Les over 3 Nederland na 1945

Les over 3 Nederland na 1945

Gemaakt door Ainstein
3 Nederland na 1945
Deze video bestaat uit
  • De verzorgingsstaat en pluriforme samenleving in NederlandDe verzorgingsstaat en pluriforme samenleving in Nederland
  • veranderingen vanaf de jaren zestigveranderingen vanaf de jaren zestig
  • Veranderingen vanaf de jaren tachtigVeranderingen vanaf de jaren tachtig
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 13:34
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe veranderde de Nederlandse samenleving na 1945?

Leerdoelen

Je kunt de economische en politieke veranderingen in Nederland tussen 1945 en 1960 beschrijven.

Je kunt de veranderende positie van jongeren en vrouwen in Nederland in de jaren 1960 en 1970 beschrijven.

Je kunt de politieke en economische veranderingen in Nederland vanaf 1980 beschrijven.

Belangrijke jaartallen

1945: het begin van de wederopbouw na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

1948: de ontvangst van Amerikaanse steun via het Marshallplan.

1950: de voltooiing van de wederopbouw in Nederland.

1957: de invoering van de AOW als onderdeel van de verzorgingsstaat.

Wederopbouw en groei (1945-1960)

Na de Tweede Wereldoorlog moesten verwoeste huizen, fabrieken en wegen in Nederland worden hersteld. Deze periode van herstel heet de wederopbouw.

Werkzaamheden aan de wederopbouw van verwoeste gebouwen na de Tweede Wereldoorlog
Werkzaamheden aan de wederopbouw van verwoeste gebouwen na de Tweede Wereldoorlog

Al in 1950 was de wederopbouw voltooid en bevond de economie zich weer op het niveau van vóór de oorlog. De snelle economische groei die volgt, had twee belangrijke oorzaken:

Loonmatiging: de regering sprak met werkgevers en vakbonden af om de lonen laag te houden. Hierdoor bleven Nederlandse producten goedkoop en kon er veel aan het buitenland worden verkocht.

Het Marshallplan: vanaf 1948 ontving Nederland steun van de Verenigde Staten in de vorm van geld, voedsel, bouwmaterialen en machines.

Ondanks de economische groei emigreerden honderdduizenden Nederlanders naar landen als Canada, de Verenigde Staten of Australië. De regering stimuleerde deze emigratie uit angst dat er onvoldoende werk zou zijn.

Arbeidskrachten en de consumptiemaatschappij

Begin jaren 1950 ontstond er juist een tekort aan arbeidskrachten. Dit leidde tot twee belangrijke ontwikkelingen:

Gastarbeiders: er kwamen buitenlandse arbeidskrachten naar Nederland om tijdelijk zwaar en vies werk te doen, bijvoorbeeld in de mijnen en de scheepsbouw. De regering wierf deze krachten eerst in Italië en Spanje, en later in Marokko en Turkije.

Stijging van de lonen: begin jaren 1960 liet de regering de loonafspraken los. De lonen stegen snel, waardoor Nederland veranderde in een consumptiemaatschappij: een samenleving waarin burgers voldoende geld hebben om luxeproducten zoals een koelkast, televisie of auto te kopen.

De opbouw van de verzorgingsstaat

Na de oorlog keerde de verzuiling terug in de politiek. Nieuw was dat de sociaaldemocraten en de katholieken samen gingen regeren. Onder leiding van de sociaaldemocratische minister-president Willem Drees begon de opbouw van de verzorgingsstaat. Dit betekent dat de overheid ervoor zorgt dat burgers bij ziekte, werkloosheid of ouderdom een inkomen en zorg krijgen. In 1957 werd bijvoorbeeld de AOW ingevoerd: een uitkering voor 65-plussers. De verzorgingsstaat wordt betaald uit belastingen en was bedoeld om grote armoede te voorkomen.

Jongeren en vrouwen eisen veranderingen (1960-1980)

Vanaf circa vijftien jaar na de oorlog begon de verzuiling af te brokkelen.

