Reader's Dozen
1. Title
Deze sectie gaat over de titel van het boek dat je hebt gelezen:
•Full and correct title: Bijvoorbeeld, voor Animal Farm is dat de volledige en correcte titel.
•Sub-title: Check of er een ondertitel is. Voor Animal Farm zijn er verschillende, zoals "A Fairy Story" of "A Satire of a Contemporary".
•Motto: Als er een motto is, weet wat het betekent.
•Explain the title: Waarom heeft de schrijver deze titel gekozen? Bij Animal Farm is de titel gekozen omdat dat de naam van de boerderij in het verhaal is en omdat de auteur wilde reflecteren op communistische samenlevingen.
2. Writer
Deze sectie betreft de details van de auteur:
•Full and correct name: Voor Animal Farm is het George Orwell, maar zijn echte naam is Eric Arthur Blair.
•Pseudonym: Waarom gebruikt de auteur een pseudoniem? George Orwell koos deze naam geïnspireerd door de River Orwell.
3. Publication
Hier kijk je naar de publicatie van het boek:
•First published: Bijvoorbeeld, Animal Farm werd voor het eerst gepubliceerd in 1945.
•Significance of the publication date: Het boek kon niet eerder gepubliceerd worden omdat het kritisch was op Rusland, een bondgenoot tijdens de Tweede Wereldoorlog.
4. Genre
Identificeer het genre van het boek en het doelpubliek:
•Genre: Animal Farm is een politieke satire en allegorie.
•Target group: George Orwell schreef dit boek voor een breed publiek.
5. Setting in place
Dit behandelt de locatie van het verhaal:
•Where does the story take place?: Animal Farm speelt zich af op het Engelse platteland.
•Significance: De boerderij vertegenwoordigt een kapitalistische samenleving die rijp is voor revolutie.
6. Setting in time
Dit gaat over de tijd waarin het verhaal zich afspeelt:
•When: Animal Farm speelt zich af in de tweede helft van de 20e eeuw.
•Significance: Het is belangrijk om te weten wanneer omdat het boek kritiek heeft op gebeurtenissen na de Russische revolutie.
•Chronology: Het verhaal is grotendeels chronologisch verteld maar bevat een flash-forward aan het einde.
7. Perspective
Onderzoek het vertelperspectief:
•Narrator: Animal Farm heeft een derde persoon alwetende verteller.
8. Style
Bestudeer de stijl van het schrijven:
•Characteristics: Animal Farm heeft complexe, lange zinnen en moeilijke woorden.
•Adaptation to target group: De stijl was normaal voor de tijd waarin het boek werd geschreven.
9. Organization
Kijk naar de structuur van het boek:
•Chapters: Animal Farm heeft tien hoofdstukken.
•Purpose of the structure: Geen specifieke doelstructuur in dit geval.
10. Theme
Dit deel helpt je de thema's te begrijpen:
•Main theme: Bij Animal Farm is het hoofdthema corruptie.
•Impact on views: Hoe heeft het lezen van dit boek jouw mening beïnvloed?
•Additional themes: Andere thema’s zijn klassenverdeling, taal en macht.
11. Characters
Analyseer de personages:
•Main characters: Napoleon, Snowball, en Squealer zijn onder andere de belangrijkste in Animal Farm.
•Character depth: Zijn de karakters 'flat' of 'round'? De karakters in Animal Farm zijn bijvoorbeeld 'round'.
12. Fictionality
Bestudeer of het verhaal fictief is:
•Fictitious or non-fictitious: Animal Farm is fictief, maar gebaseerd op echte gebeurtenissen.



