Les over 2.2 De landbouwrevolutie

Les over 2.2 De landbouwrevolutie

Gemaakt door Ainstein
2.2 De landbouwrevolutie
Deze video bestaat uit
  • LandbouwsamenlevingenLandbouwsamenlevingen
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:13
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe ontstond de landbouwrevolutie in de prehistorie?

Leerdoelen

Je kunt het ontstaan van de landbouw in het Midden-Oosten en de verspreiding ervan naar Europa beschrijven.

Je kunt beschrijven welke gevolgen de landbouwrevolutie had voor de leefwijze van prehistorische mensen.

Je kunt het verschil tussen de leefwijze van jager-verzamelaars en boeren uitleggen.

Je kunt de begrippen oorzaak en gevolg toepassen op historische gebeurtenissen.

Het zwervende bestaan van de eerste mensen

De eerste mensen, zoals de neanderthalers en de Homo sapiens, leefden als nomaden. Dit betekent dat ze geen vaste woonplaats hadden en rondtrokken in kleine groepen. Als het voedsel opraakte of het weer veranderde, trokken ze verder naar een nieuwe, veilige plek met voldoende water en voedsel. Ze woonden tijdelijk in grotten, hutten of tenten. Vanuit deze tijdelijke kampen jaagden ze op dieren en verzamelden ze eetbare planten en vruchten. Hoewel lang werd gedacht dat alleen mannen jaagden, toont modern onderzoek aan dat ook vrouwen deelnamen aan de jacht.

Werktuigen en cultuur

De jager-verzamelaars maakten handige werktuigen van natuurlijke materialen zoals botten en steen. Een zeer belangrijke steensoort was vuursteen, waarvan ze scherpe messen, speerpunten en vuistbijlen maakten. Vuistbijlen werden vooral gebruikt om hout te kappen, vlees in stukken te snijden en dierenhuiden schoon te schrapen. Met vuursteen konden ze ook vuur maken door ze tegen elkaar te slaan. Archeologen vinden daarnaast mysterieuze voorwerpen uit de prehistorie, zoals versierde botten, beschilderde schelpen en kleine beeldjes van vrouwenfiguren met opvallend grote heupen en borsten. Deze beeldjes hadden mogelijk een religieuze of symbolische betekenis, maar de precieze functie blijft onzeker.

Veranderingen na de ijstijd

Ongeveer 11.000 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd. Het klimaat werd warmer, waardoor de ijskap smolt en de zeespiegel steeg. Hierdoor ontstond de Noordzee. Sommige diersoorten, zoals de mammoet, stierven uit. Aan de Nederlandse kust ontstonden grote moerasgebieden. De jager-verzamelaars pasten zich aan door kano's van boomstammen en fuiken van riet te maken om te vissen. Omdat er meer voedsel te vinden was, konden groepen langer op dezelfde plek blijven en werden de kampen groter. Ook ontstond er handel en contact in materialen zoals vuursteen over grote afstanden.

Oorzaak en gevolg

In de geschiedschrijving is het belangrijk om te kijken naar de reden waarom iets gebeurt: de oorzaak. De gebeurtenis of verandering die hierna plaatsvindt, is het gevolg. Wanneer de gevolgen van een verandering heel groot en ingrijpend zijn voor de samenleving, spreken we van een revolutie.

Het ontstaan van de landbouw

Rond 10.000 v.Chr. vond er in het Midden-Oosten een grote verandering plaats. Door een kouder en droger klimaat groeiden er minder wilde granen. Om toch voldoende voedsel te hebben, gingen mensen experimenteren met het zelf verbouwen van gewassen. Dit leidde tot het ontstaan van akkerbouw. Daarnaast slaagden ze erin om wilde dieren, zoals schapen en geiten, tam te maken en te fokken voor wol, melk en vlees. Dit noemen we veeteelt. Akkerbouw en veeteelt vormen samen de landbouw.

De landbouwrevolutie en de gevolgen

De overgang van jagen en verzamelen naar landbouw had zulke enorme gevolgen dat we dit de landbouwrevolutie noemen. Deze revolutie zorgde voor een compleet nieuwe leefwijze:

Vaste woonplaatsen: Boeren moesten bij hun akkers en vee blijven en gingen op een vaste plek wonen. Hierdoor ontstonden de eerste kleine dorpen.

Stevige boerderijen: In plaats van tijdelijke hutten of tenten bouwden mensen stevige boerderijen van hout, klei of steen die generaties lang meegingen.

Grote monumenten: Omdat mensen op een vaste plek bleven, bouwden ze indrukwekkende grafmonumenten en tempels. In Noord-Europa en Drenthe bouwden vroege boeren hunebedden: enorme stenen grafkamers waarin archeologen veel potscherven hebben teruggevonden.

Nieuwe werktuigen: Boeren gebruikten andere hulpmiddelen, zoals de ploeg om de akkers te bewerken en potten van aardewerk om voedsel in te bewaren en te bereiden.

Oude muurschildering van een boer die met ossen het land bewerkt met een ploeg
Oude muurschildering van een boer die met ossen het land bewerkt met een ploeg

Belangrijke jaartallen

115.000 - 11.000 jaar geleden: De laatste ijstijd in Europa.

Rond 11.000 v.Chr.: Het klimaat in het Midden-Oosten verandert en de laatste ijstijd eindigt.

Rond 10.000 v.Chr.: De landbouwrevolutie begint in het Midden-Oosten met de eerste vormen van akkerbouw en veeteelt.

Rond 3000 v.Chr. (5000 jaar geleden): Bouw van de hunebedden in Drenthe door de eerste boeren in Nederland.