Les over Hoofdstuk 5 | De Koude Oorlog
Na de Tweede Wereldoorlog
Het Einde van de Koude Oorlog

De Koude Oorlog: verdeling van Europa en val van de Muur
Leerdoelen
•Je kunt de kenmerken van de Koude Oorlog benoemen.
•Je kunt de betekenis van het IJzeren Gordijn uitleggen.
•Je kunt de afspraken benoemen die de geallieerden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog maakten.
•Je kunt de verschillen tussen het Oostblok en het Westblok beschrijven.
•Je kunt de twee machtsblokken identificeren die na de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar kwamen te staan.
•Je kunt de verschillen tussen het communisme en het kapitalisme uitleggen.
•Je kunt de functies van de VN, de NAVO en het Warschaupact benoemen.
•Je kunt verschillende conflicten en crises tijdens de Koude Oorlog, zoals de Korea-oorlog en de Cubacrisis, beschrijven.
•Je kunt de reacties van de Sovjet-Unie op politieke veranderingen in Oost-Europese landen analyseren.
•Je kunt de invloed van de geallieerden op de samenleving en de economie in Duitsland beschrijven.
•Je kunt de oorzaken voor de verdeling van Duitsland en Berlijn verklaren.
•Je kunt de verschillen in het leven tussen West-Duitsland, Oost-Duitsland en Berlijn vergelijken.
•Je kunt de werking van het Marshallplan en de gevolgen van de Blokkade van Berlijn uitleggen.
•Je kunt de reden voor de bouw van de Berlijnse Muur benoemen.
•Je kunt de veranderingen die Gorbatsjov in gang zette omschrijven.
•Je kunt het proces rondom de val van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn beschrijven.
•Je kunt de betekenis van de Duitse eenwording voor de Duitse bevolking uitleggen.
•Je kunt de begrippen perestrojka en glasnost definiëren.
•Je kunt spotprenten over de politieke veranderingen tussen 1985 en 1990 interpreteren.
•Je kunt de redenen benoemen waarom Nederland na de oorlog een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten was.
•Je kunt verklaren waardoor Nederland een kritische bondgenoot van de Verenigde Staten werd.
•Je kunt de verandering in de verhouding tussen Nederland en de Verenigde Staten na 1989 beschrijven.
•Je kunt de invloed van de Marshallhulp op de Nederlandse wederopbouw toelichten.
•Je kunt verworven kennis over de Koude Oorlog toepassen bij het oplossen van examenopdrachten.
•Je kunt de belangrijkste begrippen en de chronologie van de Koude Oorlog samenvatten.
Belangrijke jaartallen
•1945: begin van de Koude Oorlog en de oprichting van de Verenigde Naties.
•1947: introductie van het Marshallplan door de Verenigde Staten.
•1948-1949: Blokkade van Berlijn door de Sovjet-Unie en de daaropvolgende westerse luchtbrug.
•1949: oprichting van de NAVO en het ontstaan van de BRD en de DDR.
•1950-1953: Korea-oorlog tussen het communistische Noorden en het kapitalistische Zuiden.
•1955: oprichting van het Warschaupact door de Sovjet-Unie en haar bondgenoten.
•1955-1975: Vietnamoorlog waarin de VS strijden tegen het communistische noorden.
•1956: Hongaarse Opstand door de Sovjet-Unie met geweld neergeslagen.
•1961: bouw van de Berlijnse Muur om de vluchtelingenstroom uit de DDR te stoppen.
•1962: Cubacrisis brengt de wereld op de rand van een atoomoorlog.
•1968: Praagse Lente neergeslagen door de Sovjet-Unie.
•1985: Gorbatsjov wordt leider van de Sovjet-Unie en introduceert perestrojka en glasnost.
•1989: val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog.
•1990: officiële Duitse eenwording.
•1991: uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het Warschaupact.
Het ontstaan van de Koude Oorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten samen tegen nazi-Duitsland en Japan. Omdat zij samenwerkten, werden deze landen de geallieerden genoemd. Ondanks hun samenwerking bestond er vóór de oorlog al veel wantrouwen tussen de westerse landen en de Sovjet-Unie. De westerse landen vonden het communisme een grote bedreiging, terwijl de Russen op hun beurt het Westen niet vertrouwden. In 1939 sloot de Russische leider Stalin een niet-aanvalsverdrag met Hitler. Toen Duitsland in 1941 toch de Sovjet-Unie binnenviel, sloten de westerse landen een bondgenootschap met de Russen om Hitler te verslaan.

