Les over 1.3 Leven van de landbouw
Landbouwsamenlevingen

Hoe veranderde de landbouwrevolutie het menselijk leven?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de landbouw in het Midden-Oosten ontstond.
•Je kunt uitleggen hoe mensen op andere plaatsen met landbouw begonnen.
•Je kunt de kenmerken van een landbouwsamenleving benoemen.
•Je kunt beschrijven welke gevolgen de overstap naar landbouw had.
•Je kunt de eerste steden beschrijven.
Belangrijke jaartallen
•Rond 10.000 v.C.: Klimaatverandering zorgt voor een overvloed aan wild voedsel, waardoor jager-verzamelaars zich op vaste plekken vestigen.
•Rond 9000 v.C.: De eerste vorm van landbouw ontstaat in de Vruchtbare Halvemaan in het Midden-Oosten.
•Rond 8000 v.C.: Jericho bestaat al als een van de allereerste kleine steden.
•Rond 7000 v.C.: De landbouw verspreidt zich over Europa en andere werelddelen; begin van de teelt van gewassen zoals rijst, gierst, vlas en katoen.
•Rond 5300 v.C.: De eerste boeren vestigen zich in Nederland, specifiek op de vruchtbare grond in Zuid-Limburg.
•Rond 3000 v.C.: De landbouw heeft zich over heel Nederland verspreid en in Mesopotamië ontstaan de eerste stedelijke samenlevingen.
Het ontstaan van de landbouw
Honderdduizenden jaren leefden mensen als jager-verzamelaars. In hun levenswijze zat veel continuïteit: er veranderde heel lang bijna niets. Rond 9000 v.C. veranderde dit in het Midden-Oosten, in het gebied tussen de Middellandse Zee en de Perzische Golf dat de Vruchtbare Halvemaan wordt genoemd. Door klimaatverandering rond 10.000 v.C. was er tijdelijk een overvloed aan wild voedsel, waardoor mensen minder hoefden rond te trekken. Ze ontdekten dat ze zelf graankorrels konden planten en oogsten. Dit was het begin van de akkerbouw, het verbouwen van plantaardig voedsel zoals tarwe, gerst en vijgen. Later volgden ook de veeteelt en het kweken van fruitbomen. De veeteelt ontstond toen mensen wilde dieren, zoals geiten, schapen en varkens, gingen tam maken en fokken voor vlees, wol en trekkracht. Akkerbouw en veeteelt noemen we samen landbouw. Deze overgang was zo ingrijpend dat we spreken van de landbouwrevolutie (of agrarische revolutie). Hoewel het een snelle, ingrijpende verandering in de geschiedenis was, verliep het proces in werkelijkheid heel geleidelijk.
Landbouw op andere plaatsen
Vanuit het Midden-Oosten verspreidde de landbouw zich naar Noord-Afrika, West-Azië en Europa. Rond 5300 v.C. bereikten de eerste boeren Zuid-Limburg in Nederland, waar ze de vruchtbare grond bewerkten en graan maalden met maalstenen. Tegen 3000 v.C. was heel Nederland overgegaan op de landbouw. Ook elders in de wereld ontstond onafhankelijk de landbouw:
•China (vanaf 7000 v.C.): verbouw van gierst en rijst.
•Zuid-Amerika: teelt van aardappelen en bonen.
•Midden-Amerika: verbouw van pompoen, avocado en mais. Door selectief te kweken met de beste kolven, werd mais steeds groter en voedzamer.
Planten werden ook gebruikt voor kleding. Zo verbouwde men vanaf 7000 v.C. vlas als grondstof voor linnen, en werd er katoen geteeld in India, Mexico en Soedan om textiel van te weven.
De landbouwsamenleving
Door de landbouwrevolutie ontstond de landbouwsamenleving. Deze samenleving heeft twee duidelijke kenmerken:
•Mensen produceren hun eigen voedsel via akkerbouw en veeteelt.
•Mensen wonen op een vaste plek (sedentair) in stevig gebouwde huizen, waardoor de eerste boerendorpen ontstonden.
Binnen deze dorpen ontstond een nieuwe economie, wat een verzamelwoord is voor de productie, handel, inkomsten en uitgaven van een gebied. Deze vroege economie was zelfvoorzienend: de bewoners produceerden zelf al hun voedsel, kleding en gereedschappen en waren niet afhankelijk van anderen.
Gevolgen van de landbouw
De overgang naar de landbouw had zowel grote voordelen als grote nadelen.
Voordelen
•Betere beschutting tegen het weer door stevige, permanente huizen.
•Voedselzekerheid door het bewaren van voorraden in aardewerken potten en manden voor tijden van mislukte oogsten.
•Technologische vooruitgang door nieuwe werktuigen, zoals de vuurstenen bijl met steel om bossen te kappen voor akkers, en later de ploeg om de aarde effectief om te woelen.
•Enorme bevolkingsgroei: de wereldbevolking steeg van 5 tot 8 miljoen mensen rond 10.000 v.C. naar wel 30 tot 50 keer zoveel rond het begin van onze jaartelling.

Nadelen
•Zwaar lichamelijk werk: dagelijkse zware arbeid zorgde voor slijtage aan ruggen, knieën en nekken. Botonderzoek toont aan dat prehistorische boeren (zowel mannen als vrouwen) hierdoor een veel steviger skelet kregen.
•Eenzijdig dieet: graan bevat minder vitaminen en mineralen dan het gevarieerde voedsel van jager-verzamelaars, wat leidde tot gezondheidsproblemen zoals gaatjes in tanden.
•Ziekten: door het nauwe contact met gedomesticeerd vee sprongen veeziekten zoals pokken en mazelen over op de mens.
•Hongersnood: bij langdurige droogte raakten voorraden op en konden boeren, in tegenstelling tot jagers, niet eenvoudig naar een ander gebied trekken.
Sociale en culturele gevolgen
De groepen waarin mensen samenleefden werden groter en complexer. Er ontstond ongelijkheid in bezit en macht omdat sommige boeren succesvoller waren dan andere. Dit leidde tot sociale spanningen en de opkomst van leiders of dorpshoofden. Op cultureel vlak begonnen mensen hun aardewerken voorraadpotten steeds mooier te versieren.
De eerste steden in het Midden-Oosten
Sommige boerendorpen groeiden uit tot de eerste steden. De oudste bekende kleine stad is Jericho, die rond 8000 v.C. al bestond. De meeste steden ontstonden echter pas na 3000 v.C. In deze vroege steden woonden aanvankelijk vooral boeren die buiten de stadsmuren werkten. Na verloop van tijd ontstond er specialisatie: ambachtslieden maakten producten (zoals brood, kleding of gereedschap) en handelaren kochten en verkochten deze goederen. In het gebied Mesopotamië (het land tussen de rivieren de Tigris en de Eufraat in het huidige Irak) ontstonden na 3000 v.C. veel steden dicht bij elkaar. Deze steden handelden intensief met elkaar, maar voerden ook regelmatig oorlog. Een vergelijkbare stedelijke ontwikkeling vond plaats in Noord-Afrika langs de rivier de Nijl, waar later het Egyptische rijk zou ontstaan.