Illustratie van de verzuiling in Nederland verdeeld in vier maatschappelijke zuilen
Illustratie van de verzuiling in Nederland verdeeld in vier maatschappelijke zuilen

Door het hoge geboortecijfer na de oorlog en de stijgende welvaart gingen jongeren langer naar school en kregen zij meer zakgeld. Onder invloed van Amerikaanse films, muziek en mode ontstond amerikanisering. Vanaf midden jaren 1950 vormden zich specifieke jongerenculturen:

Nozems: besteedden hun geld aan brommers, leren jasjes en muziek.

Provo's: daagden de politie uit en wilden de samenleving veranderen.

Hippies: verzette zich tegen de consumptiemaatschappij en wilden op een vredige manier samenleven, herkenbaar aan lange haren, fleurige tweedehandskleding en sandalen.

Maatschappelijke veranderingen door jongeren

Vanaf 1960 werden jongeren steeds kritischer en wilden zij hun eigen keuzes maken. Dit past bij de trend van individualisering. Dit leidde tot drie grote maatschappelijke veranderingen:

1.Democratisering: jongeren eisten inspraak en medezeggenschap in het gezin, op scholen en binnen politieke partijen.

2.Secularisatie (of ontkerkelijking): steeds minder mensen geloofden of hoorden bij een kerk.

3.Ontzuiling: de invloed van de maatschappelijke zuilen nam af, waardoor verzuilde partijen minder stemmen kregen en nieuwe politieke partijen ontstonden.

De tweede feministische golf

Ook vrouwen eisten meer vrijheid en gelijke rechten. Veel meisjes gingen tot dan toe minder lang naar school en hadden geen betaalde baan. Tijdens de tweede feministische golf in de jaren 1960 en 1970 voerden feministen actie om bestaande rollenpatronen te doorbreken. Zij eisten beter geregelde kinderopvang, mogelijkheden voor deeltijdwerk en gelijke beloning voor gelijk werk. Hierdoor gingen steeds meer meisjes hoger onderwijs volgen en kwamen er meer werkende vrouwen.

Economie en politiek vanaf de jaren 1980

In de jaren 1970 kwam er een einde aan de economische groei, wat in de jaren 1980 leidde tot een langdurige economische crisis en hoge werkloosheid.

Oorzaken van de economische crisis

De crisis had twee belangrijke oorzaken:

Hoge loonkosten en concurrentie: door de hoge lonen waren Nederlandse producten duur vergeleken met het buitenland. Bedrijven verplaatsten fabrieken naar lagedaaglanden of investeerde in automatisering, waarbij machines en computers het werk van mensen overnamen.

Hoge kosten van de verzorgingsstaat: door de stijgende werkloosheid moest de overheid meer uitkeringen betalen, terwijl er minder belasting geld binnenkwam.

Het poldermodel en herstel

Om de crisis te bezweren, sloot de regering afspraken met werkgevers en vakbonden. Deze vorm van overleg en samenwerking heet het poldermodel. Er werden twee belangrijke maatregelen genomen:

de lonen werden verlaagd om de internationale concurrentiepositie te verbeteren;

er werd bezuinigd op de verzorgingsstaat door uitkeringen te verlagen en de voorwaarden te verstrengen.

In de jaren 1990 leefde de economie weer op. De werkloosheid nam af en de werkgelegenheid verschoof grotendeels van de industrie naar de dienstensector, zoals banen bij de overheid, banken, ict, het onderwijs en de gezondheidszorg.

Politieke ontwikkelingen

Door het poldermodel en de samenwerking in kabinetten werd de oude tegenstelling tussen socialisten en liberalen kleiner. Vanaf de jaren 1990 ontstond er echter bij een groeiende groep burgers een gevoel dat politici niet naar hen luisterden. Dit leidde tot de opkomst van het populisme: een politieke beweging die zegt op te komen voor de belangen van het 'volk' en zich afzet tegen de gevestigde politieke orde.