In februari 1945 kwamen de Britse premier Churchill, de Amerikaanse president Roosevelt en Stalin bijeen op de Conferentie van Jalta. Ze maakten twee cruciale afspraken voor de periode na de oorlog:
•Grote delen van Oost-Europa kwamen onder controle van de Sovjet-Unie te staan.
•Duitsland en de hoofdstad Berlijn werden verdeeld in vier bezettingszones, beheerd door de geallieerden.
Nadat Duitsland en Japan zich in 1945 overgaven, viel de samenwerking tussen de overwinnaars al snel uiteen. De periode van spanningen en wapenwedloop die hierop volgde tussen 1945 en 1989 noemen we de Koude Oorlog. Het noemden men een 'koude' oorlog omdat de twee supermachten nooit rechtstreeks een grote militaire strijd met elkaar voerden.
Twee tegengestelde systemen
De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie waren in 1946 de machtigste landen ter wereld. Ze beschikten over een groot grondgebied, een sterk leger en een snelgroeiende economie. In 1945 veroorzaakten de VS een schok door de atoombom in te zetten; in 1949 ontwikkelde de Sovjet-Unie haar eigen atoombom. Naast deze militaire macht stonden twee volstrekt tegengestelde maatschappijsystemen tegenover elkaar:
•kapitalisme: een economisch systeem waarbij grond, grondstoffen en fabrieken eigendom zijn van vrije ondernemers. De overheid bemoeit zich weinig met de economie. Dit systeem hoort bij een democratie, waarin burgers via vrije verkiezingen op meerdere politieke partijen kunnen stemmen.
•communisme: een economisch systeem waarbij grond, grondstoffen en fabrieken eigendom zijn van de staat. De regering bepaalt wat er gemaakt wordt en hoe hoog lonen en prijzen zijn. Politiek gezien was de Sovjet-Unie een dictatuur waarin alleen de Communistische Partij was toegestaan.
Vorming van machtsblokken: Oost en West
In 1945 werden de Verenigde Naties (VN) opgericht: een internationale organisatie waarin bijna alle landen vertegenwoordigd zijn om toezicht te houden op de wereldwijde vrede en veiligheid. Ondanks de oprichting van de VN raakte de wereld verdeeld in twee invloedssferen of machtsblokken:
•Oostblok: bestaande uit de Sovjet-Unie en communistische Oost-Europese landen. De Sovjet-Unie gebruikte deze landen als een 'buffer' om zich te beschermen tegen toekomstige aanvallen uit het westen.
•Westblok: bestaande uit de Verenigde Staten en West-Europese landen die kozen voor een democratisch en kapitalistisch systeem.
De grens die deze twee blokken van elkaar scheidde, noemde men het IJzeren Gordijn: een zwaarbewaakte grens met prikkeldraad, mijnenvelden en wachttorens die van 1945 tot 1989 dwars door Europa liep.

