Les over 2.2 Revoluties in Noord-Amerika en Frankrijk (1776-1813)
De Amerikaanse Revolutie
De Franse Revolutie

De revoluties in Noord-Amerika en Frankrijk (1776-1813)
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen op welke manier de Verlichting bijdroeg aan het ontstaan van de Verenigde Staten.
•Je kunt de aanleiding en oorzaken van de Amerikaanse Revolutie analyseren.
•Je kunt uitleggen waarom er in de Verenigde Staten ongelijkheid bleef bestaan ondanks verlichtingsidealen.
•Je kunt de politieke en maatschappelijke spanningen benoemen die de verlichtingsidealen in Frankrijk veroorzaakten.
•Je kunt het verloop van de Franse Revolutie in twee fasen en de machtsovername door Napoleon beschrijven.
•Je kunt de rol van de jakobijnen en het schrikbewind tijdens de Franse Revolutie toelichten.
•Je kunt de betekenis van de Code Napoléon voor de rechtsgelijkheid in Europa uitleggen.
Belangrijke jaartallen
•juli 1776: de dertien Britse koloniën verklaren zich onafhankelijk van Groot-Brittannië.
•1783: Groot-Brittannië erkent de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.
•1789: de Amerikaanse grondwet treedt in werking en de Franse Revolutie begint met het bijeenkomen van de Staten-Generaal.
•1789-1792: de eerste fase van de Franse Revolutie, waarin de standenvoorrechten worden afgeschaft en de Verklaring van de rechten van de mens en de burger wordt aangenomen.
•1791: Frankrijk krijgt een nieuwe grondwet en wordt een constitutionele monarchie.
•1792-1799: de tweede, radicalere fase van de Franse Revolutie, waarin de republiek wordt uitgeroepen.
•1793-1794: het schrikbewind van de jakobijnen onder leiding van Robespierre.
•1799: generaal Napoleon grijpt de macht met een staatsgreep.
•1813: Napoleon moet zijn Europese heerschappij opgeven en wordt onttroond.
•1815: Napoleon wordt definitief verslagen bij Waterloo.
De Amerikaanse Revolutie
In de achttiende eeuw verspreidden verlichtingsidealen zich via boeken en brieven naar de dertien Britse koloniën aan de oostkust van Noord-Amerika. Deze ideeën stimuleerden de wens tot zelfbeschikking: het recht om als volk zelf te beslissen hoe het bestuur eruit moet zien. De Britse autoriteiten weigerden dit te accepteren. In de tweede helft van de achttiende eeuw leidde dit tot een conflict tussen de kolonisten en de Britse overheid, wat uitgroeide tot de Amerikaanse Revolutie. De directe aanleiding voor de opstand was onenigheid over nieuwe Britse belastingen. De kolonisten vonden het onrechtvaardig dat zij wel belasting moesten betalen, maar geen vertegenwoordigers hadden in het Britse parlement. Toen de Britse koning zijn plannen toch doordrukte, verklaarden de dertien koloniën zich in juli 1776 gezamenlijk onafhankelijk van Groot-Brittannië.

Om het verzet te coördineren, richtten de opstandelingen committees of correspondence op. Deze geheime organisaties stemden verzetsacties af via briefwisselingen en namen op veel plaatsen overheidstaken van het verdreven Britse gezag over. Generaal George Washington werd de leider van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Hij kreeg veel steun dankzij het pamflet Common sense van de verlichte denker Thomas Paine. Paine rechtvaardigde de opstand door te stellen dat de Britse koning het natuurrecht van zijn onderdanen had geschonden, waardoor het volk het recht had om in opstand te komen. De Amerikaanse Revolutie eindigde in 1783, toen Groot-Brittannië de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten erkende. In 1789 trad een nieuwe grondwet in werking. Hierin werd vastgelegd dat alle burgers voor de wet gelijk waren en dat de macht bij het volk lag. De burgers kozen hun eigen volksvertegenwoordigers en hun staatshoofd: de president. Om machtsmisbruik te voorkomen, werden de drie machten (de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht) strikt gescheiden via het principe van de scheiding der machten.
Ongelijkheid in de Verenigde Staten
De Verenigde Staten vormden een federatie: een samenwerkingsverband van staten die op het gebied van buitenlandse politiek samenwerkten, maar verder grotendeels zelfstandig waren. Na de opzet van de dertien oorspronkelijke koloniën breidden Europese kolonisten het grondgebied uit naar het midden en westen van Noord-Amerika. De oorspronkelijke bewoners werden hierbij vaak met geweld van hun land verdreven. Ondanks de belofte van gelijkheid in de grondwet, gold het burgerschap in de praktijk alleen voor een kleine bovenlaag van witte, protestantse, Engelssprekende mannen. Andere groepen werden bewust uitgesloten:
•De oorspronkelijke bewoners hadden geen burgerrechten;
•Vrouwen bezaten geen kiesrecht;
•Zwarte slaafgemaakten werden wettelijk gezien als bezit, met name op de plantages in de zuidelijke staten.
Toen de noordelijke staten de slavernij vroeg in de negentiende eeuw afschaften, veroorzaakte dit grote spanningen met het zuiden, wat uiteindelijk leidde tot de Amerikaanse Burgeroorlog.
Aanloop naar de Franse Revolutie: de standensamenleving
Ook in Europa veroorzaakten de verlichtingsidealen maatschappelijke en politieke spanningen. In Frankrijk richtte het verzet zich tegen de traditionele standensamenleving. De Franse maatschappij was ingedeeld in drie standen:
•De eerste stand: de geestelijken, die bijzondere voorrechten bezaten en minder belasting betaalden;
•De tweede stand: de adel, die eveneens privileges en bestuurlijke macht had;
•De derde stand: de overige Fransen, bestaande uit de rijke burgerij (zoals kooplieden en bankiers), boeren en stedelingen.

