In 1224 besloot Johanna van Constantinopel, de gravin van Vlaanderen, om de eerste vijftig mannen die zich in de Vlaamse stad Kortrijk wilden vestigen om wol te bewerken levenslang vrij te stellen van diverse belastingen.
Historici beweren dat Johanna met dit besluit grotere Vlaamse steden als Brugge wilde beconcurreren.