Om zich te verdedigen tegen het communisme richtten de westerse landen in 1949 de NAVO op: een militair bondgenootschap van de Verenigde Staten, Canada en West-Europese landen. Als reactie hierop oprichtte de Sovjet-Unie in 1955 het Warschaupact op: een militair verbond tussen de Sovjet-Unie en de Oostbloklanden.
Conflicten en crises tijdens de Koude Oorlog
Hoewel de VS en de Sovjet-Unie nooit rechtstreeks met elkaar vochten, raakten ze wereldwijd betrokken bij zogeheten 'hete' conflicten en crises:
•Korea-oorlog (1950-1953): in juni 1950 viel het communistische Noord-Korea het kapitalistische Zuid-Korea aan. De VS stuurden snel troepen om het zuiden te beschermen. Na drie jaar strijd bleef de grens vrijwel ongewijzigd.
•Hongaarse Opstand (1956): in oktober 1956 kwamen Hongaren in opstand tegen de communistische overheersing. Zij eisten democratie en het vertrek van de Russische troepen. In november 1956 sloeg het Russische leger de opstand met tanks bloedig neer.
•Cubacrisis (1962): in oktober 1962 ontdekten de VS dat de Sovjet-Unie raketten plaatste op Cuba. De Amerikaanse president blokkeerde Cuba met marineschepen. Na zes spannende dagen haalden de Russen de raketten weg, waarmee een mogelijke atoomoorlog werd afgewend.
•Praagse Lente (1968): de nieuwe leider van Tsjecho-Slowakije, Alexander Dubček, probeerde het communisme te hervormen met meer vrijheid en democratie. In augustus 1968 bezetten Sovjettanks het land om de hervormingen te stoppen.
•Vietnamoorlog (1955-1975): een langdurige strijd tussen het communistische Noord-Vietnam en het kapitalistische Zuid-Vietnam. Ondanks de inzet van honderdduizenden Amerikaanse soldaten behaalden de communisten in 1975 de overwinning en werd heel Vietnam communistisch.
Duitsland en Berlijn verdeeld
Na de overwinning in 1945 verdeelden de geallieerden Duitsland en de hoofdstad Berlijn in vier bezettingszones: een Amerikaanse, Britse, Franse en Sovjetzone. Berlijn lag in zijn geheel in het oostelijke gebied waar de Russen de baas waren. De visies op de wederopbouw van Duitsland liepen sterk uiteen. De Sovjet-Unie wilde Duitsland economisch uitbuiten en invoeren van het communisme, terwijl het Westen Duitsland juist wou helpen herstellen.

In 1947 lanceerde de Amerikaanse regering het Marshallplan: een omvangrijk economisch steunprogramma waarbij miljarden dollars en hulpgoederen aan Europese landen werden geschonken. Dit plan stimuleerde het herstel van de westerse economieën en creëerde afzetmarkten voor Amerikaanse producten. De drie westelijke zones van Duitsland kregen ook Marshallhulp, wat leidde tot een snelle economische opbloei. Stalin verbood de Oost-Europese landen en zijn Duitse zone om deze hulp te accepteren.
De Blokkade van Berlijn en het ontstaan van twee Duitse staten
Toen de westerse geallieerden een nieuwe Duitse munt invoerden, reageerde Stalin met de Blokkade van Berlijn (juni 1948 – mei 1949). De Sovjet-Unie sloot alle wegen, spoorlijnen en waterwegen naar West-Berlijn af om de westerse geallieerden uit de stad te hongeren en te verjagen. Westerse landen reageerden door bijna een jaar lang voorraden via een grootschalige luchtbrug met vliegtuigen aan te voeren, waarna Stalin de blokkade opgaf. In 1949 leidde deze crisis tot de definitieve verdeling van Duitsland in twee aparte staten:
•Bondsrepubliek Duitsland (BRD): West-Duitsland, gevormd uit de drie westerse zones. Het was een democratisch en kapitalistisch land met Bonn als nieuwe hoofdstad.
•Duitse Democratische Republiek (DDR): Oost-Duitsland, gevormd uit de Sovjetzone. Het was een communistische dictatuur onder controle van Moskou.
In de DDR werden bedrijven omgevormd tot staatsbedrijven: bedrijven die volledig eigendom waren van de staat, die bepaalde wat er werd geproduceerd. Hoewel de DDR goedkope huurwoningen, goedkope energie en gratis gezondheidszorg bood, ontbraken politieke vrijheid en democratie.
De bouw van de Berlijnse Muur
Omdat de levensstandaard en vrijheid in het Westen veel hoger lagen, ontvluchtten miljoenen Oost-Duitsers via het nog openstaande West-Berlijn het communistische regime. Om deze leegloop van jonge, hoogopgeleide mensen te stoppen, liet de Oost-Duitse leiding in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 de Berlijnse Muur bouwen. Deze zwaarbewaakte betonmuur scheidde Oost- en West-Berlijn volledig en werd het symbool van de Koude Oorlog.
Het einde van de Koude Oorlog en de Duitse eenwording
Gedurende de Koude Oorlog raakten de supermachten verwikkeld in een hevige wapenwedloop: een voortdurende race om meer en krachtigere (kern)wapens te bezitten dan de tegenstander. Deze wedloop kostte enorm veel geld. Tegen de jaren '80 raakte de Sovjet-economie uitgeput door de hoge militaire uitgaven en inefficiënte staatsbedrijven.

