Les over §3 Nederland breidt zijn macht uit

Les over §3 Nederland breidt zijn macht uit

Gemaakt door Ainstein
§3 Nederland breidt zijn macht uit
Deze video bestaat uit
  • Modern ImperialismeModern Imperialisme
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:41
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe breidde Nederland zijn macht uit in Nederlands-Indië?

Leerdoelen

Je kunt de belangrijkste kritiekpunten op het cultuurstelsel benoemen.

Je kunt uitleggen wat de gevolgen waren van de invoering van de vrije economie in Nederlands-Indië voor zowel ondernemers als de lokale bevolking.

Je kunt de leef- en werkomstandigheden van koelies op de plantages beschrijven.

Je kunt uitleggen hoe Nederland zijn macht uitbreidde tijdens de periode van het modern imperialisme en wat de rol van het KNIL en de Atjeh-oorlog hierin was.

Belangrijke jaartallen

1830-1870: De periode waarin het cultuurstelsel werd toegepast in Nederlands-Indië.

1848: Liberalen krijgen meer invloed in het Nederlandse bestuur.

1856: Het Suezkanaal wordt geopend, wat een kortere scheepvaartroute naar Nederlands-Indië oplevert.

1860: Multatuli publiceert zijn beroemde roman Max Havelaar.

1870: Het cultuurstelsel wordt afgeschaft; start van de vrije economie en het modern imperialisme (1870-1900).

1873: Begin van de bloederige Atjeh-oorlog.

1880: Een strenge wet stelt straffen vast voor koelies die hun contract niet nakomen.

1903: Einde van de Atjeh-oorlog na de overgave van de laatste Atjehse leiders.

1907: Een nieuwe wet verbetert de leef- en werkomstandigheden van koelies.

Kritiek op het cultuurstelsel

Tussen 1830 en 1870 verdiende Nederland veel geld met het cultuurstelsel. In dit systeem moesten Javaanse boeren op een deel van hun beste grond verplicht exportproducten verbouwen voor de Nederlandse overheid. Hierdoor bleef er te weinig grond over voor hun eigen rijstbouw, wat leidde tot armoede, hongersnood en uitbuiting. De Nederlanders in de kolonie toonden aanvankelijk weinig interesse in het lot van de boeren, maar in Nederland groeide de kritiek. Er waren twee belangrijke punten van kritiek op dit stelsel:

De uitbuiting van de Javaanse boeren.

De sterke bemoeienis van de regering, die bepaalde welke producten verbouwd moesten worden.

Kritiek op de uitbuiting kwam onder andere van het liberale Kamerlid dominee Van Hoëvell, die pleitte voor afschaffing. Ook de schrijver Multatuli uitte felle kritiek. In 1860 schreef hij de roman Max Havelaar, gebaseerd op zijn ervaringen als ambtenaar op Java. Hij noemde Nederland een roofstaat die dertig miljoen onderdanen uitbuitte en stelde dat de Nederlandse welvaart op diefstal was gebaseerd. De kritiek op de regeringsbemoeienis kwam vooral van de liberalen, die na 1848 veel invloed kregen. Het liberalisme is een politieke stroming die opkomt voor zoveel mogelijk vrijheid voor de burgers. Zij wilden dat de overheid zich niet met de economie bemoeide en geloofden dat een vrije economie voor iedereen beter was en uiteindelijk meer winst zou opleveren.

De overgang naar een vrije economie

In 1870 werd het cultuurstelsel afgeschaft en maakte het plaats voor een vrije economie. Vrije ondernemers mochten vanaf dat moment grond huren van de overheid om eigen ondernemingen te starten. Dit leidde tot een enorme toename van grote landbouwbedrijven en plantages. Op Java werden thee, koffie en suiker verbouwd, terwijl Sumatra bekend werd om zijn tabak. Ook de mijnbouw (voor de winning van aardolie, steenkool en tin) en de productie van rubber en palmolie kwamen in handen van particuliere ondernemers. Hoewel de Nederlandse eigenaren enorme winsten maakten en als vorsten regeerden, was de vrije economie voor de Javaanse boeren geen verbetering. Zij moesten nu voor een zeer laag loon zwaar werk verrichten en werden vaak slecht behandeld.

Het zware leven van de koelies

Op Sumatra was het voor Nederlandse ondernemers moeilijk om voldoende arbeiders te vinden. Om dit op te lossen, werden er koelies (ook wel contractarbeiders genoemd) ingezet. Dit waren arbeiders die bij het tekenen van een contract een voorschot op hun loon kregen. Omdat ze erg weinig verdienden, konden ze dit voorschot bijna nooit terugbetalen, waardoor ze gedwongen waren om jarenlang op de plantages te blijven werken. De koelies kwamen eerst uit China en later ook van Java. Het leven van de koelies was extreem zwaar. Ze werkten twaalf uur per dag in de brandende zon, kregen slecht te eten en woonden in kale barakken zonder sanitaire voorzieningen of medische zorg. Opzichters hielden hen onder de duim met geldboetes en lijfstraffen. In 1880 werd er een wet ingevoerd die bepaalde dat koelies die wegliepen of werk weigerden, streng gestraft en gevangengezet werden. Pas na 1907 verbeterde hun situatie licht door een nieuwe wet die regels stelde voor verzorging, voeding en betaling.

Modern imperialisme en de uitbreiding van de Nederlandse macht

Rond 1870 begon in Europa het modern imperialisme. Dit is de periode van 1870 tot 1900 waarin Europese landen zoveel mogelijk grondgebied in Azië en Afrika veroverden om een groot wereldrijk op te bouwen. Tot het einde van de negentiende eeuw had Nederland alleen op Java echt de macht. Om de controle over de andere eilanden uit te breiden en de belangen van Nederlandse ondernemers te beschermen, richtte de regering het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) op. Dit leger bestond grotendeels uit inheemse soldaten onder leiding van Nederlandse officieren. Het KNIL veroverde eiland na eiland. Dit proces van onderwerping wordt pacificatie genoemd, hoewel dit in de praktijk gepaard ging met extreem veel militair geweld.

De Atjeh-oorlog (1873-1903)

De bloederigste strijd vond plaats in Atjeh, een onafhankelijk gebied in het noorden van Sumatra. Na de opening van het Suezkanaal in 1856 voeren Europese schepen via een kortere route vlak langs de kust van Atjeh. Hier werden ze regelmatig aangevallen door piraten. Omdat de sultan van Atjeh de baas was, kon Nederland hier niet direct ingrijpen. Daarom begon de Nederlandse overheid in 1873 de Atjeh-oorlog. Het KNIL viel het gebied binnen met 13.000 soldaten. Er volgde een dertig jaar durende, bloedige oorlog waarin tienduizenden Atjehers stierven en honderden dorpen werden platgebrand. Pas in 1903 gaven de laatste Atjehse leiders zich over en kwam ook dit gebied onder Nederlands bestuur te staan.