Les over 3.2 Bestuur in de stadstaten
De Griekse stadstaat

Hoe werkte het bestuur in de Griekse stadstaten?
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe de Grieken werden bestuurd in een monarchie en aristocratie.
•Je kunt uitleggen dat er goede en slechte tirannen waren.
•Je kunt beschrijven hoe de democratie in Athene werkte.
•Je kunt uitleggen welke politieke rechten verschillende bevolkingsgroepen in Athene hadden.
•Je kunt benoemen hoe Athene de democratie beschermde.
Belangrijke jaartallen
•Vanaf de 8e eeuw v.C.: In veel Griekse stadstaten wordt de monarchie vervangen door een aristocratie.
•Kort na 550 v.C.: De 'goede' tiran Pisistratus grijpt de macht in Athene.
•510 v.C.: Einde van de tirannie in Athene, gevolgd door een machtsstrijd.
•508 v.C. – 338 v.C.: De Atheense democratie bestaat en bloeit op tot het hoogtepunt van haar rijkdom en roem.
•480 v.C.: De Atheense legeraanvoerder Themistocles speelt een cruciale rol bij het verslaan van de Perzen.
•472 v.C.: Themistocles wordt door de burgers verbannen via het schervengericht.
Het ontstaan van de polis en de bestuursvormen
Door het bergachtige landschap en de vele eilanden leefden de oude Grieken in losse, zelfstandige stadstaten. Zo'n stadstaat met het omringende landbouwgebied wordt een polis (meervoud: poleis) genoemd. Binnen deze poleis ontwikkelden zich verschillende manieren om een gebied te besturen. Dit noemen we een bestuursvorm. Het woord politiek is direct afgeleid van het Griekse woord polis en gaat over alles wat te maken heeft met het bestuur van een stad of staat.

In de Griekse geschiedenis kwamen vier belangrijke bestuursvormen voor: de monarchie, de aristocratie, de tirannie en de democratie.
Bestuursvorm | Wie bestuurt? | Kenmerken van de macht | Invloed van de bevolking |
|---|---|---|---|
Monarchie | Eén vorst (koning) | Erfelijke macht | Eén persoon bepaalt alles |
Aristocratie | Een kleine groep | Mannen met aanzien (edelen/rijken) | Weinig mensen hebben invloed |
Tirannie | Een tiran | Onwettig de macht gegrepen | Eén persoon bepaalt alles |
Democratie | Een grote groep | Burgers | Veel mensen hebben invloed |
Koningen, aristocraten en tirannen
In het begin waren de meeste Griekse stadstaten een monarchie, waarin één koning de baas was. Vanaf de 8e eeuw v.C. veranderde dit in veel poleis in een aristocratie. Dit betekent letterlijk 'regering door de besten'. Volgens de filosoof Aristoteles waren dit de mannen die door hun kennis en ervaring de beste besluiten konden nemen. In de praktijk waren dit echter de rijkste edelen met het meeste grondbezit en aanzien. Een bekend voorbeeld van een aristocratie was Sparta, waar het bestuur in handen was van een raad van oudsten uit de voornaamste families.

