Vul het juiste lidwoord in. Kies uit: 'an' of ‘a’.
Leerdoelen
•Je kunt de betekenis van de woorden ‘a’, ‘an’ en ‘the’ uitleggen en je kunt deze op de juiste manier toepassen.
•Je kunt het verschil tussen ‘a’ en ‘an’ uitleggen en uitleggen wanneer welke gebruikt wordt.
Basis van lidwoorden: ‘a’, ‘an', en ‘the’
In het Nederlands gebruiken we ‘de’, ‘het’, en ‘een’, maar in het Engels hebben we 'a', ‘an’, en ‘the’.
•‘The‘ wordt gebruikt voor specifieke objecten ('de' of ‘het’ in het Nederlands). Bijvoorbeeld: "Can you give me the books on the table?"
•‘A’ en ‘an’ staan voor een niet-specifiek object ('een' in het Nederlands).
Bijvoorbeeld: "I want to buy a book."
Het verschil tussen ‘a’ en ‘an’
De keuze tussen ‘a’ en ‘an’ hangt af van het volgende woord in de zin. Deze keuze wordt vooral gebaseerd op de klank van het eerste teken van het woord dat volgt op het lidwoord.
•Gebruik ‘a' voor woorden die starten met een medeklinkerklank: Bijvoorbeeld: "a cat" of "a dog"
•Gebruik ‘an’ voor woorden die starten met een klinkerklank: Bijvoorbeeld: "an apple" of "an orange"
Let op de uitspraak
Het gaat hier om de uitspraak, niet de spelling. De ‘h’ aan het begin van het woord spreek je in het Engels niet uit, dus moet het lidwoord ‘an’ gebruikt worden. Daarnaast klinken sommige woorden die beginnen met een ‘u’, zoals ‘unit’ alsof ze beginnen met een ‘j’, dit is een medeklinker en daarom moet het lidwoord ‘a’ gebruikt worden. Voorbeelden hiervan:
•‘an hour’ (het woord begint met een stille 'h').
•‘a university’ (het woord klinkt alsof het begint met een 'j', een medeklinkerklank).
•‘a horse’ (het woord begint met een stille 'h').
•‘a uniform’ (het woord klinkt alsof het begint met een 'j', een medeklinkerklank).