In 1985 trad Michail Gorbatsjov aan als nieuwe leider van de Sovjet-Unie. Om het land te redden, voerde hij twee grote hervormingen door:
•perestrojka: Russisch voor 'verandering' of 'hervorming'. Dit hield in dat de overheid zich minder met de economie bemoeide en burgers kleine privébedrijven mochten starten.
•glasnost: Russisch voor 'openheid'. Dit gaf burgers meer vrijheid van meningsuiting en zorgde voor meer transparantie in het bestuur.
Daarnaast zette Gorbatsjov in op ontwapening (het verminderen van het aantal wapens) en kondigde hij aan dat de Sovjet-Unie niet langer militair zou ingrijpen in Oost-Europese satellietstaten.

De val van de Muur en de Duitse hereniging
De hervormingen van Gorbatsjov veroorzaakten een golf van protesten in Oost-Europa. In de DDR eiste de bevolking meer vrijheid. De massale demonstraties dwongen de Oost-Duitse regering om op 9 november 1989 de grensovergangen te openen. Dit betekende de val van de Berlijnse Muur.

Na vrije verkiezingen in de DDR besloten de bevolking en politici tot hereniging. Op 3 oktober 1990 vond de officiële Duitse eenwording plaats. De omschakeling naar het kapitalisme zorgde in het oosten aanvankelijk voor stijgende prijzen en werkloosheid doordat oude staatsbedrijven failliet gingen, maar Oost-Duitsers verkregen volledige politieke vrijheid. In 1991 vielen zowel het Warschaupact als de Sovjet-Unie definitief uiteen, wat het officiële einde van de Koude Oorlog markeerde. Veel voormalige Oostbloklanden werden lid van de NAVO en traden in 2004 toe tot de Europese Unie: een hecht economisch en politiek samenwerkingsverband van Europese landen.
Nederland tijdens de Koude Oorlog
Na de bevrijding in 1945 kampte Nederland met enorme oorlogsschade aan steden, fabrieken en infrastructuur. Het economische herstel kwam moeizaam op gang. Vanaf 1948 zorgde de Amerikaanse Marshallhulp voor een snelle economische wederopbouw. Nederland gebruikte de dollars om grondstoffen te kopen in de VS en producten voor de export te maken. De Verenigde Staten gebruikten de financiële steun ook als politiek drukmiddel op Nederland:
•Toen Nederland in 1949 legeracties uitvoerde tegen Indonesische nationalisten, dreigden de VS de Marshallhulp te stoppen, waardoor Nederland toegaf en Indonesië de onafhankelijkheid verleende.
•In 1950 dwongen de VS via dreiging met het stopzetten van hulp af dat Nederland troepen en marineschepen stuurde naar de Korea-oorlog.
Van trouwe naar kritische bondgenoot
In de eerste decennia na de oorlog was Nederland een zeer trouwe bondgenoot van de VS, mede uit angst voor de Sovjet-Unie. Nederland trad in 1949 direct toe tot de NAVO. Vanaf de tweede helft van de jaren '60 veranderde deze houding. De gruwelijke beelden van de Vietnamoorlog (1955-1975) leidden tot grote maatschappelijke en politieke protesten. Nederland veranderde in een kritische bondgenoot die Amerikaanse besluiten niet meer zomaar opvolgde. Toen de VS eind jaren '70 besloten om kruisraketten met kernwapens in Nederland te plaatsen als antwoord op Sovjet-raketten, gingen honderdduizenden Nederlanders de straat op. Door de ontwapeningsafspraken tussen Gorbatsjov en Reagan zijn deze raketten uiteindelijk nooit geplaatst. Na het einde van de Koude Oorlog in 1989 bleven de VS over als enige mondiale supermacht, en bleef Nederland nauw samenwerken met de Amerikanen in internationale vredesmissies, zoals tijdens de burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina (1992-1995).