Leerdoelen
•Ik begrijp wat het betrekkelijk voornaamwoord is.
•Ik weet hoe ik qui en que in een zin moet gebruiken.
•Ik weet hoe ik où, dont en de vormen van lequel en auquel in een zin moet gebruiken.
•Ik weet hoe ik ce que en ce qui los in een zin moet gebruiken.
Het betrekkelijk voornaamwoord in de Franse taal
Het betrekkelijk voornaamwoord is een essentieel element in het Frans dat je helpt een relatie te leggen tussen twee delen van een zin. Het heeft betrekking op een woord dat ervoor in de zin staat. Voorbeelden hiervan zijn: "De man die spreekt" of "Het land waar ik woon".

Qui en que
Het eerste deel gaat over de woorden 'qui' en 'que', die beide als 'die' of 'dat’ vertaald kunnen worden. Het juiste gebruik hangt af van of het als onderwerp (qui) of als leidend voorwerp (que) in de zin wordt gebruikt.
•In de zin "C'est une photo qui est belle." ("Het is een foto die mooi is.") is 'qui' het onderwerp omdat het over hetzelfde ding gaat (de foto). 'Qui' wordt ook gebruikt in de zin "C'est une fille qui chante bien." ("Het is een meisje dat goed zingt.").
•Met 'que' als leidend voorwerp zie je bijvoorbeeld in de zin "C'est un livre qu'elle aime" ("Het is een boek dat zij leuk vindt"). Na 'que' staat een onderwerp ('elle' in dit geval).
Belangrijk: Er staat een onderwerp na 'que'.

A qui, avec qui en avec lequel
De volgende stap behandelt 'À qui', 'Avec qui' en 'Avec lequel', die vertaald worden als 'aan wie', 'met wie' en 'waarmee'.
A qui en avec qui gebruik je wanneer het betrekkelijk voornaamwoord op een persoon slaat. Een voorbeeld hiervan is de zin "C'est quelqu'un à qui je pense." ("Dat is iemand aan wie ik denk.")
Als het betrekkelijk voornaamwoord niet op een persoon slaat, dan gebruiken we 'avec lequel' in verschillende vormen, zoals in de zin "C'est le stylo avec lequel j'écris." ("Dat is de pen waarmee ik schrijf."). Vergeet dus niet om 'lequel' te vervoegen naar geslacht en enkelvoud of meervoud!

Auquel, oú en dont
Vervolgens is er de variant 'Auquel', die je gebruikt als 'waarop', 'waarover', of 'waaraan'. Zoals in "C'est une idée à laquelle je pensais." ("Het is een idee waar ik over dacht"). 'Auquel' verandert van vorm afhankelijk van het geslacht en aantal.
'Où' is gemakkelijk te onthouden: dat vertaalt zich als 'waar' of als een variant daarvan (waarop, waarin). Het wordt gebruikt bij een plaats of een tijdsaanduiding: "Le pays où j'habite est très petit." ("Het land waar ik woon is erg klein.")
Het woord 'dont' wordt gebruikt wanneer je over 'waarmee' en 'waarover' spreekt. Het is een beetje ingewikkeld omdat het 'de' in een zin verving en vervolgens werd vervangen door 'dont'. Zoals in "La mère dont elle parle." ("De moeder waarover ze praat.").

Ce qui en ce que
Ten slotte zijn er 'ce qui' en 'ce que', die beide kunnen worden vertaald als 'dat wat' of 'wat'. "Ce qui est facile, c'est amusant." ("Dat wat makkelijk is, is leuk").
Het verschil tussen de twee is dat 'ce qui' het onderwerp van de zin is en 'ce que' het leidend voorwerp. Bijvoorbeeld in de zin "Ce qu'elle dit n'est pas intéressant." ("Dat wat ze zegt, is niet interessant").





