Het werkwoord ‘mettre’
In deze samenvatting wordt het werkwoord ‘mettre’ behandeld. Dit werkwoord kan verschillende betekenissen hebben, zoals zetten, leggen, plaatsen en aandoen. We zullen de vervoegingen van ‘mettre' in verschillende tijden bespreken: de présent, passé composé, imparfait, futur proche, futur simple en de conditionnel.
Leerdoelen
•Ik ken de verschillende werkwoordstijden
•Ik weet hoe ik het werkwoord ‘mettre’ moet vervoegen in de
•présent
•passé composé
•imparfait
•futur proche
•futur simple
•conditionnel
•Ik kan oefenen met een paar simpele zinnetjes.
Présent (tegenwoordige tijd)
In de présent gebruik je ‘mettre’ om aan te geven dat je iets nu doet, zoals "ik zet". Hier zijn de vervoegingen:
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je mets | Ik zet |
Tu mets | Jij zet |
Il/Elle/On met | Hij/Zij/Men zet |
Nous mettons | Wij zetten |
Vous mettez | Jullie/U zet |
Ils/Elles mettent | Zij zetten |
💡Tip: Let op dat de eerste drie vormen slechts één 't' hebben, terwijl de laatste drie twee 't's hebben.
Voorbeeldzinnen
•Je mets mon manteau avant de sortir. (Ik trek mijn jas aan voordat ik naar buiten ga.)
•Ils mettent les livres dans l'armoire maintenant. (Zij zetten nu de boeken in de kast.)
Passé composé (voltooide tijd)
De passé composé gebruik je voor afgeronde gebeurtenissen in het verleden. Het is vergelijkbaar met scènes in een film.
Frans | Nederlands |
|---|---|
J'ai mis | Ik heb gezet |
Tu as mis | Jij hebt gezet |
Il/Elle/On a mis | Hij/Zij/Men heeft gezet |
Nous avons mis | Wij hebben gezet |
Vous avez mis | Jullie/U heeft gezet |
Ils/Elles ont mis | Zij hebben gezet |
💡Tip: Gebruik het hulpwerkwoord avoir en het voltooid deelwoord mis.
Voorbeeldzinnen
•J'ai mis mon verre sur la table. (Ik heb mijn glas op tafel gezet.)
•Vous avez mis le livre sur le bureau? (Heeft u het boek op het bureau gelegd?)
Imparfait (onvoltooid verleden tijd)
De imparfait gebruik je voor beschrijvingen of gewoontes in het verleden.
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je mettais | Ik zette |
Tu mettais | Jij zette |
Il/Elle/On mettait | Hij/Zij/Men zette |
Nous mettions | Wij zetten |
Vous mettiez | Jullie/U zette |
Ils/Elles mettaient | Zij zetten |

💡Tip: Begin met de stam van de nous-vorm in de présent en voeg de juiste uitgangen toe.
Voorbeeldzinnen
•Je mettais toujours mes livres dans mon sac. (Ik zette altijd mijn boeken in mijn tas.)
•Vous mettiez les fleurs dans le vase. (U zette de bloemen in de vaas.)
Futur proche (nabije toekomst)
De futur proche gebruik je voor acties die binnenkort gaan plaatsvinden.
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je vais mettre | Ik ga zetten |
Tu vas mettre | Jij gaat zetten |
Il/Elle/On va mettre | Hij/Zij/Men gaat zetten |
Nous allons mettre | Wij gaan zetten |
Vous allez mettre | Jullie/U gaat zetten |
Ils/Elles vont mettre | Zij gaan zetten |
💡Tip: Vervoeg het werkwoord aller en voeg het hele werkwoord mettre toe.
Voorbeeldzinnen
•Je vais mettre la table pour le dîner. (Ik ga de tafel dekken voor het diner.)
•Ils vont mettre la tente dans le parc. (Zij gaan de tent in het park opzetten.)
Futur simple (toekomende tijd)
De futur simple gebruik je voor acties die in de toekomst zullen plaatsvinden.
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je mettrai | Ik zal zetten |
Tu mettras | Jij zult zetten |
Il/Elle/On mettra | Hij/Zij/Men zal zetten |
Nous mettrons | Wij zullen zetten |
Vous mettrez | Jullie/U zult zetten |
Ils/Elles mettront | Zij zullen zetten |
💡Tip: Gebruik de stam van het hele werkwoord zonder de 'e' en voeg de uitgangen van avoir toe.
Voorbeeldzinnen
•Je mettrai une nouvelle affiche dans ma chambre l'année prochaine. (Ik zal volgend jaar een nieuwe poster in mijn kamer ophangen.)
•Vous mettrez des fleurs dans le jardin au printemps prochain. (U zult volgend voorjaar bloemen in de tuin planten.)
Conditionnel (voorwaardelijke wijs)
De conditionnel gebruik je voor hypothetische situaties of beleefde verzoeken.
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je mettrais | Ik zou zetten |
Tu mettrais | Jij zou zetten |
Il/Elle/On mettrait | Hij/Zij/Men zou zetten |
Nous mettrions | Wij zouden zetten |
Vous mettriez | Jullie/U zou zetten |
Ils/Elles mettraient | Zij zouden zetten |
💡Tip: Gebruik dezelfde stam als de futur simple en voeg de uitgangen van de imparfait toe.
Voorbeeldzinnen
•Je mettrais la lampe si il fait sombre. (Ik zou de lamp aanzetten als het donker wordt.)
•Nous mettrions la tente si il ne pleut pas. (Wij zouden de tent opzetten als het niet regent.)












