In 1851 schrijft Eliza Cook in een door haar gepubliceerd tijdschrift over de vele mensen van het platteland die per trein naar de wereldtentoonstelling in Londen reizen:
Voor het eerst heeft de dagtoerist dit jaar de metropool bezocht. Hij had nooit gedacht dat hij Londen zou zien in zijn leven, maar de Tentoonstelling trekt hem ernaar toe en de goedkope treinkaartjes maken het mogelijk de reis te maken. ( ... ) En dan, bij de Grote Tentoonstelling, daar zien we de dagtoerist in al zijn glorie! ( ... ) Daar maakt hij zijn mand open en toont zijn ham en kaas van het platteland. Die smaken goed na zijn lange tocht langs Oostenrijkse, Russische, Franse en Amerikaanse afdelingen. Om nog maar te zwijgen over de trots die hem ertoe bracht ook de producten uit de eigen streken te bekijken. Uiteindelijk gelooft hij dat het 'Groot-Brittannië is dat de klok slaat' en hoewel de Amerikanen ervan uitgaan dat zij het beste zijn, gelooft de dagtoerist dat 'Groot-Brittannië de Amerikanen verslaat'.


