Les over 4.3 De cultuur van het rijk
De Romeinen

Hoe verspreidde de Romeinse cultuur zich door het rijk?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe mensen uit verschillende culturen met elkaar samenleefden in het Romeinse Rijk.
•Je kunt beschrijven hoe de Romeinen hun godsdienst uitoefenden en met andere godsdiensten omgingen.
•Je kunt uitleggen hoe de Grieks-Romeinse cultuur ontstond en werd verspreid.
•Je kunt beschrijven welke rechten verschillende bevolkingsgroepen hadden in het Romeinse Rijk.
Belangrijke jaartallen
•10 v.C. – 3 n.C.: Bouw van de Romeinse tempel in de Franse stad Nîmes.
•98 – 117 n.C.: Regeringsperiode van keizer Trajanus, die oorspronkelijk uit Spanje kwam.
•140 n.C.: Aanwezigheid van zwarte soldaten en hun gezinnen bij de Muur van Hadrianus in Britannia.
•193 – 211 n.C.: Regeringsperiode van keizer Septimius Severus, geboren in Noord-Afrika.
•2e eeuw n.C.: Bouw van het Pantheon in Rome en het aquaduct in Segovia.
Een multiculturele samenleving
Het Romeinse Rijk was een multiculturele samenleving: een maatschappij waarin mensen met verschillende culturele achtergronden samenleven. In de hoofdstad Rome woonden mensen van allerlei afkomst door elkaar, zoals Afrikanen, Arabieren, Friezen, Galliërs, Grieken en Joden. Sommigen kwamen gedwongen als slaaf, anderen vrijwillig als handelaar, arbeider of ambachtsman. Zelfs de keizers kwamen niet altijd uit Italië. Keizer Trajanus kwam uit Spanje en keizer Septimius Severus was geboren in Noord-Afrika. Ook aan de grenzen van het rijk, zoals bij de Muur van Hadrianus in Britannia, leefden mensen met diverse achtergronden samen. Hierdoor was er sprake van grote diversiteit (variatie en verscheidenheid) in het hele rijk.
De Romeinse godsdienst en tolerantie
De Romeinen vereerden honderden verschillende goden. De officiële staatsgodsdienst was verplicht voor iedereen die voor de overheid werkte. Belangrijke staatsgoden waren oppergod Jupiter, huwelijksgodin Juno, oorlogsgod Mars, liefdesgodin Venus en Minerva, de godin van de wijsheid. Ook de keizer moest worden vereerd, al werd hij pas na zijn dood door de senaat tot een echte god verheven.

Naast de staatsgoden bestond er een grote mate van godsdienstige tolerantie (verdraagzaamheid). Zolang burgers de staatsgoden eerden, mochten zij daarnaast aanbidden wie zij wilden. Hierdoor werden ook buitenlandse goden populair, zoals de Egyptische godin Isis en de Perzische god Mithras, die vooral door militairen werd gezien als verlosser van pijn en ellende.
Overzicht van belangrijke Romeinse goden
Naam | God of godin van | Te herkennen aan |
|---|---|---|
Jupiter | Oppergod, god van de hemel en het (on)weer | Bliksemschicht en lange staf |
Juno | Godin van het huwelijk, beschermgodin van vrouwen | Staf en kroon |
Mars | God van de oorlog, vader van Romulus en Remus | Sterk en gespierd, in volledige wapenrusting |
Venus | Godin van de liefde, vruchtbaarheid en schoonheid | Bloemen en duiven |
Minerva | Godin van wijsheid en verstand | Schild en speer |
Apollo | God van de muziek, kunst en geneeskunde | Lier (kleine harp) |
Diana | Godin van de jacht en de maan | Pijl en boog |
Vulcanus | God van het vuur en de smeden | Hamer en aambeeld |
De Grieks-Romeinse cultuur en romanisering
Toen de Romeinen Griekenland veroverden, raakten zij diep onder de indruk van de Griekse cultuur. Zij haalden Griekse kunstenaars, schrijvers en architecten naar Rome en kopieerden Griekse kunst en architectuur. Door deze beïnvloeding ontstond een mengcultuur: de Grieks-Romeinse cultuur. De Romeinen voegden hier eigen elementen aan toe, zoals bogen en koepels, wat goed te zien is in het Pantheon. De verspreiding van deze Grieks-Romeinse cultuur over het hele rijk noemen we romanisering. Overal in het rijk worden nieuwe steden gesticht volgens een schaakbordpatroon. Het centrale middelpunt van zo'n stad was het forum, het marktplein waar de belangrijkste tempels en bestuursgebouwen stonden. Ook kregen deze steden theaters, amfitheaters en badhuizen. In het westen van het rijk ging de elite Latijn spreken, terwijl in het oosten Grieks de belangrijkste taal bleef.
Onderwijs: toen en nu
In de Romeinse tijd bemoeide de overheid zich niet met het onderwijs en was er geen leerplicht. Op het platteland kon bijna niemand lezen of schrijven, maar in de steden leerden veel mensen dit wel. Rijke kinderen kregen privéles van Griekse leraren in Latijn, Grieks, literatuur en welsprekendheid. Kinderen van winkeliers en ambachtslieden kregen basisonderwijs in de openlucht of in een markthal, waarvoor de ouders de leraar per leerling betaalden.
Vergelijking van het onderwijs
Vraag | Romeinse tijd | Tegenwoordig in Nederland |
|---|---|---|
Moeten alle leerlingen verplicht naar school? | Nee, de overheid bemoeide zich niet met het onderwijs. | Ja, iedereen tussen 5 en 16 jaar is leerplichtig (en tot 18 jaar zonder startkwalificatie). |
Tot welke leeftijd gaan de meeste leerlingen naar school? | De meeste leerlingen kregen alleen basisonderwijs tot ze 12 of 14 jaar oud waren. | Tot ten minste 16 jaar, of tot 18 jaar om een startkwalificatie te behalen. |
Waar vinden de lessen plaats? | In de openlucht of in een markthal. | In een schoolgebouw. |
Zijn er grote verschillen tussen rijke en arme leerlingen? | Ja, elitejongens kregen uitgebreid onderwijs in literatuur en welsprekendheid, terwijl armere kinderen basisonderwijs kregen of helemaal niet naar school gingen. | Nee, het onderwijs is voor alle leerlingen in de basis hetzelfde toegankelijk. |
Romeins recht en burgerrechten
De Romeinse samenleving werd geordend en beschermd door het recht, het geheel van alle geschreven wetten. Doordat de wetten en de uitleg daarvan goed waren opgeschreven, konden rechters overal in het rijk volgens dezelfde regels rechtspreken. In de loop der eeuwen kregen steeds meer vrije bewoners van het rijk het Romeinse burgerrecht, wat hen juridische bescherming bood. Vrouwen hadden echter een beperkt burgerrecht: zij mochten geen overheidsbestuurder worden en stonden onder gezag van hun vader of echtgenoot, maar mochten wel scheiden, bezit beheren en contracten sluiten. Slaven hadden daarentegen helemaal geen rechten. Veel principes uit het Romeinse rechtssysteem vormen de basis voor onze moderne rechtspraak:
•Burgers worden beschermd door de wet en mogen niet zonder proces of bewijs worden veroordeeld.
•Verdachten hebben recht op een advocaat en mogen niet worden gemarteld.
•Rechtszaken zijn openbaar om een eerlijk verloop te garanderen.
Een belangrijk verschil met tegenwoordig is dat in de Romeinse tijd politieke bestuurders ook als rechter optraden, terwijl rechters in moderne democratieën onafhankelijk zijn van het bestuur.