Les over 1.2 De rol van de Britten

Les over 1.2 De rol van de Britten

Gemaakt door Ainstein
1.2 De rol van de Britten
Deze video bestaat uit
  • Modern imperialismeModern imperialisme
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 01:19
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe beïnvloedden de Britten het zionisme in Palestina?

Leerdoelen

Je kunt de historische achtergrond van de Joodse diaspora en het ontstaan van het zionisme uitleggen.

Je kunt beschrijven hoe Theodor Herzl en zijn boek Der Judenstaat de zionistische beweging hebben beïnvloed.

Je kunt de motieven van de Britse regering voor het opstellen van de Balfourverklaring analyseren.

Je kunt uitleggen waarom de Balfourverklaring leidde tot spanningen tussen Joden en Arabieren in Palestina.

Belangrijke jaartallen

Omstreeks 2000 v. Chr.: Aartsvader Abraham en de Joodse bewoning van Palestina beginnen.

70 n. Chr.: De Romeinen slaan een Joodse opstand wreed neer, waarna de diaspora begint.

1882: De eerste groepen Joden migreren vanuit het Russische Rijk naar Palestina.

1891: Schrijver John Lawson Stoddard roept Joden in diaspora op om terug te keren naar Palestina.

1896: Theodor Herzl publiceert zijn invloedrijke boekje Der Judenstaat.

1897: De Zionistische Wereldorganisatie wordt opgericht in de Zwitserse stad Basel.

1904: De Engelse zionist Israel Zangwill waarschuwt voor conflicten met de reeds aanwezige Arabische bevolking.

1909: Joodse pioniers verzamelen zich op de plek waar de stad Tel Aviv gebouwd zal worden.

2 november 1917: De Britse minister James Balfour verstuurt de Balfourverklaring.

Januari 1919: Chaim Weizmann en prins Feisal sluiten een overeenkomst over samenwerking tussen Joden en Arabieren.

Het ontstaan van het zionisme

Vanaf de tijd van aartsvader Abraham tot aan de Romeinse tijd bewoonden Joden de landstreek Palestina. Nadat de Romeinen in 70 n. Chr. een Joodse opstand wreed neersloegen, trokken de meeste Joden weg. Deze verspreiding van het Joodse volk over de wereld wordt de diaspora genoemd. Eeuwenlang hielden Joodse gemeenschappen wereldwijd een sterke religieuze en emotionele band met hun oude vaderland en de heilige stad Jeruzalem. In Europa leefden Joden vaak als religieuze minderheid. Zij werden regelmatig gediscrimineerd en waren het slachtoffer van antisemitisme, een hardnekkige vorm van Jodenhaat en racisme. Hoewel het antisemitisme in de negentiende eeuw onder invloed van de Verlichting tijdelijk afnam, laaide het door opkomend nationalisme aan het eind van die eeuw weer op. Dit leidde tot gewelddadige aanvallen op Joden en hun bezittingen, die pogroms worden genoemd. Deze pogroms kwamen met name in het Russische Rijk veelvuldig voor. Als reactie op dit geweld vluchtten honderdduizenden Joden naar landen als de Verenigde Staten en Argentinië. Een deel van de Joden koos er echter voor om naar Palestina te trekken. Dit streven van het Joodse volk om terug te keren naar Palestina en daar een eigen tehuis te stichten, heet het zionisme. Vanaf 1882 trokken de eerste groepen zionistische Joden naar Palestina, dat destijds werd bewoond door zo'n driekwart miljoen Arabieren. De zionistische beweging kreeg een beslissende impuls door de Hongaars-Joodse journalist Theodor Herzl. Onder de indruk van het hevige antisemitisme in Frankrijk tijdens de Dreyfusaffaire, publiceerde hij in 1896 het boekje Der Judenstaat. Herzl stelde dat antisemitisme onuitroeibaar was en dat Joden zelf een seculiere, moderne staat moesten stichten. In 1897 richtte hij de Zionistische Wereldorganisatie op met als doel een volkenrechtelijk erkend nationaal tehuis in Palestina te realiseren. Dit stuitte echter op weerstand van de Turkse sultan Abdul Hamid II, die vreesde dat de komst van Europese Joden de balans in zijn rijk zou verstoren. Ook binnen de zionistische beweging zelf waarschuwden critici, zoals Israel Zangwill in 1904, voor de spanningen die zouden ontstaan met de reeds aanwezige Arabische bevolking.

De Balfourverklaring en de rol van de Britten

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen de zionistische plannen onverwacht steun van de Britse regering. Op 2 november 1917 stuurde de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour een brief aan de Zionistische Wereldorganisatie. Deze brief staat bekend als de Balfourverklaring. Hierin verklaarde de Britse regering dat zij de stichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina gunstig gezind was en dit proces actief zou ondersteunen. De Britse regering had verschillende motieven voor deze verklaring:

Medelijden met de Joodse slachtoffers van het Europese antisemitisme.

Financiële belangen: de Britten hoopten op gunstige leningen van Joodse bankiershuizen tijdens de kostbare oorlog.

Imperialistische ambities: een pro-Westerse Joodse gemeenschap in het Midden-Oosten kon dienen als een strategische springplank om de controle te behouden over het nabijgelegen Suezkanaal en de olievelden.

Dankbaarheid aan de zionistische chemicus Chaim Weizmann, die de Britse oorlogsindustrie had geholpen met de productie van synthetisch aceton voor dynamiet.

Kaart van het Suezkanaal in Egypte, een strategische waterweg die de Britten via Palestina wilden beschermen.
Kaart van het Suezkanaal in Egypte, een strategische waterweg die de Britten via Palestina wilden beschermen.

De kiem voor een langdurig conflict

De Balfourverklaring bevatte echter een grote innerlijke tegenstrijdigheid. Enerzijds beloofden de Britten steun voor een Joods nationaal tehuis, anderzijds stelden zij dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande 'niet-Joodse gemeenschappen' (de Arabische meerderheid) niet mochten worden aangetast. Met deze onverenigbare beloftes legden de Britten de basis voor het latere Israëlisch-Palestijnse conflict. Hoewel er in januari 1919 nog een overeenkomst werd gesloten tussen Chaim Weizmann en de Arabische prins Feisal om samen te werken aan de ontwikkeling van Palestina, bleken de nationale ambities van beide groepen op de lange termijn onverzoenlijk.