Hoewel de bovenlaag van de derde stand door de handel veel economische macht had opgebouwd, kregen zij geen politieke invloed. Ook verlichte leden van de adel en geestelijkheid bekritiseerden dit onrechtvaardige systeem. De aanleiding voor de Franse Revolutie was een ernstige financiële en politieke crisis in 1789. Doordat de Franse schatkist leeg was, riep koning Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bijeen: een vergadering van alle drie de standen. In de Staten-Generaal ontstond onenigheid omdat de afgevaardigden van de derde stand vonden dat zij te weinig invloed hadden. Uit protest verlieten zij de vergadering en riepen zichzelf uit tot een eigen wetgevende vergadering voor heel Frankrijk. Nadat ook verlichte edelen en geestelijken zich aansloten, werd de koning gedwongen deze nieuwe vergadering te erkennen. Hiermee begon de Franse Revolutie.
De eerste en tweede fase van de Franse Revolutie
De Franse Revolutie verliep in twee duidelijke fasen:
•De eerste revolutie (1789-1792): tijdens deze gematigde fase werden de privileges van de eerste en tweede stand afgeschaft, waardoor iedereen dezelfde belastingen betaalde en ambten voor iedereen toegankelijk werden. In 1789 werd de Verklaring van de rechten van de mens en de burger aangenomen, die universele grondrechten garandeerde zoals vrijheid van meningsuiting. In de praktijk golden deze rechten voornamelijk voor mannen. De schrijfster Olympe de Gouges publiceerde daarom de Verklaring van de rechten van de vrouw, maar haar oproep kreeg nauwelijks gehoor. In 1791 kreeg Frankrijk een nieuwe grondwet en werd het een constitutionele monarchie, waarin de macht van de koning werd beperkt door een parlement. Dit parlement werd gekozen via censuskiesrecht, wat betekende dat alleen rijke mannen mochten stemmen.
•De tweede revolutie (1792-1799): deze fase verliep een stuk radicaler. Fanatieke revolutionairen, de jakobijnen, vonden dat de veranderingen niet ver genoeg gingen. Zij zetten de koning gevangen, schaften de monarchie af en riepen Frankrijk uit tot een republiek. Nadat de koning wegens landverraad was geëxecuteerd, grepen de jakobijnen de macht. Zij voerden algemeen mannenkiesrecht in en stelden een maximumprijs voor brood in. Onder leiding van Robespierre stelden de jakobijnen een schrikbewind (1793-1794) in. Vermeende tegenstanders van de revolutie werden op grote schaal vervolgd en ter dood gebracht onder de guillotine, onder wie ook Olympe de Gouges.
De machtsovername door Napoleon en de Code Napoléon
Na de val van Robespierre bleef de politieke situatie in Frankrijk onrustig. In 1799 maakte generaal Napoleon gebruik van deze chaos om met behulp van zijn leger de macht te grijpen. Hij kroonde zichzelf tot keizer van Frankrijk, waarmee hij een einde maakte aan de republiek en aan de politieke invloed van de burgers.

Onder leiding van Napoleon veroverde het Franse keizerrijk een groot deel van Europa. Hoewel hij als alleenheerser regeerde, voerde hij in de veroverde gebieden belangrijke verlichte hervormingen door. Het belangrijkste onderdeel hiervan was het wetboek de Code Napoléon. Dit wetboek kende de volgende principes:
•Alle burgers waren voortaan gelijk voor de wet;
•Er kwam vrijheid van religie;
•Burgers kregen het recht om vrij over hun eigen grond te beschikken, zonder verplichtingen aan een adellijke heer;
•De wetgeving werd helder en logisch gestructureerd, zodat iedereen zijn eigen rechten kon begrijpen.
In 1813 werd Napoleon gedwongen zijn Europese heerschappij op te geven en werd hij onttroond. Nadat hij kortstondig terugkeerde aan de macht, werd hij in 1815 definitief verslagen bij Waterloo.