De Spanjaard Fernández de Oviedo (1478-1557) beschrijft de natuur en bevolking van Amerika:
Op de vraag waarom ze die vorst de cacique1 of de 'Gouden Koning' noemen, zeggen de Spanjaarden dat ze in Quito2 zijn geweest en hier ( ... ) van de bevolking hebben gehoord dat die machtige heer of vorst voortdurend bedekt is met fijngemalen goud ( ... ). Dat hij met goud wordt bestrooid, is een ongebruikelijke en dure zaak, want wat dagelijks in de ochtend wordt aangebracht, wordt 's avonds weer afgewassen en gaat op de grond verloren. ( ... ) Hij wordt elke ochtend ingesmeerd met een bepaalde hars of welriekende vloeistof en daarop wordt het goudpoeder geplakt. Zijn hele lichaam is van top tot teen bedekt met goud, en zo schitterend alsof het een sieraad was, gemaakt door een groot ambachtsman. |
noot 1 Een cacique is een stamhoofd.
noot 2 in het huidige Equador



