Vul de lege velden in met de juiste vorm van de présent.
Leerdoelen
•Ik ken de vertalingen van de persoonlijke voornaamwoorden.
•Ik kan de présent van de regelmatige werkwoorden vervoegen.
•Ik kan de présent van de vier belangrijkste onregelmatige werkwoorden vervoegen
•Ik ken een paar trucjes voor het vervoegen van de présent.
Hier zijn ze in volgorde: "je" betekent ik, "tu" is jij, "il" en "elle" zijn hij en zij, respectievelijk. Dan hebben we "on" voor men. Voor meervoud gebruiken we "nous" voor wij, "vous" voor jullie of u, en "ils" en "elles" voor zij (mannelijk en vrouwelijk meervoud respectievelijk).

Regelmatige werkwoorden op ER
Er zijn veel werkwoorden in het Frans die eindigen op ER, zoals "parler", "manger", "habiter", enz. Om deze werkwoorden te vervoegen in de présent, volgen we een specifieke regel. We halen de ER van de infinitief vorm af en vervangen deze door de juiste uitgang afhankelijk van het persoonlijke voornaamwoord.

Regelmatige werkwoorden op RE en IR
Er zijn ook regelmatige werkwoorden die eindigen op RE en IR. Het vervoegen van deze werkwoorden volgt soortgelijke regels als de werkwoorden op ER, maar met andere uitgangen.


Belangrijkste onregelmatige werkwoorden
Er zijn enkele onregelmatige werkwoorden die vaak voorkomen in de Franse taal. Deze moeten in de présent specifiek uit het hoofd geleerd worden. Deze zijn: "avoir" (hebben), "être" (zijn), "faire" (doen, maken), "aller" (gaan), "pouvoir" (kunnen), "savoir" (weten), "vouloir" (willen), "voir" (zien), "prendre" (nemen/pakken), and "dire" (zeggen).


Tips en trucs voor het vervoegen van werkwoorden
Het leren en onthouden van alle vormen van vervoegen in de présent kan overweldigend lijken. Een paar tips kunnen hierbij helpen. Allereerst, de "tu" vorm van een werkwoord eindigt meestal op een "s". De "nous" vorm eindigt bijna altijd op "ons". Het is ook belangrijk om te weten dat de Fransen soms letters toevoegen aan woorden als ze moeilijk uit te spreken zijn. Probeer hier een gevoel voor te krijgen. Ten slotte, als je de "je" vorm van elk werkwoord kent, komt de rest meestal vanzelf.













