Het werkwoord ‘mettre’
In deze samenvatting wordt het werkwoord ‘mettre’ behandeld. Dit werkwoord kan verschillende betekenissen hebben, zoals zetten, leggen, plaatsen en aandoen. We zullen de vervoegingen van ‘mettre' in verschillende tijden bespreken: de présent, passé composé, imparfait, futur proche, futur simple en de conditionnel.
Leerdoelen
•Ik ken de verschillende werkwoordstijden
•Ik weet hoe ik het werkwoord ‘mettre’ moet vervoegen in de
•présent
•passé composé
•imparfait
•futur proche
•futur simple
•conditionnel
•Ik kan oefenen met een paar simpele zinnetjes.
Présent (tegenwoordige tijd)
In de présent gebruik je ‘mettre’ om aan te geven dat je iets nu doet, zoals "ik zet". Hier zijn de vervoegingen:
Frans | Nederlands |
|---|---|
Je mets | Ik zet |
Tu mets | Jij zet |
Il/Elle/On met | Hij/Zij/Men zet |
Nous mettons | Wij zetten |
Vous mettez | Jullie/U zet |
Ils/Elles mettent | Zij zetten |
💡Tip: Let op dat de eerste drie vormen slechts één 't' hebben, terwijl de laatste drie twee 't's hebben.
