Les over 4.5 Romeinen en Germanen
De Romeinen

Romeinen en Germanen: de limes en de ondergang van Rome
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de Rijn een grens van het rijk werd.
•Je kunt uitleggen hoe de Romeinen de grens bewaakten.
•Je kunt benoemen wat de gevolgen waren van de Romeinse aanwezigheid in Zuid-Nederland.
•Je kunt verklaren waarom het West-Romeinse Rijk ten onder ging.
Belangrijke jaartallen
•50 v.C.: De Bataven trekken naar het Nederlandse rivierengebied.
•9 n.C.: De Romeinen worden verpletterend verslagen in de Slag bij het Teutoburgerwoud.
•43 n.C.: De Romeinen vallen Britannia binnen.
•61 n.C.: De Keltische koningin Boudica komt in opstand tegen de Romeinen.
•69 n.C.: De Bataven komen in opstand onder leiding van Julius Civilis.
•330 n.C.: Keizer Constantijn roept Constantinopel uit tot de nieuwe hoofdstad.
•395 n.C.: Het Romeinse Rijk wordt definitief gesplitst in een West- en Oost-Romeins deel.
•476 n.C.: De Germaanse soldaten zetten de laatste West-Romeinse keizer af, wat het einde van het West-Romeinse Rijk betekent.
De Rijn als grens
Vanaf de 1e eeuw n.C. vormde de Rijn de noordelijke grens van het Romeinse Rijk. De Romeinen noemden de volkeren ten westen van de Rijn Galliërs of Kelten, terwijl ze de volkeren ten oosten van de rivier als Germanen aanduidden. Julius Caesar omschreef de Germanen als barbaarse woestelingen zonder steden of schrift, die leefden van de jacht en de krijgskunst. Hoewel latere Romeinse schrijvers neerkeken op de Germanen, hadden ze ook bewondering voor hun moed. Omdat er geen geschreven Germaanse bronnen bestaan, is ons beeld van hen voornamelijk gebaseerd op deze Romeinse verslagen. In werkelijkheid was er niet één Germaans volk, maar bestonden er veel verschillende stammen met een eigen Germaanse taal en cultuur. De bewering dat de Rijn een strikte scheiding vormde tussen Kelten en Germanen was een verzinsel van Caesar; aan beide kanten van de rivier leefden gemengde groepen.

Aanvankelijk wilde keizer Augustus het Romeinse gebied uitbreiden tot aan de rivier de Elbe en er de provincie Germania van maken. Deze expansie mislukte echter volledig in 9 n.C., toen de Romeinse generaal Varus met drie legioenen in een hinderlaag werd gelokt in het onherbergzame Teutoburgerwoud. De Germaanse krijgers slachtten bijna het gehele Romeinse leger af. Na deze verpletterende nederlaag besloot keizer Augustus dat de Rijn de definitieve rijksgrens moest worden. Deze versterkte grens wordt de limes genoemd. Hiermee kwam een einde aan de Romeinse veroveringsdrang ten oosten van de Rijn.
Bewaking van de grens
De Romeinen bewaakten de limes met hun eigen legers, maar zochten ook samenwerking met lokale bondgenoten. Rond 50 v.C. sloten de Romeinen een bondgenootschap met de Bataven, een Germaans volk dat naar het Nederlandse rivierengebied was getrokken. In een officieel verdrag werd afgesproken dat de Bataven de grens tussen Utrecht en Nijmegen zouden verdedigen. In ruil hiervoor hoefden zij geen belasting te betalen en mochten zij in het grensgebied blijven wonen. Toch verliep deze samenwerking niet altijd vlekkeloos en braken er soms opstanden uit:
•De opstand van Boudica (61 n.C.): Toen een Keltische bondgenoot overleed en de Romeinen zijn bezit plunderden en zijn dochters misbruikten, nam zijn weduwe Boudica wraak. Zij verzamelde een leger van wel 100.000 Britten en brandde Romeinse steden zoals Londen plat. Uiteindelijk werd haar ongetrainde leger door de goed bewapende Romeinse soldaten verslagen, waarna Boudica zichzelf met gif doodde.
