Les over §1 De achtergrond van het conflict

Les over §1 De achtergrond van het conflict

Gemaakt door Ainstein
§1 De achtergrond van het conflict
Deze video bestaat uit
  • De achtergrond van het Israëlisch-Palestijns conflictDe achtergrond van het Israëlisch-Palestijns conflict
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:16
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

De achtergrond van het conflict in het Midden-Oosten

Leerdoelen

Je kunt de situatie in het Midden-Oosten rond 1900 en het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk uitleggen.

Je kunt omschrijven wat het Arabisch nationalisme inhoudt en welke belofte de Britten aan de Arabieren deden.

Je kunt het zionisme, antisemitisme en de oorzaken van Joodse migratie naar Palestina verklaren.

Je kunt uitleggen hoe tegenstrijdige Britse beloftes en de Balfour-verklaring leidden tot spanningen in het mandaatgebied Palestina.

Belangrijke jaartallen

1450-1918: het Ottomaanse Rijk bestaat met Istanbul als hoofdstad.

1914-1918: tijdens de Eerste Wereldoorlog veroveren westerse landen een groot deel van het Ottomaanse Rijk.

1915: de Britse regering belooft steun voor het stichten van een eigen Arabische staat.

1917: de Britse minister Balfour belooft de zionisten steun voor een nationaal tehuis in Palestina.

1918: na de Eerste Wereldoorlog worden de veroverde gebieden opgeknipt in mandaatgebieden.

1933: Adolf Hitler komt aan de macht in Duitsland, waardoor meer Joden naar Palestina emigreren.

Het Midden-Oosten van 1900 tot 1939

Rond 1900 hoorde een groot deel van het islamitische Midden-Oosten bij het Ottomaanse Rijk. Dit was het Turkse rijk dat tussen 1450 en 1918 bestond, met Istanbul als hoofdstad. In de negentiende eeuw verzwakte dit rijk steeds meer, waardoor het niet meer op kon boksen tegen imperialistische westerse landen zoals Frankrijk en Groot-Brittannië. Economisch gezien was het Midden-Oosten sterk achtergebleven. De bevolking bestond voornamelijk uit arme Arabisch sprekende boeren, die hard moesten werken voor steenrijke grootgrondbezitters en Turkse machthebbers. Industrie was er nauwelijks. In het begin van de twintigste eeuw werden er enorme olievelden ontdekt in het Midden-Oosten. Door de opkomst van de auto en het vliegtuig nam de westerse vraag naar aardolie snel toe. Westerse landen probeerden daarom steeds meer invloed in de regio te krijgen.

Kaart van het Ottomaanse Rijk in 1899 met de bestuurlijke verdeling en gebieden (Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ottoman_Empire_Administrative_Divisions.png)
Kaart van het Ottomaanse Rijk in 1899 met de bestuurlijke verdeling en gebieden (Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ottoman_Empire_Administrative_Divisions.png)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veroverden westerse landen een groot deel van het Ottomaanse Rijk, waardoor uiteindelijk alleen Turkije overbleef. Na 1918 worden de veroverde gebieden opgeknipt in mandaatgebieden. Dit waren gebieden die door Groot-Brittannië en Frankrijk werden bestuurd in opdracht van de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties). Het doel was dat deze gebieden op termijn zelfbestuur zouden krijgen.

Arabisch nationalisme en het Britse mandaat

Een van de Britse mandaatgebieden was Palestina. Hoewel de Arabische inwoners blij waren met het einde van de Turkse overheersing, waren zij niet blij met het nieuwe Britse bestuur. Onder veel Arabieren leefde het Arabisch nationalisme: het streven naar een eigen, onafhankelijke Arabische staat in het Midden-Oosten die bestuurd zou worden door Arabieren. De Britse regering had al in 1915 beloofd dat zij de stichting van zo'n Arabische staat zou steunen. De Arabieren gingen er daarom van uit dat die staat er snel zou komen en dat ook Palestina daartoe zou behoren.

Joden in Europa, antisemitisme en het zionisme

Ondertussen woonden Joden al eeuwenlang als minderheid verspreid over Europa. Omdat zij niet christelijk waren, kregen zij te maken met discriminatie en Jodenhaat, wat we antisemitisme noemen. In West-Europa werd dit na 1800 minder gewelddadig, maar in Oost-Europa leefden veel armere Joden gescheiden van de rest van de samenleving. Bij maatschappelijke spanningen werden zij het slachtoffer van pogroms: gewelddadige en georganiseerde aanvallen op Joden waartegen overheden nauwelijks optraden. Rond 1900 raakten veel Joden ervan overtuigd dat discriminatie alleen gestopt kon worden door het stichten van een eigen staat. Dit Joodse nationalisme wordt het zionisme genoemd. Zionisten wilden deze staat stichten in Palestina, omdat zij dit zagen als hun historische herkomstland waar hun heilige plaatsen lagen. Dat Palestina al bewoond werd door Arabieren, vonden de meeste zionisten geen bezwaar.

De Balfour-verklaring en oplopende spanningen

Net als de Arabieren zochten de zionisten steun bij Europese overheden. In 1917 beloofde de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur Balfour, steun aan de zionisten. Deze belofte van Balfour hield in dat de Joden in Palestina een 'nationaal tehuis' mochten stichten, mits de rechten van de niet-Joodse bevolking gerespecteerd werden. Hierdoor ontstond een groot probleem: de Britten hadden immers hetzelfde gebied in 1915 al aan de Arabieren beloofd. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisden steeds meer Joden naar Palestina, onder meer uit Rusland waar hevig antisemitisme heerste. Toen Adolf Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht kwam en zijn antisemitische beleid voerde, emigreerden nog meer Joden naar Palestina om de dreiging te ontvluchten. De Arabische inwoners van Palestina accepteerden deze grote instroom van migranten niet. Veel Palestijnse boeren raakten hun werk en grond kwijt. Dit leidde tot onderlinge confrontaties, waardoor er al vóór de Tweede Wereldoorlog grote spanningen en geweld ontstonden tussen Joden en Palestijnen.