Binnen de aristocratieën ontstond vaak een felle machtsstrijd. Soms greep één aristocraat met geweld de alleenheerschappij. Zo'n heerser werd een tiran genoemd. Hoewel we tegenwoordig bij een tiran denken aan een wrede onderdrukker, waren er in de Griekse oudheid zowel goede als slechte tirannen:
•Slechte tirannen: Een voorbeeld is Dionysios van Syracuse. Hij was wreed, achterdochtig en legde het volk extreem hoge belastingen op om zijn oorlogen en luxueuze levensstijl te financieren.
•Goede tirannen: Een voorbeeld is Pisistratus van Athene. Hij greep kort na 550 v.C. de macht, maar was zeer populair bij het gewone volk omdat hij land gaf aan kleine boeren en prachtige openbare gebouwen liet neerzetten.
De Atheense democratie
Na het einde van de tirannie in Athene brak er in 510 v.C. opnieuw een machtsstrijd uit. De aristocraat Kleisthenes zocht steun bij de demos (het volk) en voerde in 508 v.C. een revolutionaire nieuwe bestuursvorm in: de democratie (regering door het volk). In Athene was sprake van een directe democratie. Dit hield in dat alle burgers rechtstreeks stemden over wetten, oorlog en vrede in de volksvergadering. Deze volksvergadering kwam tussen de 10 en 40 keer per jaar bijeen. Om geldige besluiten te nemen, moesten er minstens mannen aanwezig zijn. Dit vroeg veel opoffering; een burger uit het dorp Marathon moest bijvoorbeeld voor één stemming een afstand van 40 kilometer heen en 40 kilometer terug lopen. Dit is een totale reis van kilometer per keer. Om de volksvergadering te overtuigen, moest je een uitstekende spreker of redenaar zijn. Bekende leiders waren Demosthenes, die een spraakgebrek overwon door met kiezelstenen in zijn mond te oefenen, en Perikles, die 15 keer achter elkaar tot legeraanvoerder werd gekozen. Niet iedereen was positief over deze bestuursvorm. Filosofen zoals Plato en Aristoteles vonden de democratie een slechte vorm van bestuur. Zij vonden dat de macht lag bij de 'domme massa' die alleen aan eigenbelang dacht, en waarschuwden dat het volk zich makkelijk liet opjutten door een demagoog (een volksleider die mensen misleidt met mooie praatjes).
Burgerrechten en ongelijkheid
Hoewel Athene een democratie was, had slechts een klein deel van de bevolking politieke rechten. Alleen vrije, volwassen mannen die uit Atheense ouders waren geboren, bezaten het burgerschap. Van de 250.000 inwoners mochten er slechts ongeveer 40.000 meebeslissen. Vrouwen, slaven en vreemdelingen (metoiken) waren volledig uitgesloten van de politiek en hadden geen burgerrechten. Vrouwen mochten geen bezit hebben, niet stemmen, geen rechter worden en zichzelf niet verdedigen in de rechtbank. Vrije mannelijke burgers daarentegen genoten bescherming door de wet, mochten grond bezitten en konden via loting rechter of bestuurder worden.
Bescherming van de democratie: het schervengericht
Om te voorkomen dat een ambitieuze politicus opnieuw de macht zou grijpen en een tiran zou worden, introduceerden de Atheners het schervengericht (ostracisme). Eenmaal per jaar konden burgers op een potscherf de naam krassen van een politicus die zij als een gevaar voor de democratie beschouwden. Als er minstens stemmen waren uitgebracht, werd de politicus met de meeste stemmen voor tien jaar verbannen uit de polis. Hij behield wel zijn bezittingen en mocht daarna terugkeren. Een bekend slachtoffer hiervan was de succesvolle legeraanvoerder Themistocles, die in 472 v.C. werd verbannen vanwege zijn arrogantie en rijkdom.
Democratie: toen en nu
Er bestaan grote verschillen tussen de democratie in het oude Athene en onze moderne democratie. Waar Athene een directe democratie had, kennen wij tegenwoordig een indirecte democratie.
Atheense democratie (toen) | Nederlandse democratie (nu) |
|---|---|
Directe democratie: burgers stemmen zelf over alle wetten. | Indirecte democratie: burgers kiezen volksvertegenwoordigers. |
Rechters en bestuurders worden gekozen door loting onder de burgers. | Professionele rechters en bestuurders voeren de rechtspraak en het bestuur uit. |
Alleen vrije, volwassen Atheense mannen hebben stemrecht. | Alle volwassen burgers (mannen en vrouwen) hebben stemrecht. |
Vrouwen, slaven en vreemdelingen hebben geen rechten. | Iedereen is gelijk voor de wet en heeft gelijke rechten. |
In de moderne Nederlandse democratie controleert het parlement (de Eerste en Tweede Kamer) of de regering haar werk goed doet, en kunnen Tweede Kamerleden zelf wetten voorstellen.