Les over §3 Jongeren willen een eigen leven
veranderingen vanaf de jaren zestig

Hoe kregen jongeren een eigen leven en jeugdcultuur?
Leerdoelen
•Je kunt het leven van jongeren in de jaren 50 beschrijven.
•Je kunt de verschillende jeugdculturen tot en met de jaren 90 beschrijven.
•Je kunt de oorzaken en gevolgen van de opkomst van jeugdculturen analyseren.
Belangrijke jaartallen
•Eind jaren 50: de welvaart begint te stijgen en de eerste jeugdcultuur ontstaat.
•1961: de vijfdaagse werkweek wordt ingevoerd, wat zorgt voor meer vrije tijd.
•Midden jaren 60: de provo's komen op in Amsterdam en dagen het gezag uit.
•Eind jaren 60: de hippiebeweging waait over van Amerika naar Europa.
•Eind jaren 70: de punkbeweging ontstaat als reactie op de economische crisis.
•Jaren 90: de gabbercultuur ontstaat rond grootschalige feesten en snelle dancemuziek.
Jong zijn in de jaren 50
In de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog stond Nederland in het teken van herstel. Industrieën, havens, huizen en wegen moesten opnieuw worden opgebouwd. De meeste werknemers werkten zes dagen per week tegen een laag loon. Tijd en geld voor ontspanning waren er nauwelijks. In het gezinsleven speelden de kerk, het luisteren naar een hoorspel op de radio en familiebezoek de hoofdrol.

In deze periode leefden mensen dicht op elkaar en was er een sterke sociale controle: familieleden, vrienden en buren hielden je gedrag in de gaten en zeiden er iets van als je je anders gedroeg dan anderen. Jongeren woonden bij hun ouders tot ze trouwden, gaven een deel van hun loon af en hadden toestemming van hun ouders nodig voor een relatie. Zoenen op straat of samenwonen werd niet geaccepteerd. Eind jaren 50 veranderde de samenleving. De welvaart steeg, de lonen gingen omhoog en steeds meer mensen verhuisden naar de stad, waar minder sociale controle was. Jongeren gingen langer naar school en kregen meer invloed op elkaar. Met de invoering van de vijfdaagse werkweek in 1961 kregen werkende jongeren bovendien meer vrije tijd en geld, waardoor ze meer eigen keuzes gingen maken.
Jeugdculturen door de jaren heen
Omdat jongeren meer geld en vrije tijd kregen, verzetten zij zich steeds vaker tegen de leefstijl van hun ouders. Zo ontstond er een jeugdcultuur: een cultuur van jongeren die zich verzetten tegen de bestaande manier van leven. Verschillende groepen jongeren ontwikkelden hun eigen kleding, kapsel, muziek en levenswijze. Van de jaren 50 tot en met de jaren 90 ontstonden er vijf bekende jeugdculturen:
•Nozems (eind jaren 50): werkende stadsjongeren die kozen voor brommers, leren jacks, spijkerbroeken en vetkuiven. Meisjes droegen wijde rokken met petticoats. Zij wilden vooral genieten van hun vrijheid en geen verplichtingen.
•Provo's (midden jaren 60): hoger opgeleide jongeren, vooral actief in Amsterdam, die het gezag (ouders, kerk, politie en leraren) provoceerden. Zij waren milieubewust, bemoeiden zich met politiek en bedachten onder andere het witte-fietsenplan.
•Hippies (eind jaren 60): een beweging overgewaaid uit Amerika die geloofde in 'flower power' en 'love and peace'. Hippies verzetten zich tegen milieuvervuiling, de wapenwedloop, de Vietnamoorlog en de consumptiemaatschappij. Ze droegen kleurrijke kleding met bloemen en kralen, rookten hasj, woonden samen in communes (woongemeenschappen) in gekraakte panden en bezochten popfestivals.
•Punkers (eind jaren 70): jongeren die opkwamen tijdens een periode van economische crisis en hoge werkloosheid. Zij hadden een hekel aan de maatschappij, de overheid en het leger. Veel punkers kwamen terecht in de kraakbeweging om te protesteren tegen de woningnood, wat soms leidde tot gewelddadige opstootjes met de politie.
•Gabbers (jaren 90): jongeren die wilden feesten voordat hun volwassen leven begon. Ze droegen trainingspakken en sneakers, en organiseerden grote feesten op unieke locaties waar ze dansten op snelle muziek van 170 tot 180 beats per minuut. Sommigen gebruikten drugs zoals speed of xtc om het feesten vol te houden.
Hoe de samenleving veranderde
De opkomst van jeugdculturen ging hand in hand met grote maatschappelijke veranderingen vanaf de jaren 60. Deze veranderingen laten zich samenvatten in drie belangrijke ontwikkelingen:
•Ontkerkelijking: het verschijnsel dat steeds minder mensen naar de kerk gaan. Vooral jongeren keerden de kerk de rug toe vanwege ouderwetse opvattingen over seksualiteit en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen.
•Individualisering: het proces waarbij niet de groep waartoe iemand behoort, maar het individu (de persoon zelf) bepaalt hoe hij leeft. Mensen maakten zelf uit hoe ze eruitzagen en wat ze belangrijk vonden. Hierdoor nam de sociale controle af en werden samenwonen en echtscheidingen geaccepteerd.
•Democratisering: het democratischer maken van het bestuur van een land of organisatie door meer mensen mee te laten praten en beslissen. Jongeren eisten inspraak in het gezin, op school (met leerlingenstatuten) en op universiteiten.
