Les over §4 De vrouwenbeweging

Les over §4 De vrouwenbeweging

Gemaakt door Ainstein
§4 De vrouwenbeweging
Deze video bestaat uit
  • veranderingen vanaf de jaren zestigveranderingen vanaf de jaren zestig
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 01:25
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe veranderde de vrouwenbeweging de positie van de vrouw?

Leerdoelen

Je kunt de rolverdeling tussen mannen en vrouwen na de oorlog uitleggen.

Je kunt de wijze waarop vrouwen veranderingen afdwongen beschrijven.

Je kunt de verandering in de positie van de vrouw vanaf de jaren 60 verklaren.

Belangrijke jaartallen

1955: afschaffing van de wet die getrouwde vrouwelijke ambtenaren en onderwijzeressen verplichtte te stoppen met werken.

jaren 60: ontstaan van de tweede feministische golf in Nederland.

1968: invoering van de nieuwe onderwijswet waardoor gemengd onderwijs ontstond en meisjes gelijke kansen kregen.

jaren 70: oprichting van de moedermavo's voor vrouwen met kinderen.

1971: invoering van de nieuwe echtscheidingswet die scheiden gemakkelijker maakte.

1975: invoering van de wet op gelijke beloning voor mannen en vrouwen bij hetzelfde werk.

1980: invoering van de abortuswet en overheidscampagnes voor meisjes in de techniek.

1988: besluit tot positieve discriminatie door de overheid om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen.

Mannen- en vrouwentaken na de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog werd het gezin gezien als de basis van de samenleving, wat rust en veiligheid bood. De overheid voerde een gezinspolitiek: gezinnen waarin alleen de vader werkte, kregen financiële en fiscale voordelen. Salarissen waren gebaseerd op één inkomen per gezin. Tot 1955 verplichtte een wet bovendien dat vrouwelijke ambtenaren en onderwijzeressen werden ontslagen wanneer zij trouwden. Werkende vrouwen verdienden daarnaast minder dan mannen. Er geld een vast rollenpatroon: mannen werkten buitenshuis, terwijl getrouwde vrouwen voor het huishouden en de kinderen zorgden. Zonder moderne huishoudelijke apparaten kostte dit huishoudelijke werk gemiddeld meer dan 70 uur per week. Dit rollenpatroon bepaalde ook de opvoeding en scholing. Meisjes gingen naar de huishoudschool om te leren koken en schoonmaken voor een toekomst thuis. Jongens leerden een vak om later geld te verdienen.

De tweede feministische golf en actiegroepen

In de jaren 60 zorgden economische groei en een stijgende vraag naar arbeid voor verandering. De komst van nieuwe apparaten, zoals de wasmachine, maakte het huishoudelijke werk lichter. Nadat de eerste feministische golf rond 1900 het algemeen kiesrecht had bereikt, ontstond in de jaren 60 de tweede feministische golf. Deze beweging wilde bestaande rollenpatronen doorbreken en vrouwen meer keuzevrijheid geven. Vrouwen richtten actiegroepen op en eisten:

gelijke kansen in opleiding en werk;

verandering van het vaste rollenpatroon;

gelijke beloning bij gelijk werk.

Een bekende actiegroep was Dolle Mina, die met speelse acties veel media-aandacht trok. Ze bezetten bijvoorbeeld een opleidingsinstituut voor managers waar vrouwen niet werden toegelaten, en demonstreerden tegen het kerkelijke verbod op voorbehoedsmiddelen. Dolle Mina eiste dat de pil in het ziekenfondspakket kwam en dat vrouwen recht kregen op abortus, zodat zij zelf konden beslissen over hun gezinsplanning.

De veranderende positie van de vrouw vanaf de jaren 60

De overheid kwam met verschillende wetten en maatregelen tegemoet aan de eisen van de vrouwenbeweging:

1.De nieuwe onderwijswet uit 1968: aparte meisjesscholen verdwenen, waardoor jongens en meisjes dezelfde onderwijskansen kregen en meisjes hun achterstand snel inliepen.

2.De oprichting van moedermavo's in de jaren 70: scholen met overdag les voor moeders met kinderen.

3.De echtscheidingswet uit 1971: scheiden werd hiermee aanzienlijk gemakkelijker.

4.De wet uit 1975: mannen en vrouwen moesten bij dezelfde baan hetzelfde loon ontvangen.

5.De wet uit 1980: abortus werd onder bepaalde voorwaarden wettelijk toegestaan.

6.Overheidscampagnes om meer meisjes te stimuleren voor een technische opleiding te kiezen.

Vanaf de jaren 80 maakten deeltijdbanen het voor vrouwen makkelijker om werk en huishouden te combineren. Omdat eind jaren 80 slechts iets meer dan 30% van de vrouwen twaalf uur of meer per week werkte, voerde de overheid in 1988 positieve discriminatie in. Hierbij kregen vrouwen bij gelijke geschiktheid voorrang bij sollicitaties. Dit beleid had succes: in 1999 werkte meer dan de helft van de vrouwen twaalf uur of meer per week. Ondanks deze vooruitgang verdienen vrouwen nog steeds niet altijd evenveel als mannen en besteden zij wekelijks gemiddeld zo'n dertig uur aan het huishouden.