Kartini is de dochter van een inlandse bestuurder in Nederlands-Indië. In 1899 schrijft ze in een brief aan de Nederlandse feministe Stella Hartshalt-Zeehandelaar:
Wijlen mijn grootvader (...), die een groot voorstander was van de vooruitgang, was de eerste Regent op Midden-Java, die zijn huis openstelde voor de gast van ver over zee: de Westerse beschaving. Al zijn kinderen, die allen een Europese opvoeding genoten, hebben of hadden (velen van hen zijn er niet meer) de liefde voor de vooruitgang van hun vader overgeërfd, en deze gaven op hun beurt hun kinderen dezelfde opvoeding, die zij zelf genoten hadden. Veel van mijn neven en al mijn oudere broers hebben de H.B.S.1) doorlopen - de hoogste inrichting van onderwijs die wij hier in Indie hebben, en de jongste van mijn drie oudere broers bevindt zich sinds ruim drie jaren ter voltooiing van zijn studie in Nederland, de twee anderen werken voor de overheid. Wij meisjes, geketend als we nog zijn aan oude gebruiken en gewoonten, hebben slechts weinig mogen profiteren van de vooruitgang, wat het onderwijs betreft. - Het was al een heel groot vergrijp tegen de zeden en gewoonten van mijn land, dat wij meisjes uit leren gingen en daarvoor elke dag het huis verlaten moesten om de school te bezoeken. Zie, de adat2) van ons land verbiedt meisjes ten strengste uit hun huis te komen. Naar een andere plaats gaan mochten wij niet en de enige inrichting van onderwijs die ons stadje rijk is, is maar een gewone openbare lagere school voor Europeanen. |
noot 1 een middelbare school
noot 2 In de adat zijn Indonesische gebruiken vastgelegd.



