Les over 1.3 Een welvarende republiek (1602-1700)

Les over 1.3 Een welvarende republiek (1602-1700)

Gemaakt door Ainstein
1.3 Een welvarende republiek (1602-1700)
Deze video bestaat uit
  • De bijzondere plaats van de RepubliekDe bijzondere plaats van de Republiek
  • AbsolutismeAbsolutisme
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 16:06
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werd de Republiek welvarend in de Gouden Eeuw?

Leerdoelen

Je kunt de bestuurlijke inrichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden analyseren.

Je kunt de rol van de VOC in de wereldeconomie toelichten.

Je kunt de oorzaken van de economische groei in de Republiek verklaren.

Je kunt het ontstaan van een burgerlijke cultuur in de Republiek toelichten.

Je kunt de impact van het mercantilisme op de handel van de Republiek verklaren.

Je kunt de oorzaken voor het einde van het economische succes van de Republiek benoemen.

Je kunt de politieke gevolgen van de economische neergang in de Republiek beschrijven.

Belangrijke jaartallen

1568: begin van de oorlog tegen Spanje.

1585: val van Antwerpen, waarna Amsterdam de functie van belangrijkste internationale stapelmarkt overnam.

1602: oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC).

1618-1648: Dertigjarige Oorlog in het Duitse Rijk.

1648: einde van de Dertigjarige Oorlog en het begin van toenemende economische concurrentie voor de Republiek.

1672: het Rampjaar waarin de Republiek werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en twee Duitse staten.

Het bestuur van de Republiek

In 1602 was de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden nog steeds in strijd met Spanje. De Republiek kende geen centraal gezag door een vorst, maar was een staat waarin de samenwerkende gewesten en afzonderlijke steden een grote mate van zelfstandigheid behielden. Het bestuur van de steden was stevig in handen van rijke kooplieden, die regenten werden genoemd.

Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1648
Kaart van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1648

Op landelijk niveau kwamen vertegenwoordigers van alle gewesten bijeen in de Staten-Generaal. Een centrale functie binnen het bestuur was die van stadhouder, die onder meer het leger aanvoerde. Deze positie werd meestal vervuld door leden van het Huis van Oranje. Tussen de regenten en de stadhouder bestonden regelmatig tegengestelde belangen:

Regenten: vonden het particularisme (de zelfstandigheid en rechten van steden en gewesten) essentieel voor hun handelsvrijheid. Ook hechtten zij veel waarde aan gewetensvrijheid, omdat religieuze conflicten schadelijk waren voor de economie.

Stadhouder: streefde juist naar meer bestuurlijke en religieuze eenheid om zijn eigen machtspositie te versterken.

Vanwege de strijd tegen Spanje ontwikkelde zich een oorlogseconomie, waarin handelsopbrengsten werden gebruikt om de oorlog te financieren. Om de Spaanse handelspositie te verzwakken en een groter aandeel in de Aziatische handel te krijgen, werd in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. De VOC kreeg het alleenrecht (monopolie) op de handel met Oost-Indië en het recht om oorlog te voeren, waardoor zij uitgroeide tot een wereldwijde handelsgrootmacht.

Economische bloei in de Gouden Eeuw

De 17e eeuw wordt in de Republiek de Gouden Eeuw genoemd vanwege de enorme economische welvaart. Deze groei kwam vooral ten goede aan de zeegewesten en de rijke kooplieden in Holland. De economische expansie had vier hoofdoorzaken:

Overzeese handel: er werden winstgevende handelsnetwerken onderhouden met het Oostzeegebied, Italiaanse steden en gebieden in Azië.

Technische vernieuwingen en investeringen: kooplieden investeerden in innoverende technologieën zoals houtzaagmolens, verfmolens en papierfabrieken. Ook lieten zij meren droogmaken tot polders met waardevolle landbouwgrond en experimenteerden zij met gewassen zoals tabak en tulpen.

