Waar begon de Renaissance?
De Renaissance
Tijdens de middeleeuwen (500-1500) was het leven voornamelijk gericht op het hiernamaals. Maar rond 1500 brak er een nieuwe tijd aan: de Renaissance. Deze periode, van 1500 tot 1600, betekende een grote verandering in het denken van mensen. In deze les duiken we in deze interessante tijd en ontdekken hoe het mens- en wereldbeeld veranderde.
Veranderingen in de samenleving
De Renaissance begon in Italië, in steden zoals Venetië, Milaan en Florence. Het was een tijd waarin belangrijke veranderingen plaatsvonden in de Europese landbouwstedelijke gemeenschappen. Er kwam meer welvaart en de regels van de kerk werden minder belangrijk. Mensen begonnen nieuwe interesses te ontwikkelen.
Een belangrijke verandering was dat schilders niet langer alleen als handwerklieden werden gezien, maar ook als kunstenaars. Ze kregen niet alleen opdrachten van de kerk; ze gingen zelf schilderen wat ze mooi vonden en rijke burgers vroegen hen om schilderijen te maken. Dit betekende meer vrijheid en creativiteit voor de kunstenaars.
Ook ondernemers namen meer vrijheid. Ze begonnen zich minder aan te trekken van de regels van de gilden. Met de komst van de mechanische klok konden ze hun personeel efficiënter inzetten, meer produceren en daarmee meer geld verdienen.
De betekenis van Renaissance
Het woord 'Renaissance' betekent letterlijk wedergeboorte. Maar waar is het een wedergeboorte van? Het is een hernieuwde interesse in de klassieke oudheid, de tijd van de Grieken en Romeinen. Mensen uit de Renaissance vonden de manier van leven en denken van de Grieken en Romeinen erg interessant en begonnen die toe te passen op hun eigen tijd.
Deze interesse zagen we terug in de kunst en architectuur. Kunstenaars en architecten lieten zich inspireren door de beelden en verhalen uit de klassieke oudheid. Ze verwerkten bijvoorbeeld bijbelse taferelen en mythologische verhalen in hun werk. Ook in de bouwwerken van die tijd zien we elementen als bogen, zuilen en tempels terugkomen.

Een nieuw mens- en wereldbeeld
Voor de Renaissance waren mensen vooral bezig met het leven na de dood. Het was niet belangrijk om in rijkdom te leven; je wilde vooral een goed mens zijn om na de dood naar de hemel te gaan. Maar de rijke Italianen tijdens de Renaissance zagen dit anders. Het motto van “carpe diem”, oftwel "pluk de dag," werd belangrijk. Mensen genoten van het leven op aarde en geloofden dat ook dit leven het waard was om van te genieten.
In deze tijd ontstond ook het humanisme. Dit was een manier van denken waarbij de mens centraal stond. Een bekende humanist was Erasmus, een Nederlander. Hij schreef het “Lof der Zotheid” waarin hij spotte met de overdreven bijgelovige gebruiken van de kerk. Erasmus vond dat mensen centraal moesten staan, niet de religieuze regels en gebruiken.















