Hieronder staat een tijdbalk gevolgd door vier omschrijvingen:

1.Als gevolg van de oliecrisis voert Nederland de zomertijd en de autoloze zondag in.
2.De Duitse bezetter voert in Nederland de Midden-Europese tijd in.
3.Er wordt een wet ondertekend waarin staat dat Nederland tegelijk met alle andere EU-lidstaten de zomertijd invoert.
4.Het Duitse keizerrijk voert de zomertijd in. Het neutrale Nederland volgt een dag later.
→ Geef per omschrijving aan in welke periode deze plaatsvindt. Schrijf alleen een letter uit de tijdbalk op.
Doe het zo: Omschrijving 1 speelt zich af in periode ... (vul letter in). (enzovoort tot en met omschrijving 4)
