Les over 4 De Sovjet-Unie, 1922-1939

Les over 4 De Sovjet-Unie, 1922-1939

Gemaakt door Ainstein
4 De Sovjet-Unie, 1922-1939
Deze video bestaat uit
  • Totalitarisme en de Sovjet-UnieTotalitarisme en de Sovjet-Unie
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:24
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe veranderde de Sovjet-Unie tussen 1922 en 1939?

Leerdoelen

Je kunt uitleggen hoe Stalin de economie van de Sovjet-Unie veranderde met de planeconomie en collectivisatie.

Je kunt beschrijven hoe de Sovjet-Unie onder Stalin zich ontwikkelde tot een totalitaire staat door indoctrinatie en terreur.

Je kunt verklaren waarom de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland in 1939 een niet-aanvalsverdrag sloten.

Belangrijke jaartallen

1917: Lenin verandert Rusland in een communistische dictatuur.

1922: De oprichting van de Sovjet-Unie.

1928: Onder leiding van Stalin begint de industrie in de Sovjet-Unie sterk te groeien.

1929: Uitbraak van een wereldwijde economische crisis, terwijl de Sovjet-economie doorgroeit.

1936-1938: De periode van de Grote Terreur waarin Stalin grootschalige zuiveringen uitvoert.

29 augustus 1939: Duitsland en de Sovjet-Unie sluiten een niet-aanvalsverdrag.

Van Lenin naar Stalin

In 1917 had Lenin Rusland veranderd in een communistische dictatuur. Vanaf 1922 kreeg het land de naam Sovjet-Unie. Hoewel het communisme gelijkheid beloofde, verbeterde het leven van de gewone Russen nauwelijks. Na de dood van Lenin nam zijn opvolger, Stalin, de macht over. Hij vergrootte de controle over de bevolking aanzienlijk en bouwde de Sovjet-Unie om tot een totalitaire staat.

Lenin en Stalin zittend op een bankje in 1922, de periode waarin de Sovjet-Unie werd opgericht.
Lenin en Stalin zittend op een bankje in 1922, de periode waarin de Sovjet-Unie werd opgericht.

Stalins economische veranderingen

Vanaf 1928 greep Stalin hard in om de economie van de Sovjet-Unie volledig te moderniseren. Hij wilde van het land snel een machtige arbeidersstaat maken met een sterke industrie.

De planeconomie

Stalin schafte de vrije markt af en voerde een planeconomie in. Dit is een economisch systeem dat volledig door de staat wordt geleid. De staat bezit alle fabrieken en landbouwgrond, stelt de prijzen en lonen vast, en concurrentie is verboden. Om de productie doelgericht te verhogen, maakte de regering gebruik van vijfjarenplannen. In deze plannen lag voor vijf jaar vastgelegd wat en hoeveel er geproduceerd moest worden.

Groei van de industrie

Onder leiding van de staat werden er in korte tijd enorm veel fabrieken gebouwd. Hier werden vooral staal, machines, vrachtauto's en tractoren geproduceerd. Ook het spoorwegennet werd flink uitgebreid. Terwijl in 1929 in de rest van de wereld een zware economische crisis uitbrak, groeide de industrie in de Sovjet-Unie juist in hoog tempo door.

Collectivisatie van de landbouw

Ook de landbouw moest moderner en efficiënter worden. Stalin wilde de landbouwopbrengsten verhogen om een deel ervan aan het buitenland te verkopen. Met dat geld kon hij de industrialisatie financieren. Het voerde daarom de collectivisatie in. Dit betekende dat zelfstandige boerderijen werden samengevoegd tot grote staatsboerderijen. Boeren verloren hun eigen grond en moesten als loonarbeiders voor de staat gaan werken. De opbrengst van het land ging volledig naar de overheid. De collectivisatie leidde tot enorm verzet. Veel boeren weigerden hun geboortegrond af te staan en slachtten liever hun eigen vee dan het aan de staat te geven. Stalin sloeg dit verzet meedogenloos neer: honderdduizenden boeren werden opgesloten of vermoord, en de staat nam alle oogsten in beslag. Dit veroorzaakte een gigantische kunstmatige hongersnood waarbij miljoenen mensen stierven.

