Welke gebeurtenis vormde de directe aanleiding voor de War on Terror?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe Rusland en China machtig werden na de val van het communisme.
•Je kunt uitleggen wat de oorzaken waren van de ‘War on Terror’.
•Je kunt de gevolgen van globalisering na 1990 noemen.
•Je kunt de opkomst van het populisme in westerse landen verklaren.
Welke nieuwe machtsverhoudingen ontstonden na de Koude Oorlog?
Na de Koude Oorlog, een periode van ideologische en geopolitieke spanning tussen de VS en de Sovjet-Unie, vielen de Sovjet-Unie uiteen. De Verenigde Staten (VS) bleven de enige supermacht en streefden in hun buitenlandbeleid naar de uitbreiding van de vrije markt en democratie. Dit werd gezien als een voorwaarde voor welvaart en vrede.
Op de achtergrond ontwikkelden China en Rusland zich tot nieuwe uitdagers van de Amerikaanse dominante positie. Beide landen transformeerden na de val van het communisme tot vrije markteconomieën, waarin de prijzen van goederen en diensten voornamelijk worden bepaald door vraag en aanbod. Ideologisch gezien verdween het communisme in beide landen, maar ze ontwikkelden zich wel tot autocratieën, staten waarin één persoon veel, zo niet alle, macht in handen heeft. Voorbeelden hiervan zijn Xi Jinping in China sinds 2013 en Vladimir Poetin in Rusland sinds 1999.
Het ideologische streven naar een wereldrevolutie en verspreiding van het communisme werd vervangen door een agressief nationalisme. Beide landen investeerden flink in hun defensie en breidden hun leger uit. Rusland viel in 2008 Georgië binnen, bezette in 2014 de Krim (voorheen Oekraïne) en viel in 2022 Oost-Oekraïne binnen. China richt zijn aandacht op Taiwan en eilanden in de Zuid-Chinese Zee, wat tot conflicten met Japan leidt.

Wat waren de oorzaken en gevolgen van de Amerikaanse War on Terror?
De oorzaken van War on Terror
Na de Koude Oorlog kreeg de Verenigde Staten ook te maken met een nieuwe tegenstander: radicale moslims die zich steeds meer verzetten tegen westerse inmenging in de Arabische wereld. De extremistische moslimorganisatie Al Qaida pleegde op 11 september 2001 aanslagen op de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington, D.C. Deze aanslagen waren voor president Bush junior de aanleiding om de War on Terror te verklaren, een wereldwijde militaire campagne tegen terrorisme.
Het verloop van de War on Terror
Als eerste richtte de VS zich op Afghanistan, waar de Taliban aan de macht waren. De Taliban, ook radicale moslims, boden onderdak aan Al Qaida. Het doel van de Taliban was om het regime omver te werpen en Al Qaida op te doeken. De VS kreeg hierbij steun van westerse landen, deels vanwege NAVO-artikel vijf, wat inhoudt dat een aanval op één lidstaat wordt beschouwd als een aanval op alle lidstaten.
Minder steun kreeg de VS voor de inval in Irak in 2003, die ook onderdeel was van de War on Terror. President Bush stelde dat de Iraakse leider Saddam Hoessein massavernietigingswapens bezat en wilde hem afzetten om een regime change teweeg te brengen, wat betekent dat het bestaande regime wordt afgezet en vervangen door een nieuw regime.
De gevolgen van War on Terror in het Midden-Oosten
Na 2003 nam het verzet tegen westerse inmenging in het Midden-Oosten toe, aangezien de oorlogen in Afghanistan en Irak het imago van westerse landen geen goed deden. Onder president Obama (vanaf 2009) volgde een geleidelijke terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Irak en later ook Afghanistan, die in 2020-2021 werd voltooid. Er werd meer gebruikgemaakt van moderne militaire technieken, zoals drones. Een belangrijk succes was het opsporen en doden van Osama bin Laden, de leider van Al-Qaida, in 2011 in Pakistan.
Een andere belangrijke ontwikkeling in de regio was de Arabische Lente, een golf van opstanden tegen dictators in voornamelijk Noord-Afrikaanse landen (zoals Tunesië, Libië en Egypte) die begon eind 2010. Democratisering slaagde alleen in Tunesië; in veel andere landen leidde het tot chaos, burgeroorlogen of de opkomst van niet-democratische regimes. In Syrië ontaardde de opstand in een grote burgeroorlog, waaruit de Islamitische Staat (IS) ontstond. IS, een radicale islamitische organisatie en afsplitsing van Al Qaida, veroverde rond 2014 grote delen van Oost-Syrië en Irak en riep daar een kalifaat uit. Met internationale steun werd IS rond 2017 verslagen, maar de opkomst ervan gaf een nieuwe impuls aan moslimterrorisme met aanslagen in westerse en niet-westerse landen.

Wat zijn de gevolgen van globalisering na 1990?
Hoe verbond globalisering de wereld economisch?
Na 1990 raakte de wereld economisch steeds meer verbonden, een proces dat globalisering wordt genoemd. Globalisering omvat niet alleen economische, maar ook politieke en culturele verbondenheid. Landen in Azië, Zuid-Amerika en Afrika met stabiele regeringen kenden in deze periode een enorme economische groei. Voorbeelden zijn Zuid-Korea, Taiwan, China en India, maar ook Brazilië en Zuid-Afrika werden belangrijke spelers op het wereldtoneel. Deze ontwikkeling werd mede mogelijk gemaakt door ontwikkelingen in ICT (informatie- en communicatietechnologie), wat nieuwe werkgelegenheid en kansen creëerde. Westerse bedrijven verplaatsten hun productie vaak naar lagelonenlanden in Azië.
Nadelen van globalisering
Niet iedereen profiteerde van globalisering. De baanzekerheid en het inkomen van laagopgeleiden kwamen onder druk te staan. Door migratie, bijvoorbeeld binnen de Europese Unie, kwamen er arbeiders die goedkoper werk konden doen. Daarnaast verplaatsten westerse bedrijven productie naar lagelonenlanden. Dit maakte het voor laagopgeleiden moeilijker om een baan te behouden en zette hun inkomen onder druk. Dit droeg bij aan de opkomst van een politieke stroming genaamd populisme.
Hoe is de opkomst van het populisme in westerse landen te verklaren?
De opkomst van het populisme in westerse landen is te verklaren door de onvrede die ontstond door de nadelen van globalisering. Populisten presenteren zichzelf als "de stem van het volk" en kenmerken zich door de volgende standpunten:
•Ze zijn tegen de elite.
•Ze zijn tegen de islam.
•Ze zijn tegen immigratie.
•Ze zijn geen groot fan van internationale samenwerking, zoals de Europese Unie (anti-EU).
•Ze zijn tegen globalisering.
Mensen die de nadelen van globalisering ondervinden, stemmen vaker op populistische politici. Bekende voorbeelden in Nederland zijn Pim Fortuyn (Lijst Pim Fortuyn, LPF) en Geert Wilders (Partij voor de Vrijheid, PVV). Een internationaal voorbeeld is Donald Trump, die in 2016 president van de Verenigde Staten werd en later opnieuw aan de macht kwam.















