Vul de lege velden in met de juiste vorm van de subjonctif
Leerdoelen
•Ik kan benoemen in welke contexten de subjonctif gebruikt wordt.
•Ik kan de subjonctif zelf goed vervoegen.
•Ik kan de (onregelmatige) subjonctif in leesteksten herkennen en vertalen.
De subjonctif is een speciale werkwoordsvorm die ook in het Nederlands bestaat, en staat bekend als de aanvoegende wijs, de subjonctief. Voorbeelden hiervan in het Nederlands zijn "Leve de koning!", "Men neme vijftig gram suiker" en "Gelieve uw handen te wassen". In het Frans komt de subjonctif echter veel vaker voor.
Wanneer gebruik je de subjonctif?
De subjonctif wordt gebruikt om een wil, wens, noodzaak of een gevoel uit te drukken. Denk hierbij aan zinnen als "Ik wens dat zij kan zingen" of "Zij is verdrietig dat hij vertrokken is".
In Franse zinnen bevindt de subjonctef zich altijd in de bijzin, na het woordje "que".

Vaste voegwoordcombinaties
De subjonctief volgt altijd na een aantal vaste voegwoordcombinaties. Enkele voorbeelden zijn "avant que" (voordat), "apr ès que" (nadat), "bien que" (hoewel), "à moins que" (tenzij) en "de sorte que" (zodat). Let op: deze voegwoorden eindigen allemaal op "que", wat helpt bij het herkennen van de subjonctif in een zin.

Hoe maak je de subjonctif?
Er bestaat een stappenplan voor het vormen van de subjonctief van regelmatige werkwoorden. De stappen zijn als volgt:
1.Begin met de stam van het werkwoord uit de nous-vorm en verwijder "ons". Dit vormt de basis.
2.Je voegt de juiste uitgang toe: "-e" voor "je", "-es" voor "tu", "-e" voor "il/elle/on", "-ions" voor "nous", "-iez" voor "vous", en "-ent" voor "ils/elles".

Onregelmatige subjonctif
Het vormen van de subjonctief voor onregelmatige werkwoorden, zoals "avoir" en "être", gaat echter anders. Er is een lijst van onregelmatige werkwoorden die je regelmatig tegenkomt in teksten, met onder andere: "avoir", "être", "aller", "faire", "pouvoir", "savoir", "vouloir" en "venir". Het uit het hoofd leren van deze werkwoorden zal zeer helpen bij het vertalen van teksten.

Speciale regel: Penser en croire
Een speciale regel komt naar voren bij de woorden "penser" (denken) en "croire" (geloven). Als deze woorden in de affirmatieve vorm (niet-negatief) voorkomen, verandert het werkwoord dat volgt niet. Bijvoorbeeld: "Je pense que c'est une option". Echter, als "penser" en "croire" in de negatieve vorm voorkomen, verandert het werkwoord dat volgt in de subjonctif, zoals in: "Je ne pense pas que ce soit une option".