De val van Antwerpen (1585): na de inname van Antwerpen verplaatste het handelskapitaal zich naar Amsterdam. De Amsterdamse beurs nam de rol van Antwerpen over en Amsterdam werd de belangrijkste internationale stapelmarkt: een opslagcentrum waar goederen massaal werden bewaard totdat ze gunstig verhandeld of doorgevoerd konden worden.

Onrust in omringende landen: de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in het Duitse Rijk en de interne conflicten in Engeland en Frankrijk belemmerden de economische ontwikkeling van de concurrenten, waardoor de Republiek de Europese tussenhandel kon beheersen.

Het ontstaan van een burgerlijke cultuur

Dankzij de welvaart en gewetensvrijheid trok de Republiek veel arbeidsmigranten en religieuze vluchtelingen aan. De steden in Holland en Utrecht groeiden erg snel en raakten onderling verbonden door vervoer over het water via trekschuiten. In Amsterdam leidde dit tot de aanleg van een nieuwe grachtengordel met grachtenpanden voor vermogende kooplieden.

Schilderij van een Delftse burgemeester en zijn dochter door Jan Steen
Schilderij van een Delftse burgemeester en zijn dochter door Jan Steen

In tegenstelling tot de omringende koninkrijken, waar het koninklijk hof het culturele middelpunt was, ontstond in de Republiek een burgerlijke cultuur. Rijke burgers investeerden in hun status door adellijke titels te kopen, buitenhuizen te laten bouwen en kunst op te dragen. Kunstenaars zoals Rembrandt van Rijn vonden in de welvarende burgerij een grote markt voor portretten en taferelen uit het dagelijks leven.

Economische neergang en politieke spanningen

Na 1648 eindigde de Dertigjarige Oorlog en stabiliseerde de situatie in Europa. De omringende landen begonnen hun eigen handel te beschermen. In Frankrijk kwam Lodewijk XIV aan de macht, die streefde naar absolutisme: een regeringsvorm waarbij de vorst alle macht bezit op politiek, economisch en religieus gebied.

Lodewijk XIV in een kostuum als weergave van zijn absolute macht
Lodewijk XIV in een kostuum als weergave van zijn absolute macht

Zowel Frankrijk als Engeland voerden een beleid van mercantilisme. Dit economische stelsel probeerde de eigen rijkdom te vergroten door de export te stimuleren en de import te beperken met invoerrechten. De Republiek was juist gebaat bij vrije handel en leed zwaar onder deze beschermende maatregelen. De economische neergang leidde in de Republiek tot maatschappelijke en politieke spanningen:

Verandering van investeringen: regenten trokken hun geld terug uit de handel en verlegden hun activiteiten naar het bankwezen, waarbij ze geld leenden aan buitenlandse machthebbers en ondernemers.

Onvrede bij het gemeen: het gemeen (het gewone volk) had niet geprofiteerd van de rijkdom van de Gouden Eeuw, maar ondervond wel de nadelen van de economische neergang.

Politieke verdeeldheid: de machtsstrijd tussen regenten en stadhouders verdeelde de bevolking in twee kampen:

Oranjegezinden: aanhangers van de stadhouder (vooral het gemeen) die wilden dat de stadhouder meer macht kreeg om de invloed van de regenten te beperken.

Staatsgezinden: regenten onder leiding van raadpensionaris Johan de Witt die de macht van de stadhouder juist wilden inperken om monarchale trekken te voorkomen.

In 1672, het Rampjaar, werd de Republiek tegelijkertijd aangevallen door Frankrijk, Engeland en twee Duitse staten. Om het land te verdedigen werd haastig weer een stadhouder aangesteld. De aanvallen werden afgeslagen, maar het Rampjaar luidde het definitieve einde in van de economische bloei. Londen nam de rol van Amsterdam als financieel en commercieel centrum over. Het bestuur in de steden van de Republiek veranderde vervolgens in een oligarchie: een bestuursvorm waarbij alle politieke macht in handen bleef van een kleine, besloten groep rijke regentenfamilies.