In 1280 bepaalde het stadsbestuur van Brugge dat ambachtslieden die zich wilden vestigen in de stad en hun ambacht wilden uitoefenen, zich moesten laten inschrijven als poorter in aanwezigheid van hun toekomstige meester en het gildebestuur.
Met deze voorwaarde beschermden zowel het stadsbestuur als het bestuur van het gilde hun eigen belang.


