Een herinnering van een 17-jarige jongen aan een verhuizing naar de stad Rotterdam (1890):
Onze woning viel niet mee. Met zes gezinnen woonden we in een pand dat al tekenen van verval en aftakeling vertoonde. Onze etage bestond uit twee kamers met twee donkere nissen met vier bedden. Uit het raam aan de achterkant konden wij de overburen gemakkelijk de hand geven. We leefden hier met zijn negenen. En de huur van onze nieuwe woning was driemaal zo hoog!



