In 1241 liet de gravin van Vlaanderen de bepaling vastleggen dat in het bestuur van de stad Brugge: "geen enkele handwerker [ambachtsman] mag worden verkozen, tenzij hij zich sinds één jaar en één dag van alle handwerk heeft onthouden".
Volgens een historicus droeg deze bepaling bij aan het oplopen van een conflict onder de poorters van Brugge.



