De Frankische koning Karel de Grote (748-814) wil de Saksische volken onderwerpen. In de Kronieken van het Frankische Rijk, die aan het hof van Karel de Grote worden geschreven, staat bij het jaar 776:
Ze [de Saksen] begonnen te vechten en katapulten in te zetten om zo met geweld de vesting Syburg1 te kunnen innemen. ( ... ) Toen de Saksen hadden gezien dat het allemaal niet hielp, hebben ze ook nog takkenbossen aangevoerd om de gracht te vullen om definitief met geweld de vesting te veroveren. Maar Gods macht is - terecht - sterker geweest dan die van hen, en op een dag toen ze de strijd hadden voorbereid tegen de christenen die in de vesting zaten, verscheen helder en duidelijk Gods glorie boven de kerk die onderaan de vesting staat. En veel mensen zowel binnen als buiten de vesting zagen dat; en van hen zijn er nog vele getuigen onder ons. En die zeggen dat ze twee rode schilden zagen opvlammen en bewegen boven die kerk. En toen de heidenen die buiten stonden, dat teken hadden gezien, waren ze meteen in paniek en begonnen ze doodsbang te vluchten naar hun kamp; in de paniek vluchtte de grote massa Saksen en daarbij trapten ze elkaar dood.
noot 1 een Frankische vesting in het westen van Duitsland



