Les over 4 Internationale samenwerking

Les over 4 Internationale samenwerking

Gemaakt door Ainstein
4 Internationale samenwerking
Deze video bestaat uit
  • De VN en the war on terrorDe VN en the war on terror
  • Nederland en EuropaNederland en Europa
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 08:56
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werkt internationale samenwerking in de VN en EU?

Leerdoelen

Je kunt de doelen van de Verenigde Naties en de werking van de Veiligheidsraad beschrijven.

Je kunt de redenen voor de Europese samenwerking in de EGKS en de EEG uitleggen.

Je kunt de nauwere samenwerking binnen de EU en de kritiek daarop met een voorbeeld uitleggen.

Belangrijke jaartallen

1945: oprichting van de Verenigde Naties (VN) om vrede, welvaart en rechtvaardigheid in de wereld te bewaken.

1945-1960: dekolonisatie van veel koloniën, waardoor het aantal VN-leden snel groeit.

1951: oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

1957: oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG).

1993: oprichting van de Europese Unie (EU).

2002: invoering van de euro in een groot aantal EU-landen.

De Verenigde Naties

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de Amerikaanse president Roosevelt met een plan om de Volkenbond te vervangen door een nieuwe organisatie die de wereldvrede moest handhaven. In 1945 werden de Verenigde Naties (VN) opgericht. Dit is een internationale organisatie waarin bijna alle landen van de wereld samenwerken om te zorgen voor vrede, welvaart en rechtvaardigheid. De VN helpen bijvoorbeeld bij de zorg voor vluchtelingen en zien erop toe dat landen belangrijke mensenrechten respecteren, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht op onderwijs. Elk jaar komen regeringsleiders bijeen in het VN-gebouw in New York. Tussen 1945 en 1960 groeide het aantal lidstaten snel doordat veel koloniën in die periode onafhankelijk werden.

Werking van de Veiligheidsraad

Een belangrijk onderdeel van de VN is de Veiligheidsraad. Deze raad van vijftien landen heeft als taak de vrede te bewaken. Wanneer landen een conflict hebben, kan de raad bijeenkomen en besluiten om een land een straf op te leggen, zoals een handelsverbod, of een VN-leger te sturen. De raad bepaalt ook de taak van dit leger: vechten of toezien op orde en veiligheid. De Veiligheidsraad is als volgt opgebouwd:

Tien niet-permanente leden, die elke twee jaar wisselen.

Vijf permanente leden: de Verenigde Staten, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Rusland en China. Deze landen zitten altijd in de raad en bezitten het vetorecht. Dit is het recht om 'nee' te zeggen tegen een besluit, waardoor het niet wordt aangenomen, zelfs als een meerderheid voor stemt.

In de praktijk blijkt internationale samenwerking binnen de VN vaak lastig. Tijdens de Koude Oorlog werkte de Veiligheidsraad slecht doordat de Sovjet-Unie en westerse landen elkaars voorstellen met het vetorecht tegenhielden. Ook na 1989 bleven landen het vaak oneens, waardoor de VN bij diverse conflicten weinig daadkrachtig konden optreden.

Het begin van de Europese samenwerking

Tot 1945 waren Frankrijk en Duitsland grote vijanden die elkaar wantrouwden. Na de Tweede Wereldoorlog besloot een aantal West-Europese landen op economisch gebied samen te werken. West-Europese landen gingen om drie redenen samenwerken:

1.Een nieuwe grote oorlog in Europa moest worden voorkomen.

2.Europa lag in puin en de landen wilden hun economie snel weer opbouwen.

3.De Verenigde Staten wilden een sterk Europa tegenover het communisme en eisten Europese samenwerking in ruil voor Marshallhulp.

