Les over 3.3 De Volksrepubliek wordt een wereldmacht (1949-2001)

Les over 3.3 De Volksrepubliek wordt een wereldmacht (1949-2001)

Gemaakt door Ainstein
3.3 De Volksrepubliek wordt een wereldmacht (1949-2001)
Deze video bestaat uit
  • Communistisch China (1949-1965)Communistisch China (1949-1965)
  • Communistisch China (1966-2001)Communistisch China (1966-2001)
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 20:15
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werd de Volksrepubliek China een wereldmacht?

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie inhielden en welke gevolgen ze hebben gehad.

Je kunt uitleggen of er na de dood van Mao op economisch en politiek gebied sprake was van verandering of continuïteit.

Je kunt uitleggen hoe de banden tussen China en de Sovjet-Unie en die tussen China en het Westen (met name de Verenigde Staten) veranderden tussen 1949 en het heden.

Je kunt de Vier Moderniseringen van Deng Xiaoping en hun effect op de Chinese economie beschrijven.

Je kunt de spanning tussen economische liberalisering en het gebrek aan politieke democratisering in China analyseren.

Je kunt de betekenis van de teruggave van Hongkong en Macao voor de positie van China op het wereldtoneel verklaren.

Belangrijke jaartallen

1949: het centrale gezag wordt hersteld en China wordt een communistische staat onder leiding van Mao Zedong.

1953: de onderlinge relaties tussen China en de Sovjet-Unie bekoelen na de dood van Stalin.

1958-1962: de Grote Sprong Voorwaarts wordt uitgevoerd om van China een industriële wereldmacht te maken.

1962: de CCP voert een pragmatisch economisch beleid in waarin boeren weer beperkt eigen land mogen bezitten.

1966-1969: de Culturele Revolutie leidt tot maatschappelijke ontwrichting en terreur door de rode gardisten.

1972: de Verenigde Staten en China halen de diplomatieke banden aan om de Sovjet-Unie onder druk te zetten.

1976: Deng Xiaoping zet na de dood van Mao de Vier Moderniseringen in gang.

1989: het massale studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing wordt met geweld neergeslagen.

1997: het Verenigd Koninkrijk draagt Hongkong over aan China.

1999: Portugal draagt Macao over aan China.

2001: China treedt toe tot de Wereldhandelsorganisatie.

De relatie met de Sovjet-Unie en de Grote Sprong Voorwaarts

Na de communistische machtsovername in 1949 herstelde de Chinese Communistische Partij (CCP) onder leiding van Mao Zedong het centrale gezag. Mao wilde China omvormen tot een communistische samenleving. Via propaganda werden arbeiders en boeren doordrenkt van het geloof in een onvermijdelijke klassenstrijd tussen het proletariaat (het volk) en de kapitalisten (de rijken). China sloot zich af voor westerse invloeden en moderniseerde de landbouw en industrie aanvankelijk naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie. Na de dood van Stalin in 1953 bekoelde de relatie tussen beide landen. De opvolger van Stalin koos een gematigdere koers, terwijl Mao vasthield aan een radicale koers. China wilde zich vanaf dat moment op eigen kracht ontwikkelen. In 1958 lanceerde Mao de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962). Het doel van dit plan was om China binnen vijf jaar te veranderen in een industriële wereldmacht door middel van grootschalige industrialisatie en de collectivisatie van de landbouw. Particulier bezit van landbouwgrond werd afgeschaft en werd collectief bezit. De staat bepaalde voortaan wat er verbouwd werd, welke technieken gebruikt moesten worden en welke prijzen golden. De Grote Sprong Voorwaarts had desastreuze gevolgen. Boeren verbouwden alleen nog wat verplicht was en niet waar behoefte aan was. Er brak een gigantische hongersnood uit die aan tientallen miljoenen Chinezen het leven kostte. Mao moest erkennen dat het plan mislukt was. In 1962 voerde de CCP een pragmatisch economisch beleid in: een beleid dat rekening hield met de dagelijkse praktijk. Boeren mochten weer in beperkte mate eigen land bezitten en hun productieoverschotten zelf verkopen. Ondertussen leidde een ideologisch conflict tot een definitieve breuk met de Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie hielp China nauwelijks tijdens de hongersnood en stelde zich minder vijandig op tegenover de Verenigde Staten, wat Mao zag als verraad aan de communistische leer. Door de breuk raakte China in een internationaal isolement. De regering zocht daarom aansluiting bij de beweging van niet-gebonden landen: landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika die tijdens de Koude Oorlog noch bij het communistische blok, noch bij het kapitalistische blok hoorden.