Leven in een totalitaire staat

Onder Stalin veranderde de Sovjet-Unie in een extreme totalitaire staat. Deze specifieke, wrede manier van besturen wordt ook wel het stalinisme genoemd. Stalin controleerde hiermee elk aspect van het politieke, economische, culturele en sociale leven.

Indoctrinatie en persoonsverheerlijking

Om de steun van de burgers te krijgen, probeerde de Communistische Partij de gedachten en het gedrag van de bevolking volledig te beheersen. Dit gebeurde door middel van indoctrinatie: het systematisch opdringen van communistische ideeën. De staat gebruikte hiervoor verschillende middelen:

Propaganda: Overal hingen posters die de successen van de partij prezen en arbeiders aanspoorden om hard te werken.

Censuur: De overheid controleerde streng alle berichtgeving op de radio en in kranten; kritiek was verboden.

Onderwijs en jeugd: Alleen communistische jeugdverenigingen waren toegestaan en op school leerden kinderen uitsluitend over het communisme.

Binnen deze propaganda werd Stalin als een soort god afgebeeld. Deze extreme vorm van persoonsverheerlijking zorgde ervoor dat hij zijn macht als absolute alleenheerser kon behouden en vergroten.

Terreur en zuiveringen

Wie kritiek had op het regime, liep het risico te worden opgepakt door de geheime politie. Stalin was extreem achterdochtig en bang dat anderen machtiger zouden worden dan hij. Tussen 1936 en 1938 voerde hij daarom grote politieke zuiveringen uit, een periode die bekendstaat als de Grote Terreur. Hierbij liet hij legerleiders, belangrijke partijleden en honderdduizenden willekeurige burgers arresteren. Veel verdachten werden veroordeeld tijdens een showproces. Dit is een rechtszaak waarvan de schuldige uitkomst al van tevoren vaststaat, met als doel de rest van de bevolking angst in te boezemen. De veroordeelden werden direct geëxecuteerd of verbannen naar een strafkamp waar zij onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Hierdoor leefden de inwoners van de Sovjet-Unie in constante angst.

De relatie met nazi-Duitsland

Hoewel de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland beide totalitaire staten waren, stonden hun ideologieën lijnrecht tegenover elkaar. De Sovjet-Unie was extreemlinks en streefde naar volledige gelijkheid. Nazi-Duitsland was extreemrechts en stelde nationalisme centraal.

Aartsvijanden

Hitler en Stalin waren elkaars aartsvijanden. Hitler zag het communisme als een groot gevaar en vreesde een communistische revolutie in Duitsland. Stalin wist op zijn beurt dat Hitler in het oosten Lebensraum (leefruimte) wilde veroveren en dat Duitsland vroeg of laat ook de Sovjet-Unie zou binnenvallen.

Het niet-aanvalsverdrag

Toch sloten de twee landen op 29 augustus 1939 verrassend een niet-aanvalsverdrag. Hierin beloofden ze elkaar niet aan te vallen en elkaars vijanden niet te helpen. In een geheim gedeelte van dit verdrag spraken ze af om Polen gezamenlijk aan te vallen en het grondgebied tussen beide landen te verdelen. Beide leiders hadden hun eigen strategische redenen om dit verdrag te sluiten:

Stalin wist dat Duitsland hem uiteindelijk zou aanvallen, maar wilde tijd winnen (tijd rekken) om zijn eigen leger beter op te bouwen.

Hitler wilde voorkomen dat hij op twee fronten tegelijk moest vechten. Door het verdrag wist hij zeker dat de Sovjet-Unie hem niet in de rug zou aanvallen terwijl hij West-Europa veroverde.