Van EGKS naar EEG

In 1951 richtten Nederland, België, Luxemburg, Italië, Frankrijk en West-Duitsland de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op. Kolen en staal waren onmisbare grondstoffen voor de wapenindustrie en de wederopbouw. De EGKS hield toezicht op de levering en zorgde voor gelijke regels voor alle kolen- en staalbedrijven. Hierdoor kon geen enkel land stiekem een groot leger opbouwen, wat zorgde voor meer onderling vertrouwen. Vanwege het succes van de EGKS wilden de zes landen ook samenwerken op het gebied van landbouw en handel. In 1957 richtten zij daarom de Europese Economische Gemeenschap (EEG) op. Het doel was om de handel te stimuleren via een gemeenschappelijke markt: een markt waarin bedrijven hun producten onder dezelfde regels net zo makkelijk in het ene als in het andere aangesloten land kunnen verkopen. Dit begon in de landbouw, waar de landen afspraken om aan de buitengrenzen dezelfde invoerrechten te heffen, onderling geen belastingen te heffen op landbouwproducten, en boeren op dezelfde manier te ondersteunen met subsidies.

De Europese Unie

In 1993 werd besloten tot de oprichting van de Europese Unie (EU). Binnen de EU gingen de lidstaten samenwerken op meer terreinen, zoals milieu en veiligheid, en verdiepten zij de economische samenwerking. Na 2000 breidde de EU zich verder uit naar Oost-Europese landen. Nauwere economische samenwerking werd vormgegeven door twee belangrijke voorbeelden:

Invoering van de euro: in 2002 voerde een groot aantal EU-landen deze gemeenschappelijke Europese munt in. Dit maakte onderlinge handel eenvoudiger omdat geld wisselen niet meer nodig was.

Instelling van vrij verkeer: binnen de hele EU geldt vrij verkeer van goederen, diensten, geld en personen. Dit betekent dat burgers zonder belemmeringen in alle EU-landen kunnen wonen en werken, en zonder extra kosten geld kunnen overmaken naar bedrijven in andere lidstaten.

Het bestuur van de EU

Alleen democratisch bestuurde landen mogen lid worden van de EU. De besluitvorming verloopt via drie belangrijke bestuursorganen:

Europese Commissie (EC): dit is het dagelijks bestuur van de EU, bestaande uit 27 commissarissen (één uit elke lidstaat). De Commissie doet wetsvoorstellen, voert besluiten uit en controleert of lidstaten zich aan afspraken houden.

Europees Parlement (EP): dit is de gekozen volksvertegenwoordiging van de EU. Burgers van EU-landen kiezen elke vijf jaar de parlementariërs. Het EP besluit over Europese wetten en de begroting, en controleert de Europese Commissie.

Raad van Ministers (RvM): dit orgaan bestaat uit vakministers uit alle lidstaten. Nadat het Europees Parlement over een wet heeft gestemd, moet deze raad ermee instemmen. Bij besluiten over bijvoorbeeld landbouw komen de landbouwministers bijeen.

Kaart van Europa met de groei van de Europese Unie en het vertrek van het Verenigd Koninkrijk
Kaart van Europa met de groei van de Europese Unie en het vertrek van het Verenigd Koninkrijk

Kritiek op de Europese Unie

Hoewel de Europese samenwerking groeide, nam na 2000 de onvrede over de EU toe. Dit leidde er uiteindelijk toe dat Groot-Brittannië uit de EU stapte. De onvrede heeft hoofdzakelijk drie oorzaken:

Financiële verschillen: rijke landen dragen meer geld af aan de EU dan ze terugontvangen, terwijl minder rijke landen juist meer EU-gelden ontvangen.

Arbeidsmigratie: arbeiders uit minder rijke EU-landen komen werken in rijkere lidstaten. Met name laaggeschoolde werknemers ervaren hierdoor concurrentie op de arbeidsmarkt.

Gevoel van een democratisch tekort: het gevoel onder burgers dat de EU ingrijpende besluiten oplegt zonder dat burgers daar voldoende inspraak in hebben.

Demonstrant die demonstreert voor Brexit en het vertrek uit de Europese Unie
Demonstrant die demonstreert voor Brexit en het vertrek uit de Europese Unie