Wolfgang Teubert wordt in de jaren 1920 lid van de SA, een paramilitaire organisatie van de NSDAP. Hij beschrijft de sfeer in die periode:
Het was spannend. Er was kameraadschap, de mentaliteit van 'er voor elkaar zijn'. Dat is voor een jongeman iets fantastisch, zeker toen. We marcheerden achter de hakenkruisvlag door de stadjes. Naast het werk was de SA onze enige bezigheid. Er was gevaar, de bedreigingen door andere lui1. Avond aan avond beschermden we bijeenkomsten om de SA te ondersteunen, niet alleen in onze stad, maar op allerlei plaatsen. We hadden geen wapens, maar gebruikten onze vuisten als zelfverdediging en aanvalswapen als het nodig was. En het was vaker wel nodig dan niet! Stoelen breken in de zaal en dan met de stoelpoten vechten, dat gebeurde ook.
noot 1 Teubert bedoelt de communisten.


