Les over 4.1 Opkomst van nazi-Duitsland (1918-1945)
De Republiek van Weimar
Opkomst van van Hitler (1923-1939)

Hoe kwam het nationaalsocialisme op in Duitsland?
Leerdoelen
•Je kunt verklaren waarom de democratische Weimarrepubliek niet uitgroeide tot een stabiel bestuur.
•Je kunt uitleggen waarom de NSDAP uitgroeide tot een massapartij en hoe de nationaalsocialisten de totale macht wisten te veroveren.
•Je kunt benoemen welke gevolgen de opkomst van het nationaalsocialisme had voor Duitsland.
•Je kunt benoemen welke gevolgen de opkomst van het nationaalsocialisme had voor Europa en Nederland.
•Je kunt de impact van het Verdrag van Versailles en de dolkstootlegende op het vertrouwen in de Weimarrepubliek analyseren.
•Je kunt de rol van moderne propaganda en massaorganisaties bij de nazificatie van de Duitse samenleving beschrijven.
Belangrijke jaartallen
•1918: einde van de Eerste Wereldoorlog en het ontstaan van de Republiek van Weimar.
•1919: ondertekening van het Verdrag van Versailles.
•1924: invoering van het Dawesplan voor economische verlichting en leningen.
•1929: beurskrach in de Verenigde Staten en uitbraak van een diepe economische crisis.
•1933: hitler wordt benoemd tot rijkskanselier, de Rijksdag brandt af en de machtigingswet wordt aangenomen.
•1938: het hoogtepunt van de appeasementpolitiek tijdens de Conferentie van München.
•1939: duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog.
•1940: duitse bezetting van Nederland.
•1939-1945: periode van de Tweede Wereldoorlog waarin Duitsland grote delen van Europa bezet.
De Republiek van Weimar en de wankele democratie
De periode tussen de twee wereldoorlogen staat bekend als het interbellum. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 vluchtte de Duitse keizer en stelden de sociaaldemocraten een nieuwe regering samen. Duitsland kreeg een nieuwe grondwet en werd een parlementaire democratie: de Republiek van Weimar. Een parlementaire democratie houdt in dat het gekozen parlement de regering aanstelt.

Deze nieuwe democratie was vanaf het begin wankel. Dat had twee oorzaken:
•Tegenstanders van democratie: grote groepen wilden geen democratie. De oude adellijke elite (conservatieven) wilde herstel van het keizerrijk. Nationalistische bewegingen wilden een sterke leider. Radicale socialisten en aanhangers van het communisme streefden naar een revolutie om een klasseloze samenleving te creëren zonder privébezit.
•Gebrek aan vertrouwen in leiders: veel Duitsers vertrouwden de democratische leiders niet. Daarvoor waren twee redenen:
•De dolkstootlegende: volgens deze complottheorie had Duitsland de oorlog nog kunnen winnen en hadden de sociaaldemocraten verraad gepleegd door de wapenstilstand te ondertekenen. In werkelijkheid wist de militaire top dat doorvechten onmogelijk was.
•Het Verdrag van Versailles: in deze vredesovereenkomst uit 1919 werd Duitsland gedwongen tot ontwapening, het afstaan van gebieden (zoals Elzas-Lotharingen) en het betalen van forse herstelbetalingen aan de geallieerden. Veel Duitsers voelden zich hierdoor vernederd.
Economische problemen en de beurskrach
De herstelbetalingen en het verlies van grondstofrijke gebieden zorgden voor grote economische problemen. Toen Duitsland niet meer kon betalen, bezetten Franse troepen Duitse industriegebieden langs de westgrens. Het Amerikaanse Dawesplan (1924) bracht tijdelijk herstel door verlichting van de herstelbetalingen en het verstrekken van leningen. Aan dit herstel kwam abrupt een einde in 1929 door de beurskrach, een plotselinge val van de beurskoersen in de Verenigde Staten. De Amerikanen eisten hun leningen terug, waardoor Duitsland verzeild raakte in een diepe economische crisis met massale werkloosheid en politieke onrust.
De opkomst van de NSDAP en Hitlers machtsovername
Van de chaos en de crisis profiteerde de NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij), geleid door Adolf Hitler. Deze uiterst rechtse partij kenmerkte zich door sterk antisemitisme (Jodenhaat). Hitler gaf Joden de schuld van de crisis en het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Hij beloofde het Verdrag van Versailles terug te draaien, de nationale eenheid te herstellen en de werkloosheid op te lossen.

Met propaganda en het inzetten van paramilitairen (gewapende burgers en knokploegen) bouwde Hitler de NSDAP uit tot een massaorganisatie. Na verkiezingen te hebben gewonnen, werd Hitler in 1933 benoemd tot rijkskanselier. Kort daarna vond de Rijksdagbrand plaats. Hitler beweerde dat communisten hierachter zaten en kreeg het parlement zover de machtigingswet aan te nemen. Deze wet gaf de regering het recht om zonder democratische toestemming van het parlement besluiten te nemen, waarmee de Republiek van Weimar eindigde.
Gevolgen voor Duitsland: nazificatie en de Volksgemeinschaft
Na 1933 vormde Hitler Duitsland om tot een totalitair regime. Door middel van nazificatie werd het dagelijks leven van de burgers volledig onder controle van het nationaalsocialisme gebracht:

•Alle politieke partijen behalve de NSDAP werden verboden.
•Er kwam een nationaalsocialistisch onderwijsprogramma.
•Kunstenaars moesten verplicht lid worden van een nationaalsocialistische beroepsvereniging.
•Tegenstanders (zoals sociaaldemocraten en communisten) werden met geweld en terreur vervolgd.
Iedereen die niet paste binnen de Volksgemeinschaft — de ideale, harmonieuze en 'raszuivere' samenleving — werd uitgesloten. Dit trof voornamelijk Joden, maar ook Roma en Sinti, gehandicapten, homoseksuelen en communisten. Omdat het regime de economie snel wist te herstellen en de werkloosheid verdween, hield Hitler veel steun onder de bevolking.
Gevolgen voor Europa en Nederland
Hitler voerde een agressieve buitenlandpolitiek en eiste alle Duitstalige gebieden op. Groot-Brittannië en Frankrijk probeerden een nieuwe oorlog te voorkomen via een appeasementpolitiek (het toegeven aan Hitlers eisen). Dit bereikte zijn hoogtepunt tijdens de Conferentie van München (1938), waar Duitsland toestemming kreeg om een deel van Tsjecho-Slowakije in te nemen. Toen Hitler in 1939 Polen binnenviel, verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog. Dit betekende het begin van de Tweede Wereldoorlog. Duitsland bezette grote delen van Europa, waaronder Nederland in 1940.

Tijdens de bezetting werd de rechtsstaat buiten werking gesteld en voerden de nazi's de arbeidsdienst in, waarbij burgers gedwongen werden te werken in de Duitse oorlogsindustrie. Joden werden stapsgewijs buitengesloten van het publieke leven en uiteindelijk getransporteerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa. Deze georganiseerde genocide staat bekend als de Holocaust (of Shoah), waarbij ruim zes miljoen Europese Joden en honderduizenden Roma en Sinti werden vermoord.