De Culturele Revolutie

Om zijn machtspositie te herstellen na de kritiek op de mislukte Grote Sprong Voorwaarts, lanceerde Mao de Culturele Revolutie (1966-1969). Hij riep de Chinese jeugd op om in opstand te komen tegen de gevestigde orde en gematigde leiders uit de CCP te zuiveren. Rond de persoon van Mao werd een persoonlijkheidscultus opgebouwd, waardoor kritiek op zijn persoon onmogelijk werd. Jongeren verenigden zich in gewelddadige knokploegen, de rode gardisten. Hun optreden kenmerkte zich door drie elementen:

Anti-traditioneel gedrag: zij verwoestten historische monumenten en tempels en schaften oude feestdagen af.

Anti-intellectuele houding: leraren, wetenschappers, journalisten en kunstenaars werden vernederd en vervolgd, terwijl scholen en bibliotheken werden geplunderd.

Xenofobie: uit angst ontstane vreemdelingenhaat leidde ertoe dat buitenlanders en etnische minderheden met groot wantrouwen werden bekeken en vervolgd.

De terreur van de rode gardisten ontwrichtte de Chinese samenleving volledig en kostte miljoenen mensen het leven. In 1969 greep de partijleiding in en werd er een einde gemaakt aan de Culturele Revolutie.

Economische liberalisering en politieke controle onder Deng Xiaoping

Na de dood van Mao in 1976 zette partijleider Deng Xiaoping een grote koerswijziging in onder de naam de Vier Moderniseringen. Deze hervormingen richtten zich op vier terreinen:

1.Landbouw

2.Wetenschap en technologie

3.Industrie

4.Defensie

Deng maakte de communistische ideologie ondergeschikt aan de economische vooruitgang. De collectieve landbouw werd afgeschaft, boeren kregen hun grond terug en mochten zelfstandig produceren. Daarnaast investeerde de overheid in onderwijs, moedigde zij studenten aan om in het Westen te studeren en voerde zij gunstige belastingregels in voor buitenlandse bedrijven. Deze liberalisering van de economie zorgde voor een snelle economische groei en een stijging van de welvaart. De economische hervormingen leidden er echter ook toe dat de steeds beter opgeleide bevolking in aanraking kwam met westerse politieke ideeën. Er ontstond toenemende kritiek op de corruptie binnen de CCP en een roep om democratisering. De partijleiding maakte duidelijk dat economische vrijheid niet gold voor de politiek. In 1989 werden massale studentendemonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing door het leger bloedig neergeslagen, waarbij honderden tot duizenden slachtoffers vielen. Ook onder de latere leider Jiang Zemin bleef de absolute machtspositie van de communistische partij gehandhaafd.

Een man staat voor een rij tanks op het Plein van de Hemelse Vrede tijdens de studentenprotesten van 1989 in Beijing
Een man staat voor een rij tanks op het Plein van de Hemelse Vrede tijdens de studentenprotesten van 1989 in Beijing

Toenadering tot het Westen en positie als wereldmacht

Vanaf de jaren 1970 verbeterden de betrekkingen tussen China en het Westen om twee belangrijke redenen:

Politieke reden: de Verenigde Staten wilden de rivaliteit tussen China en de Sovjet-Unie benutten. Door banden aan te knopen met China (zoals het bezoek van president Nixon in 1972), konden de Amerikanen de Sovjet-Unie onder druk zetten.

Economische reden: China had westerse kennis en werkgelegenheid nodig, terwijl het Westen wilde profiteren van goedkope Chinese arbeidskrachten en producten.

Ontmoeting tussen de Chinese leider Mao Zedong en de Amerikaanse president Richard Nixon in 1972
Ontmoeting tussen de Chinese leider Mao Zedong en de Amerikaanse president Richard Nixon in 1972

Door deze verbeterde relaties groeide de Volksrepubliek China uit tot een grootmacht op het wereldtoneel. China nam de permanente zetel van Taiwan in de VN-Veiligheidsraad over en werd in 2001 lid van de Wereldhandelsorganisatie. De teruggave van de kolonies Hongkong (door het Verenigd Koninkrijk in 1997) en Macao (door Portugal in 1999) markeerde het definitieve einde van het koloniale tijdperk. China ontwikkelde zo een unieke staatsvorm: een combinatie van een kapitalistische economie met een ondemocratisch, communistisch bewind.