Het werkwoord 'faire' (présent)
In deze samenvatting leer je over het werkwoord faire in de présent. Dit is een belangrijk werkwoord in het Frans dat ‘doen’ of maken' betekent. Je leert hoe je faire vervoegt en gebruikt in verschillende zinnen.
Leerdoelen
•Ik ken de persoonlijke voornaamwoorden (je/tu/il/elle/on/nous/vous/ils/elles).
•Ik weet wat ‘de présent’ is.
•Ik weet hoe ik het werkwoord ‘faire’ moet vervoegen in de présent.
•Ik ken wat tips om de vervoegingen van dit werkwoord te onthouden.
•Ik begrijp een paar simpele zinnetjes met ‘faire’.
Persoonlijke voornaamwoorden
Om faire goed te kunnen vervoegen, is het belangrijk dat je de persoonlijke voornaamwoorden kent. Hier is een overzicht:
Je | Ik |
Tu | Jij |
Il/Elle/On | Hij/Zij/Men |
Nous | Wij |
Vous | Jullie/U |
Ils/Elles | Zij (mannelijk/vrouwelijk meervoud |
Vervoeging van faire in de présent
Faire is een onregelmatig werkwoord, wat betekent dat je de vervoegingen uit je hoofd moet leren. Hier zijn de vervoegingen:
Je fais | Ik doe/maak |
Tu fais | Jij doet/maakt |
Il/Elle/On fait | Hij/zij/men doet/maakt |
Nous faisons | Wij doen/maken |
Vous faites | Jullie doen/maken OF U doet/maakt |
Ils/Elles font | Zij doen/maken |
Tips voor het onthouden van faire
•Tu eindigt vaak op een s. Dit is een handige tip om te onthouden.
•Je en tu zijn hetzelfde: je fais, tu fais.
•Bij vous gebruik je -es in plaats van -ez: vous faites.
•Bij il/elle/on eindigt het op -t: il/elle/on fait.
•Ils/elles eindigen op -ont: ils/elles font.
Faire in combinatie met sporten
Faire wordt vaak gebruikt in combinatie met sporten. Hier zijn enkele voorbeelden:
•Faire du vélo - fietsen
•Faire du ski - skiën
•Faire du cheval - paardrijden
Voorbeeldzinnen met faire
Laten we enkele voorbeeldzinnen bekijken om te zien hoe faire in de praktijk wordt gebruikt:
•Je fais mes devoirs. - Ik maak mijn huiswerk.
•On fait de la musique. - Men maakt muziek of wij maken muziek.
•Ils font du jogging. - Zij joggen.




