Vul de lege velden in met de juiste vorm van de conditionnel
Leerdoelen
•Ik kan uitleggen wat de conditionnel voor werkwoordsvorm is.
•Ik kan de conditionnel in de juiste context gebruiken.
•Ik kan de conditionnel juist vervoegen met regelmatige én onregelmatige werkwoorden.
Wanneer gebruik je de conditionnel?
De Franse conditionnel gebruik je in drie specifieke gevallen:
1. Beleefdheid Als je iets beleefd wilt vragen of uitdrukken gebruik je de conditionnel. Bijvoorbeeld: "Zou u mij kunnen uitleggen hoe ik naar het station kan komen?"
2. Voorwaarden
De conditionnel wordt gebruikt als je een voorwaarde benoemt die vaak in het verleden staat. Bijvoorbeeld: "Als ik mijn diploma haalde, dan zouden we uit eten gaan". Hier was het behalen van het diploma de voorwaarde voor het uit eten gaan.
3. Verleden
Tot slot gebruik je de conditionnel wanneer je een situatie vanuit het verleden belicht. Bijvoorbeeld:
"Hij wist toen al dat hij met me zou trouwen."
De conditionnel met regelmatige werkwoorden
Het vervoegen van de conditionnel met regelmatige werkwoorden is een proces in drie stappen:
1.Neem het infinitief (het hele werkwoord)
2.Haal de 'e' op het einde weg, mits het werkwoord op een 're' eindigt.
3.Plak de juiste uitgang erachter.

Voorbeelden van regelmatige werkwoorden in de conditionnel zijn:
•Ik zou vragen: Je demanderais (Demander – eindigt op een r, dus de e hoeft niet weggehaald te worden)
•Jij zou wandelen: Tu marcherais (Marcher – eindigt ook op een r, dus de e hoeft niet weggehaald te worden)
•Hij zou dansen: Il danserait (Danser – ook hier hoeft geen e weggehaald te worden)
De conditionnel met onregelmatige werkwoorden
In tegenstelling tot regelmatige werkwoorden, gebruik je bij onregelmatige werkwoorden niet het gehele werkwoord. Het voorvoegsel van het onregelmatige werkwoord wordt gebruikt waarna de juiste uitgang erachter wordt geplakt.
Voorbeelden van onregelmatige werkwoorden in de conditionnel zijn:
•Ik zou zien: Je verrais
•Jij zou kunnen: Tu pourrais
•Hij zou gaan: Il irait














