De Chinese diplomaat Keying onderhandelt met Westerse landen over verdragen. Hij schrijft in 1844 aan de keizer:
Als ze1 een geëerde gast ontvangen dan zal de echtgenote zeker naar buiten komen om hem te ontmoeten. Zowel de Amerikaan Parker als de Fransman Legrené2 brachten hun vrouw mee, en op gelegenheden waarbij uw dienaar [Keying] naar de pakhuizen van de barbaren1 ging om met hen te spreken kwamen deze vrouwen naar buiten rennen om hem te begroeten. Uw dienaar was hierdoor verward en voelde zich niet op zijn gemak, terwijl zij zich juist diep vereerd voelden en opgetogen waren.
noot 1 Keying bedoelt Westerse mannen.
noot 2 Deze mannen zijn betrokken bij diplomatieke onderhandelingen met China.



