In 1839 liet de Britse regering officieel onderzoek doen naar de huisvesting van arbeiders. De onderzoekers schreven in hun rapport over arbeiderswoningen:
In sommige van deze huizen staan wel zes tot acht bedden in een kamer; in kleinere kamers staan noodzakelijkerwijs minder bedden. Het schijnt het gebruik te zijn ( ... ) om zoveel mogelijk bedden in elke kamer te proppen en ze staan vaak zo dicht op elkaar dat er nauwelijks plek is om er tussen door te lopen. 's Nachts ziet het er helemaal dieptriest uit: de bedden volgepakt met mannen, vrouwen en kinderen ( ... ). De verstikkende stank en warmte zijn bijna onverdraaglijk als je binnenkomt en maken direct duidelijk hoe ongezond het is.