•De opstand van de Bataven (69 n.C.): Onder leiding van Julius Civilis, een Bataaf die officier was geweest in het Romeinse leger en het Romeinse burgerrecht bezat, kwamen de Bataven in opstand. Civilis was woedend omdat de Romeinen zijn broer hadden gedood en hun afspraken schonden. De Bataven brandden Romeinse legerplaatsen langs de Rijn plat. Pas toen Rome een enorme legermacht stuurde, werd de opstand beëindigd. Er werd een nieuw verdrag gesloten en de Bataven werden weer trouwe bondgenoten.
Romeinse invloed in Zuid-Nederland
De aanwezigheid van de Romeinen in Zuid-Nederland had grote gevolgen voor de lokale bevolking. In de buurt van de forten en legerkampen langs de limes ontstonden steden. De grootste stad in Romeins Nederland was Noviomagus (het huidige Nijmegen). Hier woonden militairen met hun gezinnen en waren moderne Romeinse voorzieningen aanwezig, zoals badhuizen, centrale verwarming, woningen met stromend water en een amfitheater met plaats voor 12.000 toeschouwers. Door de intensieve contacten tussen de Romeinen en de lokale Germanen en Kelten vond er romanisering plaats, wat leidde tot het ontstaan van een mengcultuur. Dit uitte zich op verschillende manieren:
•Geldeconomie: De lokale bewoners ruilden hun goederen niet langer alleen via ruilhandel, maar gingen meedoen aan de Romeinse geldeconomie door te betalen met Romeinse munten. Hiermee kochten zij luxe goederen zoals glaswerk en sieraden.
•Handelswegen: De handel bloeide dankzij de verharde Romeinse wegen en de scheepvaart op de Rijn. Zelfs ten noorden van de limes kochten de Romeinen goederen, zoals koeienhuiden uit Noord-Nederland.
•Religie: Lokale goden bleven populair, maar werden op Romeinse wijze vereerd. Zo bouwden de bewoners voor hun inheemse godin Nehalennia altaren en tempels naar Romeins voorbeeld.
De ondergang van het Romeinse Rijk
Na een lange periode van bloei en stabiliteit raakte het Romeinse Rijk vanaf de 3e eeuw n.C. in verval. Dit proces van achteruitgang werd veroorzaakt door een keten van interne en externe problemen:
1.Er braken dodelijke ziekten uit in het rijk, waardoor de bevolking sterk in omvang afnam.
2.Door de bevolkingskrimp daalden de productie en de handel, waardoor de inwoners armer werden.
3.De overheid kon hierdoor veel minder belasting heffen.
4.Door het geldgebrek kon de overheid het leger en het bestuur niet meer betalen.
5.Gewapende bendes maakten het platteland onveilig en Germaanse krijgers konden de slecht verdedigde limes gemakkelijk oversteken voor plundertochten.
Tussen 235 en 285 n.C. werd het rijk bovendien geteisterd door burgeroorlogen waarin soldaten hun eigen generaals tot keizer uitriepen. In vijftig jaar tijd regeerden er maar liefst 25 verschillende keizers. Hoewel het centrale bestuur rond 284 n.C. tijdelijk werd hersteld, bleef het westen van het rijk economisch en militair zwak. In 330 n.C. verplaatste keizer Constantijn de hoofdstad van Rome naar de Griekse stad Byzantium, die hij hernoemde tot Constantinopel. In 395 n.C. werd het rijk definitief gesplitst in twee onafhankelijke delen met elk een eigen keizer: het West-Romeinse Rijk met Rome als hoofdstad en het Oost-Romeinse Rijk met Constantinopel als hoofdstad. Vanaf de 4e eeuw vonden er grootschalige volksverhuizingen plaats. Dit waren geen verplaatsingen van complete volkeren, maar invallen van Germaanse krijgsheren met hun gewapende volgelingen. Zij plunderden de Romeinse gebieden en grepen er de macht, gevolgd door Germaanse boeren die zich in de veroverde gebieden vestigden. Hoewel de Germanen een minderheid vormden, namen zij de macht over en stichtten zelfstandige koninkrijken. Zij pasten zich aan de lokale taal en cultuur aan. Het West-Romeinse Rijk stortte hierdoor volledig in. In 476 n.C. kwam er definitief een einde aan dit rijk toen Germaanse soldaten in Rome de laatste, pas vijftienjarige keizer Romulus Augustus afzetten. Het Oost-Romeinse Rijk hield daarentegen nog bijna duizend jaar stand.